We zijn geen Excelbestand.
Er is een hardnekkig idee in onze maatschappij: als je genoeg werkt, los je alles op. Productiviteit als morele plicht, efficiëntie als levensdoel, en een agenda die altijd voller mag. Alleen botst dat steeds vaker op een ongemakkelijke realiteit: mensen crashen niet omdat ze “te weinig discipline” hebben, maar omdat ze mens zijn.
En mensen zijn, vervelend genoeg voor sommige beleidsnota’s, geen Excelcellen.
Uit het Mind Health Report van verzekeraar AXA blijkt dat bijna één op drie werkende Belgen (31 procent) het voorbije jaar minstens één keer ziekteverlof nam om mentale of psychologische redenen. Twee jaar geleden was dat nog 26 procent. De trend wijst dus maar in één richting: omhoog.
Bij jongeren wordt het ronduit scherp: 44 procent van de 18- tot 34-jarigen viel al uit door mentale klachten. Bij 55-plussers is dat 13 procent. Een kloof die moeilijk te negeren valt, tenzij je graag doet alsof het probleem “in de jeugd van tegenwoordig” zit.
Vijf stressfactoren tegelijk: de moderne standaard
Volgens experten is er zelden één oorzaak. Mensen dragen geen enkel probleem, maar een stapel ervan.
Gemiddeld gaat het om vijf stressfactoren tegelijk: onzekerheid over de toekomst, financiële druk, een overdaad aan slecht nieuws, sociale isolatie en werkstress die nooit echt stopt. Vooral onzekerheid over geld en toekomst (46 procent en 44 procent) weegt zwaar.
Met andere woorden: we vragen mensen om “goed te functioneren”, terwijl hun mentale achtergrondmuziek permanent op paniek staat.
Meer controle, minder mens
De reflex van het beleid is voorspelbaar: meer opvolging, snellere controle, strakkere regels. Maar dat is volgens experten net waar het wringt.
Mentale klachten laat je niet scannen zoals een gebroken been. En controle, zo blijkt uit onderzoek, maakt mensen vaak niet beter maar defensiever. Wie zich gecontroleerd voelt, gaat niet genezen — maar zich verstoppen.
De ironie is bitter: hoe meer we het probleem willen “managen”, hoe minder menselijk het wordt.
Een systeem dat werkt… behalve voor de mens
De cijfers passen in een breder patroon: bijna de helft van de Belgen zit volgens de studie in een negatieve mentale spiraal. 31 procent zegt effectief met een mentaal gezondheidsprobleem te kampen, 18 procent rapporteert depressieve klachten.
Maar tegelijk zoekt bijna de helft (48 procent) geen professionele hulp. Niet omdat het probleem er niet is, maar omdat het te duur is, of omdat men “denkt dat het wel zal overgaan”.
Dat is misschien het meest veelzeggende cijfer van allemaal: we weten dat het niet goed gaat, maar we schuiven het door.
AI als goedkope schouder om op te huilen
Opvallend is dat meer dan de helft van de Belgen inmiddels AI gebruikt voor mentale ondersteuning — bij jongeren zelfs 74 procent. Een digitale gesprekspartner die altijd luistert, nooit moe wordt en nooit vraagt om een afspraak te maken.
Maar daar zit ook een schaduwkant: één op de vijf gebruikers kreeg volgens de studie problematische of schadelijke antwoorden.
Het probleem is niet dat mensen geen hulp zoeken. Het probleem is dat ze hulp zoeken waar ze die goedkoopst kunnen vinden.
Werkvloer als blinde vlek
Op de werkvloer blijft mentale ondersteuning opvallend afwezig. Bij 40 procent van de werknemers is er geen enkel initiatief rond mentaal welzijn, terwijl 80 procent zegt er wél gebruik van te zouden maken als het bestond.
Dat is geen gebrek aan interesse. Dat is een mismatch tussen nood en aanbod.
En dan de kernvraag
We blijven dus hangen in dezelfde paradox: meer werken, meer presteren, meer controleren — terwijl steeds meer mensen mentaal uitvallen in precies dat systeem.
Misschien is het probleem niet dat mensen “niet mee kunnen”.
Misschien is het systeem gewoon vergeten dat mensen geen Excelbestanden zijn.
En ergens daartussen zit de ongemakkelijke conclusie die niemand graag in een beleidsnota zet: een mens leeft niet om te werken. Hij werkt om te leven.
(Foto: Shutterstock)