Zelfs een zeldzaam akkoord tussen werkgevers en vakbonden volstaat niet om de regering-De Wever van koers te doen veranderen. Wat minder opbrengt voor de schatkist, maakt weinig kans.
Terwijl duizenden betogers vandaag opnieuw door de straten van Brussel trekken, ligt de uitkomst van het conflict over de zogenaamde centenindex al vast. Laat ze maar roepen daar in Brussel, de regering-De Wever houdt vast aan haar plan om de automatische indexering gedeeltelijk af te toppen, ondanks een gezamenlijk alternatief van vakbonden en werkgevers.
Dat is op zijn minst opmerkelijk. In een land waar politici graag het belang van sociaal overleg benadrukken, wordt een uitzonderlijk akkoord tussen beide kampen zonder veel omwegen terzijde geschoven.
Zeldzaam sociaal akkoord botst op budgettaire muur
De Groep van Tien, het belangrijkste overlegorgaan tussen werkgevers en vakbonden, werkte een alternatief uit voor de centenindex. In plaats van een gedeeltelijke indexsprong stelden de sociale partners voor om de berekening van de loonindex aan te passen.
Door energieprijzen over een langere periode te middelen en rekening te houden met bestaande contracten, zouden scherpe prijspieken minder zwaar doorwegen. Volgens werkgevers en vakbonden is dat economisch evenwichtiger en minder schadelijk voor de concurrentiekracht.
Maar het alternatief heeft één fundamenteel nadeel: het brengt minder geld op voor de overheid.
352 miljoen euro verschil
Volgens eerdere berekeningen van het Planbureau zou het voorstel van de sociale partners ongeveer 352 miljoen euro minder opbrengen dan de centenindex. En precies daar wringt het bij de regering die voor 3 miljard euro raketten besteld in Amerika. Zodra een maatregel niet dezelfde budgettaire opbrengst garandeert, verdwijnt het sociaal overleg opvallend snel naar de achtergrond.
Wat jarenlang werd voorgesteld als een hoeksteen van het Belgische model, blijkt vooral relevant zolang de cijfers in de begroting kloppen.
Werkgevers mee op de barricaden
Dat niet alleen vakbonden, maar ook organisaties als Unizo en het VBO openlijk protesteren, onderstreept hoe uitzonderlijk de situatie is. Volgens de werkgevers is de centenindex geen competitiviteitsmaatregel, maar een zuivere budgettaire ingreep. Bovendien zou de bijkomende solidariteitsbijdrage bedrijven vanaf 2029 naar schatting 1,1 miljard euro per jaar kosten.
Met andere woorden: de maatregel die zogezegd de economie moet versterken, dreigt volgens de ondernemingen zelf vooral extra lasten te creëren.
“Sociaal overleg” zolang het uitkomt
ABVV-topman Bert Engelaar sprak van een ongeziene situatie. Ook Unizo waarschuwt dat de regering het sociaal overleg dreigt te ondergraven door een gedragen compromis naast zich neer te leggen.
De boodschap aan vakbonden en werkgevers is daarmee bijzonder helder: overleg mag, zolang de regering nadien gewoon kan doen wat ze vooraf al van plan was.
De beslissing is al genomen
Woensdag wordt het dossier opnieuw besproken in het kernkabinet en in het parlement. Maar binnen de regering klinkt het dat er inhoudelijk niets meer zal wijzigen.
De nationale betoging dreigt daardoor vooral symbolisch te worden. De karavaan trekt verder, terwijl de honden blaffen.
Democratie of boekhouding?
Dat een regering uiteindelijk knopen doorhakt, is normaal. Maar wanneer zelfs een uitzonderlijk akkoord tussen werkgevers en vakbonden zonder veel omhaal wordt genegeerd, rijst de vraag hoeveel gewicht sociaal overleg nog werkelijk heeft.
In theorie blijft iedereen gehoord. In de praktijk lijkt vooral één argument doorslaggevend: wat levert het de schatkist op?
En zodra dat antwoord vastligt, is de rest vaak bijzaak.
(Foto: AI-P-magazine/Grok)