Van Bossuyt onder vuur: “Ze wist van betaling van dwangsommen, maar zweeg in het parlement.”
Er zijn van die dossiers die op het eerste gezicht over asielopvang en dwangsommen gaan, maar bij nader inzien iets veel fundamentelers blootleggen: een groeiende politieke reflex waarbij verkozen ministers de indruk wekken dat regels vooral gelden voor de administratie, de rechtbank en de tegenpartij — maar niet noodzakelijk voor henzelf.
De zaak rond minister van Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) past perfect in dat patroon.
Geen betaling… tot er wél betaald werd
Eind april wordt de Belgische Staat verplicht om een dwangsom van 39.000 euro uit te betalen aan vier asielzoekers, na een veroordeling wegens gebrekkige opvang. Een dossier dat al jaren aansleept, met duizenden veroordelingen en miljoenen aan opgelegde dwangsommen.
Officieel was het jarenlang “nooit betalen”. Ook politiek klonk dat hard en duidelijk: geen geld naar dwangsommen, punt.
Van Bossuyt zei op 22 april in de Kamer nog dat ze “die dwangsommen niet kan en zal betalen”. Kort en duidelijk. Politieke spierballentaal die goed klinkt in debat en campagne.
Alleen: achter de schermen liep op dat moment al iets anders.
De mail die het verhaal kantelt
Uit mailverkeer tussen de kabinetten van minister Vanessa Matz (Les Engagés) en Van Bossuyt, ingezien via openbaarheid van bestuur, blijkt dat de administratie wél degelijk op de hoogte was van een nakende uitbetaling.
Een medewerker van Matz schreef diezelfde ochtend nog dat er “geen andere optie lijkt dan over te gaan tot uitvoering van het rechterlijk besluit”.
Het kabinet van Van Bossuyt antwoordde daarop beleefd: “Hou je me verder op de hoogte van eventuele ontwikkelingen in dit dossier?”
En toch, nog diezelfde dag, zegt Van Bossuyt in het parlement dat er geen betaling zal gebeuren.
Feitelijk loopt op dat moment de betaling al via een andere ministeriële pijplijn.
Twee waarheden, één probleem
Volgens de oppositie is dat geen semantische discussie meer.
“Het parlement werd bewust misleid,” klinkt het bij Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang). De redenering: wie in het parlement stelt dat er niet betaald wordt, terwijl op datzelfde moment een andere minister de betaling uitvoert, houdt minstens cruciale informatie achter.
Van Bossuyt zelf ontkent dat. Zij houdt vol dat haar antwoord correct was op het moment van de vraag: haar diensten hadden op dat moment nog niets uitbetaald. Bovendien wijst ze erop dat het dossier al publiek bekend was en dat ze “in eer en geweten” heeft geantwoord.
Maar dat is precies waar de spanning zit: niet in wat technisch klopt, maar in wat politiek wordt verteld.
Nieuwe politieke reflex: regels als selectief instrument
En daar wringt het breder dan dit ene dossier.
Steeds vaker ontstaat het beeld van een politiek model waarin regeringsleden zich gedragen alsof regels flexibel zijn zodra ze botsen met hun politieke communicatie. Rechtspraak wordt iets dat je “respecteert wanneer het past”, administratie iets dat “tijd nodig heeft”, en parlementaire controle iets dat vooral vervelend is als het te precies begint te worden.
Het doet denken aan een stijl van een zelfverklaarde blonde god in de VS die een vorm van politiek bedrijft waarin de waarheid niet verdwijnt, maar wordt opgedeeld in versies — één voor het parlement, één voor de achterban, en één voor de administratie die het uiteindelijk mag uitvoeren. Of, om het scherp te zeggen: een soort institutioneel selectief geheugen, waarbij verantwoordelijkheid altijd net buiten beeld ligt.
Parlementaire controle onder druk
De kern van de kritiek gaat dus niet enkel over één betaling of één antwoord, maar over iets fundamentelers: kan het parlement nog vertrouwen op volledige informatie wanneer ministers spreken?
Want in dit dossier is de technische realiteit duidelijk: er was een rechterlijk bevel, een administratie die uitvoert, en een politieke communicatie die iets anders suggereert.
Die kloof is precies waar het politiek vertrouwen begint te schuiven.
Volgende ronde in het parlement
De oppositie plant de kwestie alvast opnieuw op de agenda. Maar de echte vraag gaat verder dan dit incident: hoe vaak gebeurt dit nog zonder dat het zichtbaar wordt in mails of timing?
En belangrijker: wanneer wordt het nog uitzonderlijk, en wanneer wordt het gewoon politiek gebruik?
Als regels alleen nog gelden wanneer ze handig zijn, is het geen rechtsstaat met politieke controle meer. Dan is het politieke controle over de rechtsstaat.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)