N-VA-minister weigert dwangsommen te betalen en krijgt stevige waarschuwing van hoogste rechtscolleges.
De hoogste geledingen van de Belgische rechterlijke macht trekken aan de alarmbel na recente uitspraken van minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA). In een interview verklaarde de minister onomwonden dat ze geen dwangsommen zal betalen die door rechtbanken aan de Belgische staat zijn opgelegd wegens het niet naleven van opvangverplichtingen voor asielzoekers. Voor het Hof van Cassatie, het College van procureurs-generaal en het College van de hoven en rechtbanken gaat Anneleen hiermee een fundamentele rode lijn over: weigeren om rechterlijke beslissingen uit te voeren, betekent een rechtstreekse aantasting van de scheiding der machten.
Botsing tussen machten
De gezamenlijke brief van de hoogste rechtscolleges laat weinig ruimte voor interpretatie. Rechtspraak is bindend, niet alleen voor burgers maar ook voor overheden. Wanneer een minister weigert opgelegde dwangsommen te betalen omdat ze dat geld liever voor andere doeleinden inzet, zet dat de deur open naar een gevaarlijk precedent. Het zou immers betekenen dat elke burger zelf kan beslissen of een boete of sanctie hem/haar al dan niet goed uitkomt.
De magistratuur spreekt van een "verontrustende evolutie": een lid van de uitvoerende macht dat zich boven de wet meent te kunnen plaatsen is een no pasaran. In hun ogen ondermijnt dit het fundament van de democratische rechtsstaat.
Van Bossuyt houdt voet bij stuk
De N-VA-minister nuanceert haar uitspraken niet. Ze stelt dat ze niet bereid is te betalen voor “de puinhoop die ze geërfd heeft van de vorige regering”. Haar prioriteit is naar eigen zeggen een structurele hervorming van het asiel- en migratiebeleid, niet het afbetalen van dwangsommen.
Volgens Van Bossuyt moet recht bovendien “mee evolueren met de tijd” en ten dienste staan van de samenleving. Ze haalt daarbij voorbeelden aan van vreemdelingen die ondanks zware feiten niet konden worden uitgewezen, omdat internationale of nationale regelgeving dat verhinderde. Daarmee schuift ze de hete patat door naar de rechters: het probleem ligt niet bij de politiek, maar bij een verouderd juridisch kader.
De juridische tegenreactie
De rechterlijke macht maakt in haar brief duidelijk dat het aan de wetgevende macht is om wetten aan te passen, niet aan de uitvoerende macht om rechterlijke uitspraken te negeren. Een minister die meent gerechtelijke beslissingen naast zich neer te kunnen leggen, gaat volgens hen lijnrecht in tegen het principe van checks and balances waarop de democratie gebouwd is. Iedereen heeft dus gelijk en niemand ongelijk?
Cijfers en erfenis
De context van de discussie is niet nieuw. Tijdens de vorige legislatuur liep het aantal veroordelingen van Fedasil - de federale grote mensen crèche - in de duizenden omdat opvangplaatsen structureel ontbraken. Ook onder het beleid van Van Bossuyt blijven de veroordelingen binnenstromen, al wijst ze erop dat het aantal zaken recent wel sterk gedaald is: ‘maar’ 19 veroordelingen in vier weken, tegenover 146 in dezelfde periode vorig jaar.
De minister houdt het debat intussen doelbewust politiek: dwangsommen wegwerken door opvang te voorzien kan volgens haar alleen via een koerswijziging in wetgeving. Dat betekent inzetten op minder instroom, meer uitstroom en strengere aanpak van misbruik.
Oude patronen in een nieuw jasje
Dat politici rechterlijke uitspraken negeren, is geen unicum. Ook voorgangster Nicole de Moor (CD&V) koos er in het verleden voor geen opvang te bieden aan alleenstaande mannelijke asielzoekers, met duizenden veroordelingen tot gevolg. Wat deze nieuwe deurenkomedie bijzonder maakt, is dat de kritiek nu rechtstreeks uit de hoogste regionen van de rechterlijke macht komt.
De toon is gezet: de uitvoerende macht mag wel de lijnen uittekenen voor het beleid, maar wie structureel weigert rechterlijke uitspraken uit te voeren, balanceert op de rand van een constitutionele crisis. De honden blaffen, en de karavaan trekt voorbij.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)