Lange files boven de wolken.
Op de Mount Everest is het dit seizoen opnieuw drummen op grote hoogte. Nepal heeft een recordaantal van 492 vergunningen uitgereikt voor de beklimming van de hoogste berg ter wereld. Dat levert de staat meer dan 7,1 miljoen dollar (ongeveer 6 miljoen euro) op. Het vorige record dateerde van 2023, met 478 vergunningen. De trend is duidelijk: de Everest is niet langer enkel een alpinistische uitdaging, maar steeds nadrukkelijker ook een economische machine.
Toeristische piek op 8.848 meter
De grote berg is de voorbije jaren sterk veranderd. De infrastructuur rond expedities is zo aangepast dat ook minder ervaren klimmers kunnen deelnemen, mits stevige financiële middelen.
Waar vroeger één sherpa meerdere klimmers begeleidde, is de verhouding nu vaak omgekeerd. Expeditiebedrijven zetten steeds meer ondersteuning in, waardoor de drempel daalt, maar de berg tegelijk drukker en risicovoller wordt.
De Everest kan zowel via Nepal als via Tibet worden beklommen, maar de Nepalese zijde blijft veruit het populairst. Historisch prestige speelt daarbij een rol: de eerste succesvolle beklimming verliep via deze route.
Prijskaartje van de top
De toegankelijkheid heeft een duidelijke keerzijde: de kostprijs. Alleen al de officiële vergunning kost ongeveer 15.000 dollar. Daarbovenop komt nog een zogenaamde “garbage fee” van 4.000 dollar. In totaal loopt de rekening per klimmer al snel op tot ongeveer 19.000 dollar, nog los van de kosten voor begeleiding, materiaal en logistiek.
De inkomsten voor Nepal zijn aanzienlijk en vormen een belangrijke bron van buitenlandse valuta. Kritiek dat financiële motieven de bovenhand nemen, wordt daarbij steeds luider.
“Het geld speelt zonder twijfel een grote rol,” klinkt het. De vraag rijst in hoeverre de berg nog wordt beheerd als natuurgebied, en niet als toeristisch exploitatieproject.
Overbevolking op extreme hoogte
De toenemende populariteit heeft ook praktische en veiligheidsgevolgen. Op drukke dagen ontstaan wachtrijen op de zogenaamde “dodenzone” nabij de top, waar zuurstof schaars is en weersomstandigheden snel kunnen omslaan. In 2019 leidde dat nog tot urenlange opstoppingen in extreem gevaarlijke omstandigheden.
Ook lokaal groeit de weerstand. In Nepal lopen intussen rechtszaken van bewoners die klagen over overlast, onder meer door helikopterverkeer en de impact van massatoerisme in kwetsbare bergregio’s.
Beperken of blijven maximaliseren
Nepal kondigde wel een nieuwe regel aan: vanaf het najaar moeten klimmers eerst een berg van minstens 7.000 meter hebben beklommen voor ze toegang krijgen tot de Everest.
Maar ook die maatregel roept vragen op. De beperking geldt enkel voor bergen in Nepal zelf, wat volgens critici opnieuw economische motieven kan hebben, gezien bijkomende vergunningen en inkomstenstromen. Beklimmingen elders, zoals in Kirgizië of Pakistan, tellen niet mee.
Record aan vergunningen
In totaal werden dit seizoen 1.134 klimvergunningen uitgereikt voor 30 bergtoppen in Nepal. Dat levert de overheid naar schatting 8,3 miljoen dollar op.
De Everest blijft daarmee niet alleen de hoogste berg ter wereld, maar ook een van de meest lucratieve. De vraag is alleen hoe lang de top nog beheerd kan worden als berg — en niet louter als business.
(Foto: Shutterstock)