Francken versus fictie: als spierballen het winnen van cultuur.
Soms zegt een uitspraak meer over degene die ze doet dan over het onderwerp zelf. Wat Theo Francken deze week liet optekenen, is daar een schoolvoorbeeld van. Een populaire fictieve militair wegzetten als schadelijk voor het imago van het leger, om vervolgens een mediagezicht met spierballen naar voren te schuiven als ideaalbeeld — het is een redenering die schuurt én een schaametloze beledeging voor de overleden Jonny Voners.
Botsing met cultureel erfgoed
Tijdens een lezing aan de UGent haalde Francken uit naar Xavier Waterslaeghers, het iconische personage uit F.C. De Kampioenen. Volgens de minister heeft dat typetje het imago van het leger geen goed gedaan.
Die uitspraak raakt aan meer dan een televisiereeks. Waterslaeghers is uitgegroeid tot cultureel erfgoed, een karikatuur die net door zijn overdrijving herkenbaar werd. Het wegzetten van zo’n figuur als schadelijk, getuigt niet alleen van een beperkte lezing van humor, maar ook van een weinig genuanceerde kijk op hoe beeldvorming werkt.
Spierkracht als maatstaf?
Tegelijk schuift Francken Ward Lemmelijn naar voren als voorbeeld van het soort profielen dat Defensie nodig heeft: jong en fysiek sterk. Op zich is de focus op fitheid logisch binnen een militaire context.
Maar de manier waarop dat gebeurt, roept vragen op. Lemmelijn is de voorbije jaren uitgegroeid tot een mediagezicht dat opvallend sterk werd gepositioneerd door televisie via Dancing with the Stars. Zijn overwinning daar was schaamteloos geforceerd: een traject waarin de zender duidelijk plannen had met zijn profiel, en waarbij zelfs professionele beoordelingen onder druk leken te staan om een vooraf uitgetekend narratief te bevestigen.
Die context maakt van Lemmelijn minder een spontaan rolmodel en meer een geconstrueerd uithangbord. En net dat wringt wanneer hij wordt opgevoerd als toonbeeld van wat Defensie nodig heeft.
Imago versus realiteit
Defensie kampt al langer met een verouderd imago en zoekt naar manieren om jong talent aan te trekken. Francken wil dat beeld bijsturen en benadrukt dat de gemiddelde militair vandaag professioneel en goed getraind is. Maar is dat zo?
Door zich af te zetten tegen een fictief personage en tegelijk een mediaproduct naar voren te schuiven, is de boodschap oppervlakkig. We vrezen dat Francken hiermee het recruteren van onze jeugd herleidt tot het recruteren van (kanonnen)vlees. We mogen ervan uitgaan dat een modern leger vraagt meer dan fysieke kracht. Het vraagt mensen met inzicht, discipline en strategisch vermogen.
Wie dat reduceert tot een tegenstelling tussen een komisch personage en een mediagezicht, is niet alleen een macho, maar ook een cultuurbarbaar die een overleden acteur door het slijk haalt.
(Foto: Koen Blanckaert/Didie Lebrun/Photo News)