“Zo’n sterke vrouw heb ik nog nooit ontmoet.”
De doorgaans nuchtere Ruben Van Gucht laat in zijn column in Nina opvallend openhartig in zijn kaarten kijken. Wanneer het over zijn vrouw Blanka Vlašić gaat, maakt bewondering al snel plaats voor pure verering. Van Gucht spaart de superlatieven niet en schildert haar af als een vrouw met een bijna onwaarschijnlijke mentale kracht.
“Fenomenaal sterk”
Wie dacht dat de relatie tussen Van Gucht en Vlašić vooral gebouwd was op glamour en bekendheid, krijgt een ander beeld voorgeschoteld. De Sporza-commentator benadrukt vooral haar karakter. Volgens hem is Blanka niet alleen zelfstandig en gefocust, maar ook uitzonderlijk standvastig.
Van Gucht klinkt daarbij bijna verbluft door haar ingesteldheid. Vooral haar drang om doelen te bereiken en daar compromisloos alles voor opzij te zetten, maakt indruk. Het is duidelijk dat hij niet alleen naar haar kijkt als voormalige topsportster, maar vooral als iemand die leeft volgens discipline, structuur en wilskracht.
Meer dan een ex-topsportster
Dat Blanka Vlašić een indrukwekkend sportpalmares heeft, hoeft nauwelijks nog uitleg. De Kroatische domineerde jarenlang het hoogspringen, verzamelde wereldtitels en olympische medailles en groeide uit tot één van de absolute uithangborden van de atletiekwereld.
Maar volgens Van Gucht stopt haar sterkte niet bij sportieve prestaties. Achter de schermen ziet hij vooral een vrouw die nog altijd dezelfde topsportmentaliteit ademt. Geen excuses, geen drama, geen half werk.
Van Gucht toont zeldzame emotionele kant
De sportjournalist staat niet bepaald bekend om grote emotionele uithalen. Net daarom vallen zijn uitspraken extra op. Waar bekende koppels vaak vervallen in obligate complimentjes voor de camera, klinkt Van Gucht opvallend oprecht en uitgesproken. Toch?
Zijn woorden schetsen een beeld van diepe bewondering voor een vrouw die volgens hem niet alleen uitzonderlijk presteerde op de atletiekpiste, maar ook daarbuiten nog altijd indruk maakt met haar karakter en mentale weerbaarheid.
En toch?
(Foto: PD)