Brussel kreunt. De hoofdstad kan amper haar begroting rond krijgen, de metro-uitbreiding zit vast in politieke drijfzand en publieke diensten klagen steen en been dat er geen middelen zijn.
Maar één man hoeft zich alvast geen zorgen te maken over de centen: Yves Goldstein, PS’er en sinds enkele jaren directeur van Kanal – Centre Pompidou. De man strijkt jaarlijks een slordige 141.000 euro bruto op . Terwijl de gemiddelde Brusselaar zich blauw betaalt aan belastingen en steeds minder terugziet voor dat geld, parkeert Goldstein zich comfortabel in de culturele zetel van de stad.
Het is niet de eerste keer dat Goldstein de jackpot binnenhaalt. In 2021 lag zijn loon al tussen de 114.000 en 159.000 euro, in 2022 tussen de 121.000 en 153.000 euro . Een constant hoogvliegende graaicultuur dus, netjes verpakt in de schone schijn van een cultureel project. Maar wie vandaag rond het oude Citroëngebouw wandelt, ziet vooral beton, leegstand en eindeloze beloftes. Het museum is nog steeds niet af, maar de directeur cashte wel al drie jaar lang.
De ironie? Goldstein is socialist. Officieel lid van de PS, een partij die zich opwerpt als verdediger van de gewone man. Een partij die moord en brand schreeuwt wanneer CEO’s zich verrijken, maar vrolijk toekijkt wanneer één van hun eigen getrouwen exact hetzelfde doet. Het verschil is dat de top van Engie of Proximus tenminste nog winstgevende bedrijven leidt. Goldstein daarentegen dirigeert een cultuurtempel die de belastingbetaler elk jaar miljoenen kost zonder dat er een noemenswaardige return is.
Brussel zakt intussen weg in een financieel moeras. Volgens de laatste cijfers loopt het begrotingstekort op tot meer dan 1 miljard euro. Openbare werken worden uitgesteld, onderwijs snakt naar middelen, de MIVB ziet haar capaciteit piepen en kraakt. Maar de politieke elite vindt het blijkbaar vanzelfsprekend dat een directeur van een onaf museum meer verdient dan de eerste minister van dit land. Voor wie het nog niet wist: De Croo moet het stellen met ongeveer 295.000 euro bruto per jaar – een bedrag waar Goldstein met zijn “culturele missie” gevaarlijk dicht bij in de buurt komt.
Het is de logica van de PS-kliek: jobs en postjes voor kameraden, zonder oog voor de schandalige symboliek. Want dit gaat niet enkel om geld, maar om geloofwaardigheid. Hoe kan een partij die predikt dat solidariteit en herverdeling centraal staan, tegelijk toestaan dat een van hun boegbeelden vet betaald wordt voor een project dat amper tastbare resultaten oplevert? De gewone Brusselaar merkt er niets van, behalve dat de rekeningen hoger worden.
Goldstein zelf zal dit waarschijnlijk verdedigen als een marktconforme vergoeding voor een internationale functie. Maar laten we eerlijk zijn: in een stad waar de kinderarmoede boven de 30 procent ligt, waar duizenden gezinnen afhankelijk zijn van voedselbanken, is het grotesk dat er meer dan 140.000 euro wordt uitgekeerd voor een man die vooral bekendstaat als de politieke rechterhand van ex-minister-president Rudi Vervoort. Het gaat minder om cultuur en meer om partijpolitiek: Kanal is voor de PS een prestigeproject, een cultureel uithangbord, en Goldstein is de man die er de sleutel van kreeg.
De vraag is niet of Goldstein zijn werk goed doet. De vraag is of Brussel het zich kan veroorloven. Een regio die steeds dieper in het rood duikt, zou andere keuzes moeten maken. Terwijl de bevolking kreunt onder inflatie, energieprijzen en een vastlopende mobiliteit, blijft de politieke bovenlaag zichzelf bedienen. Het is een klucht, maar wel een dure.
Wie vandaag door Brussel wandelt, ziet chaos: kapotte metrostellen, verloederde wijken, scholen met barakken. Dat er ondertussen een socialist zit te cashen aan de top van een onaf museumproject, is een klap in het gezicht van elke belastingbetaler.