Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

2.000 mensen hielden in Brussel mars tegen antisemitisme

Redactie - 13-10-2025

Antisemitisme is geen kritiek op Israël – en al zeker geen kritiek op Netanyahu, maar…

Zowat tweeduizend mensen trokken dit weekend door Brussel met een duidelijke boodschap: stop het antisemitisme. De mars werd georganiseerd door de Alliantie voor Vrede in het Midden-Oosten, en herdacht tegelijk de terreuraanval van 7 oktober 2023 — je weet wel, de dag waarop Hamas Israël trof met ongeziene wreedheid. Maar wat begon als een oproep tot herdenking en verdraagzaamheid, werd al snel een demonstratie met meer politieke dan morele ondertonen.

Want achter de slogans tegen haat, klonk ook steun aan de staat Israël – en daar wringt het schoentje.

De grens tussen haat en kritiek

Voorzitter Yves Oschinsky van het Coördinatiecomité van Joodse Organisaties in België (CCOJB) noemde 7 oktober “een barbaarse aanval zonder enig menselijk gevoel”. Daar viel weinig op af te dingen. Maar toen hij eraan toevoegde dat “de vijandigheid tegenover de Joodse gemeenschap op een zorgelijke manier toeneemt”, werd de boodschap dubbelzinnig.

Want wat bedoelen we vandaag precies met antisemitisme? Gaat het over de haat tegenover Joodse mensen – die onmiskenbaar bestaat en in Europa weer alarmerend zichtbaar wordt – of over kritiek op het beleid van een regering die zich steeds autoritairder gedraagt?

De realiteit is dat die twee zaken vandaag doelbewust door elkaar worden gehaald. Wie zich kritisch uitlaat over de oorlog in Gaza of de politiek van premier Benjamin Netanyahu, riskeert meteen in het kamp van de antisemieten te worden gezet.

Een mars met barsten

Niet iedereen binnen de Joodse gemeenschap kon zich vinden in de toon van de betoging. De Union progressiste des Juifs de Belgique weigerde mee te stappen, uit protest tegen wat ze “de vermenging van de strijd tegen antisemitisme met steun aan de Israëlische regering” noemde.

Ook het Golem-collectief sprak van “een ongeloofwaardige vredesboodschap”. In de toespraken, merkten ze op, was geen plaats voor het lot van Palestijnse burgers – nochtans ook slachtoffers van geweld, zij het aan de andere kant van de grens.

Met andere woorden: de mars tegen haat leek vooral één kant van het morele kompas te belichten.

De kunst van het onderscheid maken

Antisemitisme is een plaag die opnieuw om zich heen grijpt. Dat valt niet te ontkennen. Maar het misbruiken van dat woord als politiek schild – om elke vorm van kritiek op de Israëlische staat te neutraliseren – is even gevaarlijk.

Wie zich verzet tegen de bombardementen in Gaza, tegen de bezetting van de Westelijke Jordaanoever of tegen de manier waarop Netanyahu’s regering internationaal recht negeert, is geen antisemiet. Wie opkomt voor burgerrechten van Palestijnen, betwist geen religie, maar een regime.

Het is niet antisemitisch om van een democratie te verwachten dat ze zich als zodanig gedraagt. Het is niet haatdragend om te vinden dat oorlogsmisdaden, van welke kant ook, vervolgd moeten worden.

Tussen slachtofferschap en verantwoordelijkheid

De mars in Brussel was oprecht bedoeld. De angst onder Joodse burgers is reëel, en elke aanval of dreiging is er één te veel. Maar wie echt vecht tegen haat, moet het onderscheid durven maken tussen geloof en macht, tussen gemeenschap en regering, tussen slachtoffer en dader.

Zonder dat onderscheid verwordt de strijd tegen antisemitisme tot een moreel rookgordijn dat kritiek verstikt. En zo maken we van een noodzakelijk debat opnieuw een religieus taboe.

Of, om het cru te zeggen: wie kritiek heeft op Netanyahu, haat geen Joden. Hij haat hypocrisie.

(Foto: Didier Lebrun/Photo News)

Nieuws nationaal Antisemitisme Protestmars

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken