Gezond verstand of hypocrisie? De linkse revolutie is afgelast: ABVV-topman trekt ten strijde, maar de achterban blijft zitten.
Bert Engelaar - de algemeen secretaris van het ABVV en luis in de politiek pels van De wever - stond deze week in Humo met het vuur van de barricade in de ogen. Zijn boodschap? “Vooruit moet uit de regering stappen.” De socialistische vakbond moest zich volgens hem niet langer laten compromitteren door de rechtse cocktail die zich federaal ‘regering’ noemt. Te veel compromissen, te weinig rode lijn. Tijd om de boel plat te leggen, vond Engelaar.
Alleen: de revolutionaire klaroenstoot klonk als een scheet in een fles. Want wat bleek? De achterban van de grote vakcentrales binnen het ABVV had de barricades niet klaargezet. Die zaten gewoon aan tafel. Met argusogen, ja. Maar ze bleven wél zitten.
Rode vlag, groene lichten
Frank Moreels, voorzitter van de Belgische Transportarbeidersbond (BTB) en ervaren vakbondsman met eelt op de vuisten, kon zich alvast niet vinden in het retorisch spervuur van zijn chef. "Dat Vooruit in de regering zit, is net een goeie zaak," zegt hij in ‘Knack’. “Zonder hen hadden we nu een sociale sloopkogel in de vorm van de eerste nota-De Wever over ons heen gekregen.” Vreemd om een een socialist een tjevenantwoord te horen prevelen.
Moreels tikt de verwezenlijkingen op de vingers af zoals een vakbondsman dat hoort te doen: de index blijft overeind, de minimumlonen zijn verhoogd, de minimumpensioenen zijn niet uitgemolken. Allemaal dankzij de aanwezigheid van Vooruit in een regering waar verder weinig ruimte was voor socialistische accenten – laat staan rode revolutie.
Volgens Moreels is het eenvoudig: als je aan tafel zit, kan je tenminste nog op tafel kloppen. Sta je erbuiten, dan kijk je door het raam terwijl de rest beslist wat je morgen op je bord krijgt.
“Met een lege stoel win je niets”
Ook Alain De Temmerman – veteraan van het ABVV-Horval en lid van Vooruit – is opvallend nuchter. De man die ooit tegen federale regeringsdeelname stemde op het Vooruit-congres, is vandaag ronduit opgelucht dat de partij tóch deelnam. “Je kan natuurlijk plat opportunistisch zeggen: trek Vooruit eruit en knal er Open VLD in,” zegt De Temmerman, “maar dan krijg je een regering zonder enige sociale rem.”
Zijn analyse is duidelijk: met Vooruit in de ploeg zitten er tenminste mensen aan tafel die hun schoenen niet uittrekken bij het horen van het woord ‘vakbond’. Als ze er nu uitstappen? Dan zwaait rechts de plak zonder weerwoord. De Temmerman noemt dat niet minder dan een ramp.
En wie denkt dat de vakbond dan vrij spel krijgt om zich tegen het beleid te keren, krijgt van hem een koude douche: “Dan wordt het pas echt gevaarlijk voor de bevolking.”
De vakbond die te veel wist
De oproep van Engelaar lijkt dus vooral een uiting van frustratie, geen strategische zet. De man heeft gelijk dat Vooruit veel heeft moeten slikken, maar de realiteit van regeren is nu eenmaal geen seminarie marxistisch idealisme. Wat Engelaar overschreeuwt, is dat Vooruit, met hangen en wurgen, effectief een aantal sociale breekpuntjes heeft tegengehouden. Toch blijft aan het eind alleen de perceptie over van een hypocriete partij die haar ziel heeft verkocht.
De revolutie in de koelkast
Wat hier aan de hand is, is symptomatisch voor de linkse familie anno 2025: ze wil tegelijk schoppen én knuffelen, de vuist én de hand reiken, de straat op én de onderhandelingstafel bezetten. Het is een schizofrene dans tussen ideologie en compromis, tussen oppositieretoriek en regeringsverantwoordelijkheid.
De achterban van het ABVV kiest voorlopig voor de laatste optie. Voor - naar eigen zeggen - gezond verstand boven gratuit protest. Voor invloed binnen het systeem in plaats van roepen aan de zijlijn.
Bert Engelaar mag dan de rode vlag hoger willen hijsen, zijn collega’s hebben voorlopig liever een vlot werkende rode balpen aan de onderhandelingstafel.
(Fotomontage: PD)