Ooit was de Kringwinkel een soort schatkamer voor wie met vijftig euro en veel geduld zijn woonst wilde inrichten. Vandaag voel je je soms eerder in een designboetiek. Een oude koersfiets van je nonkel Jef? Op 2dehands.be voor 70 euro. In de Kringwinkel voor 299. Of die kast uit 1987 die je vroeger voor vijf euro op de kop kon tikken? Nu 150 euro ‘omdat het vintage is’. Je bent niet de enige die zich dat afvraagt: hoe komen ze eigenlijk aan die prijzen?
Volgens Linde Brewaeys van HERW!N, het collectief achter de meeste Kringwinkels in Vlaanderen, heeft dat alles te maken met de werkuren die kruipen in het sorteren, herstellen, oppoetsen en prijzen van al dat gerief. “We zijn een vzw, hé. Geen duistere cashwinkel met een Ferrari op de parking,” klinkt het. “Het geld dat we verdienen, gaat naar personeel, huur, en vooral naar onze sociale missie.”, zo klinkt het in ‘Dag Allemaal’.
En toch. Sommige spullen lijken ineens luxegoed geworden. Dat ligt volgens Brewaeys niet alleen aan de stijgende kosten, maar ook aan het gedrag van opkopers. “Toen we vroeger alles voor een prikje aanboden, stonden ze hier de dag erna met een bestelbus om de hele winkel leeg te kopen. Die spullen doken dan drie dagen later op eBay op, voor tien keer zoveel.”
Daarom worden ‘speciallekes’ nu vaak online gezet op www.uwkringding.be, waar fervente schatzoekers kunnen bieden tegen elkaar. En jawel, af en toe wordt er iets échts gevonden, zoals een ets van James Ensor, die gelukkig niet naar een opkoper ging maar naar een museum.
Toch blijft de Kringwinkel voor veel mensen een plek van ontdekkingen. Hipsters vinden er broeken met wijde pijpen die plots weer in zijn, je dochter scoort er zomerrokjes voor een paar euro, en wie geluk heeft vindt misschien de perfecte fauteuil tussen de grijze zetels van de jaren 2000.
De prijzen verschillen trouwens per regio. In Gent en Antwerpen zijn spullen vaak duurder dan op ‘den buiten’. Dat komt deels door hogere kosten, maar ook door het hippe publiek dat daar woont. Volgens professor marketing Els Breugelmans (KU Leuven) zijn mensen vandaag bereid méér te betalen voor tweedehands. Omdat het uniek is. Omdat het ‘authentiek’ is.
Maar wie denkt dat de Kringwinkel enkel nog mikt op welgestelde vintagejagers, zit fout. Ze mikken bewust op een breed publiek. Linde benadrukt: “We blijven inzetten op betaalbare spullen, voor mensen met een beperkt budget. En af en toe organiseren we ook retrodagen of outletacties met stuks voor 1 euro.”
Of de koopjesjagers dan helemaal uitgestorven zijn? Zeker niet. Maar je moet wel wat geluk hebben, en vooral: blijven zoeken. “De Kringwinkel is en blijft een vorm van schattenjacht,” besluit Linde. “Je vindt misschien niet wat je zoekt, maar wél iets dat je niet wist dat je wou.”