Vooruit en Les Engagés dromen van miljoenen uit vermogen, maar bedrijfsleven slaat alarm: “Dan vertrek ik gewoon”.
Een belasting op de rijkste Belgen staat mooi verkiezingsaffiches: rechtvaardig, herverdelend en goed voor de begroting. In de realiteit blijkt het idee vooral één ding te zijn: politiek explosief.
Twee regeringspartijen, Vooruit en Les Engagés, schuiven opnieuw een rijkentaks naar voren. Officieel om de begrotingsput te helpen vullen. Officieus omdat “de sterkste schouders” volgens hen meer moeten dragen. De vraag is alleen: kan het ook echt, of blijft het vooral fiscale sciencefiction?
Begroting in het rood, belastingfantasie in opmars
Premier Bart De Wever (N-VA) wacht intussen op het rapport van het Monitoringcomité. De boodschap wordt naar verwachting weinig vrolijk: België moet richting een besparing van ongeveer 10 miljard euro.
In die context duikt de rijkentaks opnieuw op als klassieke politieke reflex: als de begroting kraakt, kijk je naar het vermogen van een ander.
Vooruit wil een belasting van 0,3 procent op vermogens boven 1 miljoen euro, met vrijstelling van de eerste miljoen en de gezinswoning. Volgens de partij kan dat ongeveer 1 miljard euro per jaar opleveren.
Les Engagés gaan nog een stap verder in de gelaagdheid: tarieven die oplopen van 0,15 tot 0,60 procent, vanaf 500.000 euro vermogen (exclusief woning). De opbrengst: tot 2 miljard euro, al blijft dat vooral een raming op papier.
De Odoo-test: als de belasting te concreet wordt
Zodra het debat uit de politieke bubbel komt, wordt het minder theoretisch.
Fabien Pinckaers, CEO van het Waalse softwarebedrijf Odoo, liet verstaan dat hij België zou verlaten als zo’n taks er komt. Niet omdat hij per se tegen belastingen is, maar omdat de rekening voor hem persoonlijk oploopt tot meer dan 30 miljoen euro per jaar.
Zijn argument: zijn vermogen zit grotendeels in aandelen van zijn bedrijf, niet op een bankrekening. “Ik heb 100.000 euro liquide,” klonk het, maar wel een participatie in een bedrijf dat intussen op 10 miljard euro wordt gewaardeerd.
Een klassiek spanningsveld: papiervermogen versus cashrealiteit. Politiek vaak genegeerd, fiscaal niet.
Meerderheid twijfelt, maar idee blijft terugkomen
Hoewel twee coalitiepartners enthousiast blijven, lijkt de rest van de regering weinig zin te hebben om mee te stappen.
MR, N-VA en CD&V wijzen op bestaande belastingen op kapitaal én op de fragiele concurrentiepositie van België. Het land heft al op verschillende niveaus belastingen op vermogen, effecten en inkomsten uit kapitaal. Een extra laag erbovenop is moeilijk te verkopen zonder economische bijsluiter.
Een belasting zonder kadaster
Een terugkerend technisch probleem: België heeft geen volledig vermogenskadaster. In theorie betekent dat: je weet niet exact wie wat bezit.
Volgens fiscalisten zoals Mark Delanote (UGent / KPMG Law) in ‘De Tijd’ is dat geen onoverkomelijk obstakel. Data bestaan verspreid over banken, notarissen en overheidsdatabanken. Bovendien kan een aangifteverplichting veel oplossen, klinkt het.
Met andere woorden: het is uitvoerbaar. Maar vooral op voorwaarde dat je bereid bent een stevige administratieve machine op te zetten om het vermogen van burgers in kaart te brengen.
Wereldwijde trend: afbouwen in plaats van invoeren
Wat het debat extra ongemakkelijk maakt: internationaal is de richting al jaren duidelijk.
Twaalf landen hebben hun vermogensbelasting afgeschaft, waaronder Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zweden. Vandaag blijven er wereldwijd nog maar een handvol over: onder meer Spanje, Zwitserland en Noorwegen.
De trend is dus niet “meer belasting op vermogen”, maar net het omgekeerde.
Verstandig of symbolisch?
Volgens Delanote is een brede vermogensbelasting economisch moeilijk te verdedigen in een land waar arbeid en kapitaal al zwaar belast worden. Het risico: dubbele heffing op inkomen dat al eens belast is.
Hij ziet wel ruimte voor een meer gerichte aanpak, maar dan enkel voor de absolute top. Niet de klassieke “miljonair”, maar de echte supervermogenden met internationale mobiliteit en grote marktmacht.
Of zoals hij het omschrijft: mensen die hun vermogen wereldwijd laten bewegen en nauwelijks nog in klassieke categorieën passen.
Wat hebben we vandaag geleerd
De rijkentaks is op papier snel verkocht: een percentage hier, een drempel daar, en de begroting lijkt plots minder rood.
In de praktijk botsen dezelfde oude problemen op elkaar: mobiliteit van kapitaal, gebrek aan volledige data, internationale concurrentie en een bedrijfswereld die steeds sneller met de voeten stemt.
Of samengevat: het is een idee dat perfect werkt in een powerpointpresentatie. Tot iemand de rekening echt moet betalen.
(Foto: Pixabay/Vincent Duterne/Photo News)