Nieuw vervoersplan De Lijn werkt averechts: recordaantal klachten na invoering Hoppin.
Het nieuw vervoersplan moest een frisse start worden voor het openbaar vervoer in Vlaanderen, maar anno 2025 is het vooral een dossier van toenemende frustratie, uitgedunde haltes en lege beloftes geworden. De cijfers liegen er niet om: met een recordaantal van 87.000 klachten beleefde De Lijn in 2024 zijn meest geplaagde jaar ooit. Tien, hoe zou dat nu toch komen? Een plan dat mobiliteit beloofde, maar vooral mensen liet wachten — op een bus die vaak niet kwam. Zou dat het zijn?
Een ramp
Stiptheid, of het structureel gebrek daaraan, bleek nog maar eens het grootste pijnpunt. Maar ook het verminkte aanbod en de overhaaste reorganisatie van lijnen joegen de pendelaar collectief in de gordijnen. De cijfers komen uit het jaarverslag van de Vlaamse ombudsdienst, dat gisteren in het Vlaams Parlement werd gepresenteerd — met het soort diplomatische fluwelen voorzichtigheid die alleen ambtenaren hanteren als ze bedoelen: “Dit is een complete ramp.”
Een plan met een naam, maar zonder richting
Het nieuwe vervoersplan ‘Hoppin’, werd gelanceerd in januari 2024. Het zou het busverkeer flexibeler, efficiënter en klantgerichter maken. In de praktijk kwam het neer op het schrappen van haltes, het uitdunnen van trajecten en het overbelasten van overstappunten. Een Kafkaiaans kluwen van apps, belbussen en overstapbeloftes die de reiziger alleen maar verder van zijn bestemming bracht.
Volgens De Lijn is de klachtentsunami te wijten aan de “ingrijpende netwerkaanpassingen” en “operationele uitdagingen”. In mensentaal: we hebben lijnen omgelegd, chauffeurs zijn er te weinig, bussen te oud, en door de files geraakt niemand nog ergens op tijd.
Het excuus klinkt ondertussen even roestig als de voertuigen zelf. De stijging van klachten over stiptheid (+59 procent) en aanbod (+140 procent) is niet alleen statistisch dramatisch, ze bevestigt wat elke busgebruiker al maanden weet: dit is een hervorming zonder onderbouw. Een herschikking van het niks.
Reiziger als proefkonijn
Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) houdt voorlopig vast aan het positieve frame. “We hebben 4,5 procent meer reizigers”, klinkt het kinderachtig. Alsof een lichte stijging — na jarenlange terugval — voldoende is om de structurele chaos te verbloemen. “Er zijn miljoenen tevreden mensen”, zegt ze, terwijl 87.000 anderen formeel het tegendeel beweren. Danku voort de middelvinger, mevrouw de N-VA-minister.
Volgens De Ridder is het allemaal een kwestie van aanpassen, bijsturen en blijven investeren. Zo pompt de Vlaamse regering 400 miljoen euro in het openbaar vervoer. Maar zoals oppositielid Bogdan Vanden Berghe (Groen) het scherp stelt: “Daarmee vervang je alleen de stokoude bussen met een miljoen kilometer op de teller. De geschrapte haltes komen niet terug. De onvrede evenmin.”
De Lijn als bliksemafleider van beleidsfalen
Opvallend is dat De Lijn ondertussen goed is voor meer dan de helft van álle klachten over de Vlaamse overheid. Van de 161.000 klachten in 2024 gingen er 87.000 naar de vervoersmaatschappij. De ombudsvrouw moest met lichte gêne opmerken dat bij andere overheidsdiensten — zoals Welzijn en Fiscaliteit — het aantal klachten juist daalde. De rotte appel in de mand staat dus op wielen.
In het parlement klinkt er intussen ongeduld. Vooruit-fractieleider Kris Verduyckt roept op tot meer politieke moed: “We dragen de gevolgen van jarenlange besparingen. Dat los je niet op in één legislatuur. Dit wordt een traject van 15 tot 20 jaar.” Met andere woorden: de reiziger zit nog wel even vast in de wachtzaal. Zou Theo Francken niet wat extra geld kunnen vrijmaken?
Geen vooruitgang zonder fundament
Zelfs wie gelooft in het nut van een hervorming, kan moeilijk ontkennen dat Hoppin te snel, te vaag en te ondoordacht werd uitgerold. De reiziger moest wennen aan het nieuwe systeem, terwijl het systeem zelf nog niet klaar was. En zo draaide een plan voor meer bereikbaarheid uit op massaal probleem van onbereikbaarheid.
Over twee weken, op 22 mei, komt het debat opnieuw op tafel in het Vlaams Parlement. Maar tenzij er fundamentele keuzes worden gemaakt — over investeringen, personeel, infrastructuur en politieke verantwoordelijkheid — blijft De Lijn vooral wat het vandaag is: een zinkend schip op wielen, met een logo van de overheid op de boeg.
(Foto: Shutterstock)