Maffia of piraterij? Kies maar.
Trump begint een oorlog, veroorzaakt daarmee de sluiting van de Straat van Hormuz, en biedt de wereld nu galant aan om ze weer open te doen — tegen twintig procent van je lading. In de betere buurten heet dat beschermgeld.
Maffiapraktijken
"Mooie lading heb je daar. Zou zonde zijn als er iets mee gebeurde." Dat is de oudste zin uit het handboek van de georganiseerde misdaad, de zin waarmee elke kruidenier in elke maffiafilm zijn maandelijkse enveloppe leert afgeven. Sinds maandag is het ook het buitenlands beleid van de Verenigde Staten. Donald Trump heeft aangekondigd dat zijn land voortaan door het leven gaat als "de bewaker van de Straat van Hormuz", en dat die bewaking twintig procent kost. Twintig procent van alles wat er doorvaart. Als kwestie van, en we citeren: ‘fairness’.
Wat hij precies aankondigde
De constructie is simpel en schaamteloos tegelijk. Iraanse schepen worden opnieuw geblokkeerd. Alle andere landen mogen door de zee-engte varen — maar de VS int twintig procent van de waarde van hun lading, ter dekking van de kosten om die doorvaart "veilig" te maken. De marine begint er meteen mee. En om te tonen dat het menens is, zette het Amerikaanse leger dit weekend voor het eerst zeedrones in tegen een Iraanse onderzeeër.
Onthoud dat woord: veilig. We komen er nog op terug, want de veiligheid die hier verkocht wordt, is er een van het soort dat de verkoper zelf heeft weggenomen.
De wet was heilig, tot ze winstgevend werd
Want er is één klein probleem met dat tolgeld, en dat heet het internationaal recht. Doorvaart door een zee-engte die de wereld voor internationale scheepvaart gebruikt, is vrij. Geen land mag daar een cent voor vragen. Dat is geen mening, dat is verdragsrecht, en de VN-scheepvaartorganisatie herhaalde het maandag nog eens uitdrukkelijk: geen heffingen op zulke doorvaart, punt.
Wie zei dat ook alweer het luidst? De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken zelf. Toen het gerucht ging dat Iran een tol wilde heffen, verklaarde hij plechtig dat geen enkel land dat mag doen. "Zo is de wet nu eenmaal." Dat was een paar weken geleden. Vandaag doet zijn eigen president precies datgene wat toen een een reden voor oorlog was. En hij doet het niet bescheiden: Iran wilde volgens kenners één à twee procent vragen, Trump gaat er meteen twintig van maken. Hij heeft de misdaad die hij veroordeelde niet alleen overgenomen, hij heeft ze vertienvoudigd. Het recht was heilig zolang een ander het dreigde te schenden. Zodra het geld aan de goede kant van de oceaan kon vallen, was het opeens folklore.
De brandstichter die je de ark verhuurt
En hier wordt het echt cynisch. Vóór eind februari was de Straat van Hormuz geen probleem. Ze lag open, je voer er gratis doorheen, niemand die er wakker van lag. Toen begonnen de Verenigde Staten en Israël hun oorlog tegen Iran — zonder hun Europese bondgenoten ook maar te verwittigen — en pas daardoor werd die zee-engte het gevaarlijkste stuk water ter wereld. Iran ontdekte dat het met een handvol mijnen en wat snelle bootjes de hele wereldeconomie bij de keel had.
Laat we hier eerlijk zijn: Iran is in deze zaak geen slachtoffer. Een land dat civiele schepen beschiet en een internationale waterweg dichtlegt, is even goed een bandiet, en dat één regime een vijfde van de wereldolie mag kunnen wurgen, is een echt en ernstig probleem. Wie de vrije doorvaart wil garanderen, heeft een punt.
Maar dat is precies niet wat hier gebeurt. Wat Trump verkoopt, is geen bescherming, het is beschermgeld. Hij vraagt om te betalen voor de veiligheid tegen een gevaar dat hij eigenhandig heeft gecreëerd. Het is de brandstichter die aanbelt met een brandblusser en zijn prijs noemt. Twee bandieten vechten om een tolhuisje dat geen van beiden mag bezitten, en de enige die betaalt, staat op de kade met zijn containers.
Wie de rekening krijgt
En die betaler, dat zijn wij. Twintig procent op ongeveer een vijfde van alle olie die de wereld verstookt — dat rekent zichzelf uit. De olieprijs schoot bij de aankondiging meteen bijna vijf procent de hoogte in. En we gaan toch niet doen dat de olie- en transportreuzen die miljardenheffing uit hun eigen marge betalen? Ze rekenen ze een op een door. Duurdere brandstof aan de pomp, en omdat olie de motor van zowat alles is, duurder brood, duurdere bouwmaterialen, duurder alles. De regering-De Wever, die nu al miljarden zoekt om haar begroting recht te houden, mag straks een oorlog mee helpen betalen waarover niemand haar iets gevraagd heeft.
En dan is er nog het gevaarlijkste van al: het precedent. Als de sterkste marine ter wereld ongestraft tol heft in internationale wateren, met welk gezag houden we China dan morgen nog tegen wanneer het hetzelfde doet in de Zuid-Chinese Zee? Trump schrijft vandaag het toestemmingsbriefje waarmee elke grootmacht straks haar eigen stuk zee tot tolweg verklaart.
De vraag die overblijft
Je kunt blijven wijzen naar de man in het Witte Huis, die zichzelf graag als meesterschaker ziet en intussen zet na zet verliest. Maar de pijnlijkste vraag is niet hoe grillig hij is. Ze is hoe lang wij het blijven pikken. Europa gedraagt zich al veel te lang als het beleefde slachtoffer dat toekijkt hoe anderen de kaarten schudden en ons de rekening toeschuiven. Gaten dichtrijden in onze begroting terwijl aan de overkant olie op het vuur wordt gegooid — dat is geen strategie, dat is een houding.
Maffia of piraterij, vroegen wij in het begin. Kies zelf. Bij de maffia betaal je beschermgeld aan wie je bedreigt; bij de piraat betaal je tol aan wie je de doorgang verspert. Trump doet vandaag allebei tegelijk, en noemt het fairness. Het enige eerlijke aan het hele plan is dat hij niet eens meer de moeite doet om het te verbergen.
(Foto: AI-p-magazine)