Asielzoekers die al bescherming kregen in een andere EU-lidstaat, krijgen geen centen meer.
Anneleen Van Bossuyt (N-VA) is een harde tante. Ze houdt vast aan haar beslissing om asielzoekers die al bescherming kregen in een andere EU-lidstaat geen materiële opvang meer te bieden, ondanks de recente schorsing van de maatregel door het Grondwettelijk Hof.
Het Hof oordeelde in februari dat de regeling asielzoekers mogelijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en legde de kwestie voor aan het Europees Hof van Justitie om te toetsen aan het Europese recht. Een definitieve uitspraak is er nog niet.
Instroom fors gedaald
Volgens de minister heeft de maatregel aantoonbaar effect. Tussen september en december 2025 daalde de instroom van personen die al bescherming genoten in een andere EU-lidstaat met 83 procent tegenover dezelfde periode een jaar eerder.
Voor Van Bossuyt is dat voldoende reden om het beleid voort te zetten. Ze verwijst naar de druk op het opvangnetwerk en stelt dat België moet vermijden dat het systeem wordt gebruikt door personen die elders in Europa al een beschermingsstatuut kregen.
Juridische achterpoortjes
Hoewel de specifieke regeling voorlopig is geschorst, stelt het kabinet dat de Belgische wetgeving bijkomende juridische gronden bevat om opvang te weigeren. Op basis van die alternatieve bepalingen wil de minister haar beleid verderzetten in afwachting van het Europese arrest.
De redenering is duidelijk: de schorsing van één instrument betekent volgens het kabinet niet dat het volledige beleidsdoel juridisch onmogelijk wordt.
Europees migratiepact in aantocht
Van Bossuyt verwijst ook naar het nieuwe Europese migratiepact dat in juni in werking treedt. Dat zou lidstaten explicieter de mogelijkheid geven om zogenoemd “asiel- en opvangshoppen” aan te pakken — het fenomeen waarbij personen na erkenning in één lidstaat verder trekken naar een andere.
Beperkte terugval bij gezinshereniging
Het Grondwettelijk Hof schorste daarnaast ook strengere regels rond gezinshereniging voor subsidiair beschermden. Voor dat onderdeel heeft het kabinet voorlopig geen alternatief juridisch kader uitgewerkt. Volgens de minister gaat het om een beperkt aandeel van de dossiers — ongeveer 2 procent — waardoor de impact relatief klein blijft.
Juridische spanning blijft
De kern van het dossier verschuift nu naar Luxemburg, waar het Europees Hof van Justitie moet oordelen of de Belgische aanpak strookt met het EU-recht. Tot zolang kiest de minister ervoor de beleidslijn maximaal te handhaven binnen wat zij als beschikbare wettelijke ruimte beschouwt.
De beslissing illustreert de spanningslijn tussen nationale beleidskeuzes en Europese rechtskaders. In afwachting van een definitief arrest blijft het opvangbeleid juridisch en politiek onder hoogspanning staan.
(foto: Philip Reynaers/Photo News)