Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Oeps, Demir is gebuisd: leerkrachten geven haar amper 2,9 op 10

Redactie - 28-08-2026

Negen op de tien leerkrachten vinden dat Zuhal Demir te snel hervormt. Slechts 13 procent vindt haar een goede minister van Onderwijs. En acht op de tien vinden dat haar prioriteiten verkeerd liggen. Het rapport van de Vlaamse leerkrachten is dan ook bijzonder duidelijk. En pijnlijk.

Als minister van Onderwijs Zuhal Demir binnenkort haar rapport van de Vlaamse leerkrachten krijgt, mag ze misschien alvast een rood potlood klaarleggen. Haar gemiddelde score bedraagt amper 2,9 op 10. Dat blijkt uit een enquête van De Tafel van Gert en iVOX bij 2.000 leerkrachten in Vlaanderen.

Van een onderscheiding is dus geen sprake. Integendeel.

Ruim zeven op de tien leerkrachten, om precies te zijn 71,7 procent, geven Demir een score tussen nul en vier op tien. Nog eens 18,6 procent houdt het bij een vijf of zes. Slechts 7,7 procent geeft haar een zeven of acht. Een score van negen of tien is helemaal uitzonderlijk: slechts 2 procent van de ondervraagde leerkrachten komt zo hoog uit.

Het resultaat laat weinig ruimte voor interpretatie: Demir is volgens haar eigen onderwijsveld grandioos gebuisd.

Te veel hervormen, te weinig luisteren

Het grootste probleem lijkt niet eens te zijn dát Demir hervormt, maar vooral het tempo waarmee ze dat doet.

Negen op de tien leerkrachten vinden dat de minister te snel gaat met haar hervormingen. Evenveel leerkrachten vinden bovendien dat Demir te weinig naar hen luistert.

En daar houdt het slechte rapport niet op. Slechts 16 procent vindt dat het onderwijsbeleid momenteel de goede richting uitgaat. Maar liefst 80 procent vindt dat de prioriteiten van de minister verkeerd liggen.

Voor een minister die het onderwijs moet hervormen, zijn dat cijfers die moeilijk als een klein incident kunnen worden weggezet.

Veel woorden, weinig verandering

Ook op de werkvloer zelf lijkt het vertrouwen bijzonder laag.

Zes op de tien leerkrachten vinden dat er vanuit de politiek veel wordt gezegd, maar dat daar in de klas weinig van terechtkomt.

Dat is misschien wel een van de meest vernietigende conclusies uit de enquête. Want hervormingen kunnen op papier indrukwekkend ogen, maar uiteindelijk moeten ze ergens landen waar leerlingen en leerkrachten er dagelijks mee moeten werken.

Als daar vooral het gevoel leeft dat er veel wordt aangekondigd en weinig verandert, is er een probleem.

Respect staat bovenaan

Als leerkrachten zelf minister van Onderwijs zouden zijn, zouden ze duidelijk andere accenten leggen.

Dertien procent zou in de eerste plaats meer respect en waardering voor het beroep aanpakken. Twaalf procent zou vooral de administratieve en planlast verminderen.

Dat laatste is niet bepaald verrassend. Administratie en planlast behoren tot de grootste frustraties van leerkrachten. 23 procent noemt die werklast als een van de belangrijkste pijnpunten.

Ook een gebrek aan respect, erkenning en waardering zit hoog in de frustratielijst. Daarnaast zorgen het beleid, leerplannen en de relatie met ouders voor de nodige ergernis.

Politiek krijgt nauwelijks waardering

De slechte beoordeling van Demir staat bovendien niet helemaal los van een breder gevoel van onderwaardering.

Slechts één op de tien leerkrachten voelt zich erkend door de politiek.

Dat staat in schril contrast met de relatie met hun leerlingen. Acht op de tien leerkrachten voelen zich wél door hun leerlingen erkend.

