De inflatie stijgt, de centenindex remt af: dit verandert er voor jouw loon.
De inflatie stijgt opnieuw stevig boven de 4 procent en dat wordt stilaan voelbaar in het dagelijkse leven van de Belg. Hogere prijzen aan de pomp, duurdere boodschappen en fors stijgende reis- en energiekosten zetten de koopkracht verder onder druk.
Waar producten en diensten een jaar geleden gemiddeld 100 euro kostten, betaalt de consument vandaag ruim 104 euro. Dat verschil lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar weegt zwaar door omdat verschillende kosten tegelijk stijgen terwijl lonen en uitkeringen de prijsstijgingen niet altijd onmiddellijk volgen.
Vooral brandstoffen zijn fors duurder geworden, net als geneesmiddelen, vakanties en vliegtickets. De aanhoudende geopolitieke spanningen en hoge energieprijzen dreigen bovendien nog verder door te sijpelen naar andere sectoren van de economie.
Het gevolg is dat de koopkracht van veel gezinnen verder afneemt, ondanks de automatische indexering van lonen en uitkeringen.
De oorlog die nu ook in jouw portefeuille woont
De oorlog in en rond Iran wordt intussen niet alleen meer uitgevochten met raketten en dreigementen, maar ook via de bankkaart van de gemiddelde Europeaan.
Energieprijzen sijpelen zoals altijd door naar zowat alles. Want in België bestaat geen enkel product meer zonder een toeslag voor chaos. Brood, transport, verzorging, vakanties: alles krijgt vroeg of laat een geopolitieke meerprijs.
Terwijl gezinnen opnieuw beginnen rekenen aan hun boodschappenkar, blijft de politieke boodschap dezelfde: “we moeten verantwoord omgaan met de begroting.”
Lees: jij en ik gaan opnieuw een stuk van de rekening betalen.
De spilindex komt eraan, maar Arizona haalt meteen de schaar boven
Normaal zou de stijgende inflatie betekenen dat lonen, pensioenen en uitkeringen automatisch volgen via de index. België had ooit het revolutionaire idee dat mensen niet massaal armer moesten worden wanneer alles duurder wordt.
Dat systeem wordt nu vakkundig afgevlakt.
Want net nu de spilindex vermoedelijk opnieuw overschreden wordt, voert Arizona haar fameuze “centenindex” in. Een naam die klinkt alsof iemand op een kabinet een brainstorm hield met een marketingbureau voor budgetsupermarkten.
De essentie is simpel: indexeren mag nog, maar liefst niet te veel.
Meer verdienen? Dan wordt jouw index afgeroomd
Voor wie minder dan 4.000 euro bruto verdient, verandert voorlopig weinig. Maar vanaf daar begint de overheid letterlijk te knippen in de automatische loonaanpassing.
Wie meer verdient, ziet zijn indexering afgetopt.
Ook pensioenen en uitkeringen worden afgeremd vanaf 2.000 euro bruto.
Met andere woorden: de overheid erkent dat alles duurder wordt, maar beslist tegelijk dat niet iedereen daar volledig voor gecompenseerd hoeft te worden.
Het mooie woord daarvoor is “loonmatiging”.
De minder mooie vertaling: koopkracht afremmen om begrotingsgaten te vullen.
Tijdelijke maatregel? Natuurlijk. Zoals altijd.
Zoals elke besparing in België wordt ook deze verkocht als “tijdelijk”. Een overgangsmaatregel. Een technische correctie. Geen structurele ingreep.
Alleen leert de geschiedenis dat tijdelijke besparingen zich in dit land gedragen als vochtplekken: eens ze er zijn, verdwijnen ze zelden nog volledig.
En zelfs wanneer de aftopping later zou verdwijnen, blijft het verlies permanent doorwerken in je loon, pensioen en toekomstige indexeringen.
Eén keer afgeroomd betekent: voor altijd een kleinere basis.
De Belgische paradox: werken, betalen en achterblijven
Het cynische aan het hele verhaal is dat België tegelijk blijft pronken met automatische indexering als sociaal schild, terwijl dat schild stilaan gaten krijgt langs alle kanten.
De inflatie blijft stijgen. De energiekosten lopen op. De prijzen schuiven maand na maand verder omhoog.
Arizona verkoopt zichzelf als economisch verantwoordelijk.
Aan de keukentafel voelt het vooral als een boodschap die steeds vaker terugkomt: werken mag, maar verwacht niet dat je er rijker van wordt.
(Foto: Shutterstock)