België, kampioen begrotingsgat.
Zo, jij dacht dat dat besparingsverhaal ondertussen wel stilaan uitgespeeld was? Fout gedacht. We zijn nog maar net begonnen. Ondanks het feit dat sterke Jan zowat elke sector al eens heeft kaalgeplukt en afgeroomd — behalve die van vriend Theo natuurlijk — moet ons België, zo moeten we geloven, opnieuw op zoek naar zo’n 7 miljard euro extra besparingen.
En dat is geen klein bier. Dat is het soort bedrag waar je niet zomaar even een paar administratieve schroeven aandraait en klaar. Dus rijst de vraag: waar gaan ze dat geld halen? Bij de zorg, bij de werkenden, bij de bedrijven, of opnieuw bij een creatieve mix van “iedereen een beetje pijn maar niemand echt tevreden”? Eén ding lijkt zeker: deze begrotingsronde wordt geen wandeling in het park, maar eerder een politieke overlevingsstrijd.
Hoe komt het?
De Europese Commissie had er nog maar eens geen zin in om beleefd te blijven: België staat gewoon laatste in de EU als het op begrotingsdiscipline aankomt. Een tekort van 5,2 procent van het bbp, oplopend schuldniveau richting 110 procent, en een structureel probleem dat intussen meer weg heeft van een chronische aandoening dan van een tijdelijke kwaal.
Het Rekenhof bevestigt intussen wat iedereen al wist maar liever negeerde: de rekeningen kloppen niet, en de marge om nog te sjoemelen met tijd is op.
Van 3 naar 7 miljard: inflatie, maar dan politiek
Wat begon als een oefening van “een paar miljard bijsturen” is intussen geëvolueerd naar een volwaardige begrotingsmarathon. Eerst 3 à 4 miljard. Daarna 5. Nu 7. En niemand die nog durft uitsluiten dat het richting 8 of 9 gaat zodra de volgende raming binnenkomt.
De echte deadline is begin juli, wanneer het Monitoringcomité met nieuwe cijfers komt. Maar iedereen in de Wetstraat weet: dat cijfer is minder een conclusie dan een nieuwe start van dezelfde discussie.
De Wever belt rond, iedereen speelt strategie
De premier is ondertussen begonnen met wat in Brussel doorgaat als “consultaties”, maar in werkelijkheid vooral neerkomt op politieke schaakzetten verzamelen. Vicepremiers werden gehoord, net als partijvoorzitters van Vooruit en MR. Alleen Sammy Mahdi mocht blijkbaar niet binnen, wat meteen genoeg was voor wat klassieke communautaire ruis.
De boodschap is duidelijk: iedereen mag mee praten, zolang het niet te hard botst met de eigen achterban.
De coalitie in stukjes: elk zijn taboe, elk zijn heilige graal
N-VA: besparen tot het kraakt
De grootste regeringspartij blijft in haar natuurlijke habitat: de boekhouding. Voor N-VA is de begroting geen politiek debat maar een Excel-bestand dat dringend hersteld moet worden.
De focus ligt vooral op de zorguitgaven en systemen zoals de verhoogde tegemoetkoming. Volgens de partij is het systeem te breed geworden, met te weinig filtering en te veel “lekken”. Ook de rol van mutualiteiten bij langdurig zieken ligt onder vuur: minder controle door ziekenfondsen, meer centralisatie, en vooral minder kosten.
Kort gezegd: er zit nog vet op de soep, en iemand moet het eruit scheppen.
Vooruit: belastingen en controle
Aan de andere kant van het spectrum zit Vooruit, waar het antwoord op bijna elk begrotingsprobleem begint met: “en wat met de vermogens?”
De partij blijft hameren op een miljonairsbijdrage op financiële activa boven 1 miljoen euro, en wil tegelijk de strijd tegen fiscale fraude opdrijven. Ook het idee om inkomsten breder te controleren — dus niet alleen loon, maar ook vermogen — blijft op tafel. Voor critici klinkt dat verdacht veel als een opstap richting een vermogenskadaster. Voor Vooruit is het gewoon “moderne fiscaliteit”.
Daarnaast wil de partij ook snijden in bedrijfssubsidies. Minder cadeaus voor bedrijven, meer opbrengsten voor de staat.
MR: geen nieuwe taksen, punt
Bij MR is de lijn simpel: belastingen zijn geen oplossing, maar het probleem.
Voorzitter Georges-Louis Bouchez verzet zich systematisch tegen nieuwe heffingen, met uitzondering van wat cosmetische ingrepen die politiek verkoopbaar blijven. De partij wil vooral besparen op de uitgaven en de overheid “afslanken”, een woord dat in de Wetstraat vaak meer belooft dan het uiteindelijk oplevert.
Wel circuleert het idee van een jobbonus: werkenden tijdelijk wat extra nettoloon geven in afwachting van latere belastingverlagingen. Een soort politieke pleister op een budgettaire wonde.
CD&V: btw en zorg onder spanning
CD&V probeert zich intussen te positioneren als de pragmatische middenweg, al komt dat neer op een mix van fiscale heropwarming en besparingen in de zorg.
Vincent Van Peteghem schuift opnieuw zijn btw-hervorming naar voren: tarief omhoog, vereenvoudiging van schijven, en enkele uitzonderingen voor basisproducten. Politiek gezien blijft dat echter een mijnenveld, zeker met MR die niet meer wil horen van btw-verhogingen.
In de zorg wil CD&V dan weer het remgeld verhogen en het aantal medische prestaties temperen. Minder scans, minder “overconsumptie”, meer discipline. Tegelijk ligt ook de index opnieuw op tafel, wat gegarandeerd tot spanningen leidt met sociale partners.
Les Engagés: besparingen zonder groot lawaai
De Franstalige centrumpartij kiest voor de klassieke strategie van politieke onzichtbaarheid: weinig grote verklaringen, veel voorzichtigheid.
Vicepremier Maxime Prévot sluit nieuwe belastingen uit, maar kijkt wel naar fiscale voordelen en efficiëntiewinsten bij de overheid. De toon is gematigd, de ambitie beperkt: besparen mag, zolang het systeem niet begint te kraken.
Een regering die rekent met wat ze niet heeft
De grote paradox blijft dezelfde: iedereen weet dat er geld moet gevonden worden, maar niemand wil betalen voor de oplossing van een probleem dat iedereen al jaren ziet aankomen.
De ene partij zoekt in zorg en uitkeringen, de andere in vermogens en belastingen, en de rest in een magische combinatie van efficiëntie en politieke timing.
En zo schuift de regering-De Wever opnieuw richting een klassiek Belgisch compromis: een begroting die er op papier beter uitziet, maar in de praktijk vooral een nieuwe rekening voor later is.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)