De prijzen aan de pomp doen opnieuw pijn. Diesel zit op recordniveau, de prijs van Super98 (‘ons’ aardsap) kruipt richting de twee euro. Het is dus geen verrassing dat dezelfde vraag weer overal opduikt: is elektrisch rijden nu eindelijk écht goedkoper? Wij legden twee auto’s naast mekaar – geen eco-wonders, maar hot hatches omdat we bij P van écht rijden houden – en rekenden het uit zoals het in het echte leven gebeurt. Zonder folderpraat.
De aanleiding is duidelijk. Met brandstofprijzen die opnieuw door het dak gaan, wordt autorijden stilaan een dure hobby. Zeker als je, zoals veel autoliefhebbers, niet de meest brave motor onder de kap hebt liggen. Super 98 flirt opnieuw met de grens van twee euro per liter, en dat maakt elke tankbeurt een kleine reality check.
Onze BMW 128ti weet daar alles van. In de praktijk, dus niet volgens optimistische fabriekscijfers, maar gewoon zoals hij gereden wordt, zit die rond de 8 liter per 100 kilometer. Combineer dat met een realistische prijs van ongeveer 1,95 euro per liter voor Super 98 en je komt uit op zo’n 15,6 euro per 100 kilometer.
Daartegenover zetten we een elektrische hot hatch die qua grootte en prestaties vergelijkbaar is: de Abarth 600e. Geen zuinigheidswonder, maar een compacte bom met karakter. Ook hier geen theorie, maar praktijk: gemiddeld zo’n 22,5 kWh per 100 kilometer. Dat is het cijfer dat we eerder haalden tijdens onze testweek. Thuis laden aan ongeveer 0,32 euro per kWh brengt je dan op een kost van ongeveer 7,2 euro per 100 kilometer. Dat is minder dan de helft van de BMW.
Op papier is de conclusie dus snel gemaakt. Elektrisch rijden is een pak goedkoper, punt. Alleen stopt het verhaal daar niet.
Want die mooie cijfers gelden vooral voor wie thuis kan laden. Wie een oprit heeft, een laadpaal en een beetje planning, zit inderdaad in die comfortabele zone waar elektrisch rijden financieel plots heel interessant wordt. Ondergetekende was tijdens die testweek afhankelijk van publieke laadpalen. En daar zijn Volts en Ampères een beetje duurder dan thuis. 0,69 euro per kWh om precies te zijn. Dan schuift het kostenplaatje meteen op naar 15,53 euro per honderd kilometer. Op een paar centen na hetzelfde bedrag dan wat onze Bimmer op aardsap kost.
Dat is de nuance die vaak verloren gaat in het debat. Elektrisch rijden is niet per definitie goedkoper: het is goedkoper onder de juiste omstandigheden. Heb je die niet, dan wordt het verschil een pak kleiner. Soms zelfs onbestaande.
En dan is er nog iets wat je niet in een rekensom kan gieten. Een BMW 128ti op Super 98 rijdt nu eenmaal anders dan een elektrische Abarth. Geluid, gevoel, mechaniek, ‘emotie’: het zijn dingen die je niet terugziet op een factuur, maar die voor veel mensen wel een rol spelen in hun keuze. Ja, je betaalt meer. Maar je krijgt er ook iets voor terug.
Uiteindelijk komt het neer op een simpele vaststelling. Met de huidige brandstofprijzen wordt elektrisch rijden steeds interessanter, dat valt niet te ontkennen. Maar het idee dat het altijd en voor iedereen goedkoper is, klopt gewoon niet.
En dus blijft de vraag hangen. Wil je vooral besparen… of wil je gewoon graag rijden? Voor veel mensen is het antwoord minder rationeel dan je zou denken.