Een maatregel op papier kan het verschil maken tussen leven in de zaak of licht uit om tien uur.
In de Wetstraat wordt weer gerekend, geschoven en geschrapt. De federale regering zoekt miljarden om de begroting op orde te krijgen, en daarbij ligt ook het systeem van fiscaal voordelige flexi-jobs onder het vergrootglas. Ooit bedoeld als tijdelijke maatregel, maar uitgegroeid tot een structureel vangnet voor werkgevers én werknemers.Nu dat net dreigt te scheuren, trekt Horeca Vlaanderen aan de alarmbel: zonder flexi’s verliest België een van zijn meest herkenbare symbolen — het café.
De fiscale rek is eruit
Volgens experts in arbeidsmarktbeleid is het debat voorspelbaar, maar gevaarlijk. Flexi-jobs, ooit ingevoerd om de witte kassa te compenseren, zijn intussen een essentieel onderdeel van de horecastructuur geworden. Werknemers die tot 12.000 euro per jaar bijverdienen, doen dat netto zonder fiscale aftrek, terwijl werkgevers minder sociale lasten betalen. Dat maakt het systeem bijzonder aantrekkelijk — misschien té aantrekkelijk, zo luidt het in de federale besprekingen.
Politieke partijen kijken naar de maatregel als een mogelijke melkkoe: het zou miljarden kunnen opleveren om de begrotingsputten te dichten. Maar de rekenmachine in Brussel houdt geen rekening met de realiteit aan de tapkraan. De Wetstraat spreekt over ‘fiscale efficiëntie’, de horeca over ‘overlevingsstrategieën’.
Vlaanderen draait op flexi’s
Uit cijfers blijkt dat maar liefst 82,5 procent van alle flexi-uren in Vlaanderen wordt gepresteerd. Het systeem houdt cafés, brasseries en restaurants letterlijk open in piekmomenten. Volgens gegevens van Horeca Vlaanderen werken bijna 100.000 mensen als flexi-jobber in de sector — goed voor een kleine tien procent van alle gepresteerde uren.
Zonder die handen aan de toog en achter het fornuis, zeggen experten, komt de sector onvermijdelijk onder druk te staan. Een ledenbevraging toont dat 94 procent van de horeca-uitbaters vreest dat flexi-jobbers zullen afhaken bij een fiscale aanpassing. De helft verwacht dat het vaste personeel overbelast raakt, en één op drie denkt eraan om openingsuren te beperken.
Horeca Vlaanderen noemt dat scenario ronduit nefast: “Zonder flexi’s bolwerken we de weekends niet. We verliezen niet
Een Vlaamse sector in de vuurlinie
De timing is bijzonder pijnlijk. Vlaanderen, dat historisch drijft op zijn café- en restaurantcultuur, zou het zwaarst getroffen worden door een verstrenging. De Belgische horeca is goed voor bijna 300 miljoen euro aan extra koopkracht via flexi-jobs, geld dat rechtstreeks in lokale economieën terechtkomt.
Het afbouwen van dat systeem zou volgens kenners niet alleen banen kosten, maar ook de beleving veranderen. Minder personeel betekent langere wachttijden, lagere kwaliteit en een verschraling van het sociaal weefsel dat zich traditioneel rond het café en het restaurant vormt.
“De Vlaamse horeca is niet alleen een economische sector, maar ook een cultuurdrager,” klinkt het in vakkringen. “Een belasting op flexibiliteit is een belasting op ontmoeting.”
Begroting versus beleving
Economische experten waarschuwen dat de begrotingswinst van een aanpassing aan het flexi-statuut eerder “symbolisch” zal zijn. Het tekort verkleinen door een sector die al met hoge lasten kampt, raakt volgens hen aan de verkeerde kant van de rekenmachine. De structurele problemen in de Belgische begroting liggen dieper dan enkele honderden miljoenen uit bijverdiensten.
Bovendien wijzen fiscalisten erop dat de horeca de voorbije jaren al werd geconfronteerd met een hogere werkgeversbijdrage — van 25 naar 28 procent — en een plafond dat verdere groei afremt.
Een land met te veel breuklijnen
De discussie rond de flexi-jobs is symptomatisch voor wat veel waarnemers een bredere bestuurlijke impasse noemen. De federale regering zoekt naar geld, de gemeenschappen en gewesten schuiven de verantwoordelijkheid heen en weer. Elke hervorming raakt aan een belangenconflict: Vlaanderen verdedigt zijn cafécultuur, Brussel zijn horeca van expats en toeristen, Wallonië vreest banenverlies in de zorg.
Maar als zelfs het café — hét symbool van samenhorigheid — het slachtoffer wordt van een begrotingsoorlog, dan is de verdeeldheid niet langer politiek, maar cultureel.
(Foto: Shutterstock)