Brussel zette zondag zijn deuren open voor sport en beweging. Voor het eerst vond het Sportfestival Stadskriebels plaats in het iconische Koning Boudewijnstadion — en de Brusselaars grepen die kans met beide handen.
Een stadion vol sport
Vijfenvijftig sportclubs trokken hun stoute schoenen aan en zetten 57 standjes op in het Koning Boudewijnstadion. Van boksen en judo tot skateboarden en breakdance: het aanbod was breed en kleurrijk. Jong en oud kon er kennis maken met disciplines die je normaal niet zo snel uitprobeert.
Het initiatief, gekend als Stadskriebels, wil Brusselaars warm maken voor sport in al zijn vormen. En dat lukte: het stadion, normaal gereserveerd voor voetbalwedstrijden en grootschalige evenementen, bleek een perfecte locatie voor een sportief volksfeest.
Loopwedstrijd tussen 19 gemeenten
Hoogtepunt op het programma was de loopwedstrijd om 13 uur, waarbij de 19 Brusselse gemeenten het tegen elkaar opnamen. Staatssecretaris Ans Persoons (Vooruit) gaf persoonlijk het startschot — een symbolisch gebaar dat aantoont hoeveel belang het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hecht aan sport als bindmiddel in de stad.
De sfeer zat er goed in. Supporters moedigden hun gemeentelijke ploeg aan, terwijl de sportievelingen van de andere standjes toekeken.
Stadskriebels groeit
Het feit dat Stadskriebels dit jaar voor het eerst in het Koning Boudewijnstadion doorgaat, is een statement op zich. Het festival groeit, de ambities groeien mee. Voor sportclubs is het een unieke kans om zich voor te stellen aan een breed publiek. Voor Brusselaars een laagdrempelige manier om iets nieuws te ontdekken.