Met andere woorden: wie dagelijks voor de klas staat, lijkt meer waardering te krijgen van de kinderen aan wie hij of zij lesgeeft dan van de politiek die het onderwijsbeleid bepaalt.

Dat is op zijn zachtst gezegd een ongemakkelijke vaststelling.

Het gezag staat onder druk

En ondertussen wordt het werk in de klas er niet bepaald eenvoudiger op.

Negen op de tien leerkrachten vinden dat leerlingen vandaag te weinig discipline tonen tijdens de lessen. Bijna twee derde, 62 procent, zegt dat leerlingen hun gezag vaak ondermijnen.

Het gaat bovendien niet alleen over een leerling die wat te luid praat of zijn huiswerk vergeten is. 59 procent van de leerkrachten zegt al met geweld in de klas te zijn geconfronteerd.

Toch blijft de meerderheid opvallend positief over het beroep zelf. 93 procent zegt de job graag te doen.

Maar daar zit een belangrijke waarschuwing bij. Zes op de tien vrezen dat ze een burn-out riskeren als de situatie niet verbetert.

Bij vrouwelijke leerkrachten ligt die vrees met 63 procent bovendien aanzienlijk hoger dan bij hun mannelijke collega's, waar het om 49 procent gaat.

Ook het advies aan anderen verschilt. 51 procent van de vrouwelijke leerkrachten zou het beroep vandaag afraden, tegenover 39 procent van de mannen.

Nederlands blijft een probleem

Ook de taalproblematiek komt nadrukkelijk naar voren.

84 procent van de leerkrachten ziet het onderwijsniveau dalen door een gebrekkige kennis van het Nederlands bij leerlingen.

Tegelijk zegt 36 procent dat ze vandaag minder taalfouten corrigeren dan vroeger.

Meer dan de helft, 59 procent, is voorstander van een extra examen voor leerlingen die onvoldoende Nederlands beheersen.

Dat wijst op een opmerkelijke spanning: leerkrachten zien het taalniveau dalen, maar voelen tegelijk dat ze steeds minder ruimte hebben om iedere taalfout uitgebreid te corrigeren.

AI komt de klas binnen

En dan is er nog de volgende revolutie die zich zonder veel overleg in de klas aandient: artificiële intelligentie.

42 procent van de leerkrachten gebruikt AI inmiddels zelf in de les. Ruim de helft, 52 procent, vindt zichzelf competent genoeg om AI als leerkracht te gebruiken.

Maar tegelijkertijd heeft 58 procent al ervaren dat leerlingen AI gebruiken om hen om de tuin te leiden.

Slechts 27 procent zegt het gebruik van AI door leerlingen aan te moedigen.

Ook daar lijkt de praktijk dus opnieuw sneller te evolueren dan het beleid.

Een minister met een bijzonder slecht rapport

Het resultaat van de enquête is uiteindelijk moeilijk te verbloemen.

Een minister van Onderwijs krijgt van de mensen die dagelijks in haar beleidsdomein werken gemiddeld 2,9 op 10.

Slechts 13 procent vindt haar een goede minister.

90 procent vindt dat ze te snel hervormt en dat ze te weinig naar leerkrachten luistert.

80 procent vindt haar prioriteiten verkeerd.

En slechts 16 procent vindt dat het onderwijsbeleid de goede richting uitgaat.

Dat zijn geen cijfers waarmee je op een oudercontact triomfantelijk de klas binnenwandelt.

Natuurlijk is een enquête geen examen en zijn leerkrachten niet de enige groep die over het onderwijsbeleid moet oordelen. Maar wanneer negen op de tien mensen op de werkvloer zeggen dat het te snel gaat en slechts een kleine minderheid vindt dat het beleid de juiste richting uitgaat, lijkt het toch verstandig om even te stoppen met hervormen en te beginnen met luisteren.

Misschien is dat voorlopig de belangrijkste les die uit deze overvloed aan cijfertjes te trekken valt.

(Foto: Didier Lebrun/Photo News)

Onderwijs Demir Nieuws nationaal

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken