Wie niet steelt of erft, werkt tot ie sterft.
De verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd naar 66 jaar zou de overheid sneller resultaten op dan verwacht. Volgens cijfers van de Federale Pensioendienst gingen in de eerste vijf maanden van dit jaar zo’n 22.000 mensen minder met pensioen dan in dezelfde periode in 2024. Dat scheelde de schatkist al ruim 100 miljoen euro, blijkt uit berekeningen van de Federale Pensioendienst die ‘De Tijd’ opvroeg.
Een jaar langer werken
Sinds 1 januari ligt de wettelijke pensioenleeftijd niet langer op 65, maar op 66 jaar. Het gaat om de concrete uitvoering van de beslissing die de regering-Michel I al in 2014 nam. De overgang valt bijzonder scherp: wie nog net in december 2024 de leeftijd van 65 bereikte, kon dit jaar met pensioen. Wie enkele dagen later, in januari 2025, dezelfde kaap haalde, moet wachten tot februari 2026 om effectief te vertrekken.
De impact is meteen zichtbaar. Vanaf februari, de eerste maand waarin de maatregel doorwerkt, daalde het aantal rustpensioenen met 60 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In absolute aantallen: gemiddeld 6.000 minder nieuwe gepensioneerden per maand tussen februari en april, en nog eens 4.000 minder in mei. Alleen gekken willen zonder inkomen vallen, natuurlijk.
Vervroegd pensioen als uitweg
Dat er toch nog instroom bleef, is – volgens de experten - enkel te verklaren door het systeem van vervroegd pensioen. Wie 42 loopbaanjaren heeft, mag nog altijd vanaf 63 stoppen, en bij 44 jaren zelfs al vanaf 60. Wie nog vroeger wil stoppen, deed ooit aan kinderarbeid. Vooral in mei werd daar gretig gebruik van gemaakt: velen bouwen bewust nog een extra loopbaanjaar op door enkel de eerste vier maanden van het jaar te werken.
De regering wil die ontsnappingsroute natuurlijk indammen. We willen niet dat Theo zonder kogels komt te zitten, toch? Vanaf 2027 wordt de voorwaarde strenger: wie een loopbaanjaar wil laten meetellen, zal niet langer 104 maar minstens 156 effectief gewerkte dagen per jaar moeten kunnen aantonen.
Malus in aantocht
Daarnaast komt er in 2026 een zogeheten pensioenmalus: wie kiest voor vervroegd pensioen zonder minstens 35 jaren met voldoende gewerkte dagen voor te leggen, ziet zijn pensioenbedrag verlaagd. De maatregel moet het systeem verder afremmen en de werkelijke pensioenleeftijd verhogen.
Ruwe besparing, structureel effect
Uitgaande van een gemiddeld pensioen van 1.850 euro per maand berekent de Federale Pensioendienst de besparing in de periode februari-mei al op 100 miljoen euro. Omdat de maatregel tot eind dit jaar doorwerkt, zal de winst in de begroting nog lekker stevig oplopen.
Met de blik op 2030, wanneer de pensioenleeftijd verder stijgt naar 67 jaar, zou dit het eerste resultaat een voorproefje zijn van hoe – volgens de overheidsexperten – structurele ingrepen op korte termijn al miljarden kunnen verschuiven.
(Foto: Pixabay)