Het wordt kouder, de zakdoeken komen weer boven en overal hoor je mensen hoesten en niezen. Tijd om wat extra vitamines binnen te krijgen, denken we dan, waarna we enthousiast sinaasappelen, kiwi's en andere gezonde dingen beginnen te eten. Alleen blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek dat we daarbij mogelijk een flinke hoeveelheid waardevolle voedingsstoffen rechtstreeks in de vuilnisbak kieperen. En nee, daarvoor hoef je niet plots bananenschillen als dessert te serveren.
Zodra de temperaturen zakken en de eerste verkoudheden opduiken, krijgt onze gezondheid weer wat extra aandacht. We eten een stuk fruit, proberen wat meer groenten op ons bord te krijgen en hopen dat ons immuunsysteem daarmee voldoende munitie heeft om de winter door te komen. Tot zover niets verkeerds, al bestaat er natuurlijk geen wondermiddel dat je gegarandeerd tegen verkoudheden of griep beschermt.
Maar onderzoekers van King's College London hebben nu iets opvallends ontdekt over onze dagelijkse portie groenten en fruit. We gooien namelijk heel wat delen weg die bijzonder rijk zijn aan voedingsvezels. En in sommige gevallen bevatten die schillen, stronken en pitten zelfs aanzienlijk meer vezels dan het gedeelte dat we netjes opeten.
De wetenschappers onderzochten twaalf soorten groenten en fruit. Bij tien daarvan bleken de delen die doorgaans in de vuilnisbak belanden meer voedingsvezels te bevatten dan het eetbare gedeelte dat we gewoonlijk gebruiken.
Met andere woorden: we betalen voor een volledige vrucht, eten een deel op en gooien soms het vezelrijkste gedeelte weg. Een beetje alsof je een dure fles wijn koopt, het etiket zorgvuldig bewaart en de inhoud door de gootsteen giet. Al smaakt een ananasschil vermoedelijk ook niet meteen naar een goede bordeaux.
De ananas is een bijzonder geval
Neem bijvoorbeeld de ananas. Het sappige vruchtvlees is heerlijk, maar de harde schil en de kern verdwijnen doorgaans zonder pardon in de afvalbak. Volgens de onderzoekers bevatten die delen samen ongeveer vijf keer zoveel voedingsvezels als het vruchtvlees.
Dat betekent uiteraard niet dat je voortaan met je tanden door de stekelige buitenkant van een ananas moet proberen te geraken. De schil is bijzonder taai en niet geschikt om zomaar rauw op te eten. Maar na een grondige reiniging kunnen bepaalde delen bijvoorbeeld worden verwerkt in een bereiding waarbij ze worden gekookt en vervolgens gezeefd.
Ook de schil en pitten van flespompoenen blijken interessante voedingsstoffen te bevatten. De onderzoekers maten maar liefst 9,25 gram vezels per 100 gram. Dat is bijna een derde van de dagelijkse hoeveelheid van 30 gram die voor volwassenen wordt aanbevolen.
Wie regelmatig pompoensoep maakt, hoeft de schil van een geschikte flespompoen dus niet altijd weg te gooien. Na voldoende lang koken en mixen kan die gewoon mee in de soep. De pitten kun je schoonmaken en roosteren.
Zelfs de schil van een kiwi mag blijven zitten
En dan is er nog de kiwi. De meeste mensen snijden hem doormidden en lepelen het vruchtvlees eruit, of verwijderen eerst zorgvuldig de harige schil.
Alleen is die schil in principe eetbaar en bevat ze extra vezels. Wie de haartjes niet ziet zitten, kan kiezen voor een goudgele kiwi, waarvan de schil doorgaans gladder en dunner is. Een goed gewassen kiwi kun je ook met schil in een smoothie verwerken.
Het blijft natuurlijk een kwestie van smaak. Niet iedereen heeft zin om bij het ontbijt iets te eten dat aan de buitenkant een beetje op een pas geschoren tennisbal lijkt.
Ook watermeloen blijkt verrassend interessant. Het witte gedeelte van de schil, dat we doorgaans weggooien zodra het rode vruchtvlees verdwenen is, bevat volgens de onderzoekers ongeveer 2,1 gram vezels per 100 gram. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid vezels in een sneetje volkorenbrood.
In sommige keukens wordt dat witte gedeelte trouwens al langer gebruikt. Je kunt het bijvoorbeeld verwerken in een roerbakgerecht of inmaken in azijn. Het groene, harde buitenste gedeelte hoeft daarvoor niet mee op je bord.
En wat met de stronk van broccoli?
Ook bij groenten zijn we soms nogal kwistig met de vuilnisbak. Van broccoli eten we doorgaans vooral de roosjes, terwijl de dikke stronk regelmatig wordt weggegooid.
