Is het verzorgen of verdoven?
In Belgische woonzorgcentra is het leven nog amper een kwestie van leven. Nieuwe cijfers van de Onafhankelijke Ziekenfondsen tonen aan dat meer dan de helft van de rusthuisbewoners (53,5 procent) in 2024 antidepressiva voorgeschreven kreeg – vaak langdurig, routinematig en zonder veel zicht op afbouw. Nog eens 32,8 procent slikte antipsychotica, waarvan tweederde chronisch.
De cijfers zijn gebaseerd op de terugbetalingsgegevens van zowat 15.000 rusthuisbewoners per jaar, over de periode 2017 tot 2024. De trend is alarmerend maar weinig verrassend: de rusthuissector lijkt almaar meer te draaien op psychofarmaca. In plaats van een warme, menselijke laatste halte wordt het woonzorgcentrum een farmaceutische eindhalte, waar een pilletje voor alles bestaat – behalve voor waardigheid.
Zorg of symptoombestrijding?
Wat ooit een zorgmodel moest zijn, lijkt nu vooral een beheersingsmodel. Zodra ouderen de drempel oversteken richting woonzorgcentrum, stijgt niet alleen het aantal medicatielijnen, maar ook de snelheid waarmee ze worden opgevoerd. Zes maanden voor opname slikte 43,9 procent van de bewoners al antidepressiva. Drie tot negen maanden na binnenkomst is dat gestegen tot 47,2 procent. Voor antipsychotica stijgt het gebruik van 27 procent naar 28,2 procent. Onze blije oudjes zijn dus vaak niet meer dan flauwplezante junks.
In plaats van de oorzaken van verdriet, verwarring of gedragsproblemen aan te pakken – eenzaamheid, verlieservaringen, of de simpele frustratie van het opgesloten zitten tussen vier muren – grijpt men naar het snelst beschikbare antwoord: pillen. Oplossingen op maat worden vervangen door standaardmedicatie. Empathie wordt uitbesteed aan de apotheek.
Van begeleiding naar beheersbaarheid
De realiteit is dat woonzorgcentra structureel onderbemand zijn. Tijd voor een gesprek, een wandeling, een zacht moment van menselijk contact? Niet als je één verzorger bent voor twintig bewoners. In dat model wordt medicatie geen keuze, maar noodzaak. De antipsychotica helpen niet altijd tegen psychoses, maar wel tegen "lastig gedrag". Antidepressiva genezen geen depressie, maar maken bewoners wat vlakker, wat rustiger – en dus werkbaarder. Maar willen we dat wel?
Het comfort van de instelling krijgt voorrang op de levenskwaliteit van de bewoner. Niet uit slechte wil – zo wordt beweerd - maar omdat het systeem zo is gebouwd: snel, efficiënt, en liefst zonder te veel vragen.
Leven op automatische piloot
Dat antidepressiva in bepaalde omstandigheden nuttig kunnen zijn, betwist niemand. Maar wat betekent het als meer dan de helft van de mensen in een instelling voor ouderen langdurig psychofarmaca nodig heeft om het leven daar draaglijk te vinden? Is dat nog zorg, of is het symptoombestrijding van een systeem dat fundamenteel tekortschiet?
We rekken levens kunstmatig, in instellingen die zelden nog iets met 'wonen' of 'zorg' te maken hebben. De bewoners zelf verdwijnen in het medische schema: bloeddruk, suikerspiegel, medicatieschema. Emotionele noden, mentale gezondheid of zingeving passen daar zelden in.
Dumpen, doseren, doorschuiven
De cijfers van de Onafhankelijke Ziekenfondsen zijn opnieuw een wake-upcall – al is het de vraag wie er nog wakker ligt van de zoveelste waarschuwing. De vergrijzing dendert verder, personeel blijft schaars, en de verleiding van de gemakkelijke oplossing – een extra voorschrift – blijft groot.
Het maatschappelijke debat over ouderenzorg wordt ondertussen verdrongen door begrotingsakkoorden, pensioendossiers en politieke relletjes. De regering De Wever bekommert zich niet om welzijn, maar om cijfers. Intussen worden duizenden levens op automatische piloot verlengd, in instellingen waar 'kwaliteit van leven' een abstract beleidsdoel blijft.
Wat hebben we vandaag geleerd?
We mogen ons de vraag stellen of we als samenleving nog weten wat we willen voor onze ouderen. Willen we echt een systeem waar gerokken levens eindigen in een steriele kamer, met een plastic bekertje vol pillen als enige gezelschap? Waar antidepressiva routine zijn, en empathie uitzondering?
Of kiezen we er collectief voor om ouderen vooral niet tot last te laten zijn – netjes weggestopt, onder controle, liefst zonder te veel emoties of vragen?
In het woonzorgmodel anno 2025 geldt in elk geval vooral dit adagium: slikken en zwijgen. En hopen dat niemand er te veel bij stilstaat.