Nochtans is die perfect bruikbaar. Je kunt de harde buitenkant verwijderen, de binnenkant in stukjes snijden en vervolgens meekoken in soep of verwerken in een wokgerecht.
Hier zit wel een grappige uitzondering in het onderzoek. De broccolistronk bevat namelijk ongeveer 28 procent minder vezels dan de roosjes. In dit geval eten we dus al het vezelrijkste gedeelte.
Maar dat betekent niet dat de stronk waardeloos is. Hij bevat nog altijd voedingsstoffen en kan prima in allerlei gerechten worden verwerkt. Bovendien heb je hem toch al betaald, dus waarom zou je er niet iets mee doen?
Hetzelfde principe geldt voor bijvoorbeeld het loof van wortelen en de bladeren van rode bieten. Mits ze vers, geschikt voor consumptie en goed gewassen zijn, kunnen ze in bepaalde bereidingen worden gebruikt. Van wortelloof kun je bijvoorbeeld pesto maken, terwijl jonge bietenbladeren in een salade of warme bereiding passen.
Goed voor je darmen, maar geen wondermiddel tegen griep
Wat hebben al die extra vezels nu eigenlijk met onze gezondheid te maken Voedingsvezels zijn belangrijk voor een goede darmwerking. Ze helpen de stoelgang te regelen, dragen bij aan een verzadigd gevoel en kunnen, afhankelijk van het type vezel, gunstige effecten hebben op onder meer het cholesterolgehalte en de bloedsuikerregeling.
Een voedingspatroon met voldoende vezels wordt bovendien in verband gebracht met een lager risico op verschillende chronische aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten en diabetes type 2.
Ook onze darmflora profiteert van bepaalde soorten vezels. En aangezien de darm en het immuunsysteem nauw met elkaar verbonden zijn, is gezonde voeding zeker geen overbodige luxe tijdens de wintermaanden.
Maar hier moeten we wel een onderscheid maken. De Britse onderzoekers hebben de hoeveelheid vezels in groenten en fruit gemeten. Ze hebben niet aangetoond dat mensen die meer schillen eten minder verkouden worden, sneller herstellen van griep of beter beschermd zijn tegen wintervirussen.
Wie zijn ananas voortaan inclusief schil probeert op te eten, hoeft dus niet te verwachten dat hij plots immuun wordt voor alle virussen die in november ronddwalen.
We gooien ook gewoon veel geld weg
Naast de mogelijke gezondheidsvoordelen is er nog een andere reden om wat zuiniger om te springen met groenten en fruit: voedselverspilling.
Volgens de onderzoekers vertegenwoordigen de delen die we doorgaans weggooien bij de onderzochte producten ongeveer 25 tot 48 procent van het totale gewicht. Dat is behoorlijk veel, zeker wanneer je bedenkt hoeveel geld we jaarlijks aan verse voeding besteden.
De onderzoekers pleiten daarom voor een aanpak die ze root-to-tip eating noemen: zoveel mogelijk bruikbare delen van een plant verwerken, van wortel tot top.
Daarvoor hoef je volgens hen je eetgewoonten niet volledig om te gooien. Een paar kleine aanpassingen kunnen al helpen. Denk aan een kiwi met schil, broccolistronken in de soep of geroosterde pompoenpitten als extraatje bij een maaltijd.
Wel belangrijk: niet iedere schil, pit of elk blad is automatisch geschikt voor consumptie. Was groenten en fruit grondig, verwijder beschadigde of beschimmelde delen en hou rekening met mogelijke resten van bestrijdingsmiddelen. Sommige onderdelen zijn te hard om rauw te eten, andere zijn simpelweg niet veilig. Ook de manier waarop je ze bereidt, maakt een verschil.
Misschien moeten we onze vuilnisbak eens op dieet zetten
De onderzoekers willen vooral aantonen dat gezonde voeding niet noodzakelijk duurder of ingewikkelder hoeft te worden. Soms volstaat het om wat beter te kijken naar wat we al in huis hebben.
En misschien is dat wel de verrassendste boodschap van dit onderzoek. We worden voortdurend aangespoord om meer groenten en fruit te eten, terwijl we van wat we al kopen soms een aanzienlijk deel ongebruikt weggooien.
Dus wanneer je deze winter weer een pompoen staat te schillen of een broccoli in stukken snijdt, denk dan even na voordat je de helft richting vuilnisbak stuurt.
Je hoeft daarom nog niet als een uitgehongerd konijn aan wortelloof te beginnen knabbelen. Maar misschien kan die stronk broccoli toch nog een tweede carrière krijgen in de soep.
En je vuilnisbak? Die zal het voortaan met wat minder vitamines en vezels moeten stellen. Al vermoeden we dat hij daar niet wakker van ligt.