Parijs bekroont, Londen bekroont, Stockholm heeft al bekroond. Vervolgens begint voor de Vlaamse lezer een ander spel: wachten tot iemand het boek vertaalt. Want een auteur kan morgen wereldberoemd worden, dat betekent nog niet dat zijn of haar boek overmorgen bij ons in de winkel ligt.
Op dinsdag 3 november gaan in Parijs de deuren van restaurant Drouant open en kiest de Académie Goncourt haar laureaat uit vier finalisten: Yannick Haenel, Philippe Jaenada, Clémentine Mélois en Sylvain Prudhomme. Zes dagen later volgt in Londen de Booker Prize, met een shortlist waarop onder meer Douglas Stuart, Elizabeth Strout en Marlon James prijken en historica Mary Beard als juryvoorzitter.
Een maand eerder had de Zweedse Academie de Nobelprijs voor Literatuur al aan de Canadese dichteres Anne Carson toegekend.
Drie prestigieuze prijzen in amper enkele weken tijd, drie momenten waarop ergens ter wereld plots honderdduizenden mensen denken: dat boek moet ik lezen.
Alleen begint voor Nederlandstalige lezers dan soms het moeilijkste onderdeel: het boek vinden in een taal waarin ze het ook daadwerkelijk willen lezen.
Een Nobelprijs met drie boeken
Anne Carson is een mooi voorbeeld. De 76-jarige dichteres doceerde decennialang klassieke talen, vertaalde onder meer Sappho en Griekse tragedies en werd door de Zweedse Academie geprezen voor haar gedurfde en inventieve werk en haar speelse dialoog met de klassieke traditie.
Wie haar vandaag in het Nederlands wil lezen, komt vrijwel automatisch bij één kleine Amsterdamse uitgeverij terecht: Koppernik.
Daar verschenen in vertaling van Marijke Emeis onder meer Rood, waarin Autobiografie van rood en het vervolg zijn samengebracht, De schoonheid van de echtgenoot, een fictie-essay in 29 tango's, en vorig jaar nog Glas, ironie en God.
Na de Nobelprijs kon de champagne bij Koppernik dus open. Alleen werkt een drukpers iets trager dan de Zweedse Academie: de herdruk van Rood lag pas op 21 oktober in de boekhandel, bijna twee weken na de bekendmaking.
Zonder die ene kleine uitgeverij en één vertaalster was een aanzienlijk deel van het werk van de Nobelprijswinnaar voor Nederlandstalige lezers simpelweg niet beschikbaar geweest.
Dat is ongeveer hoe vertaalde literatuur werkt. Een vertaler besteedt maanden aan een boek, een uitgever neemt het financiële risico en vervolgens wacht iedereen geduldig tot Stockholm belt en plots de halve wereld hetzelfde boek wil hebben.
Engels geraakt makkelijker over de grens dan Frans
Bij de Booker Prize gaat het doorgaans sneller. Grote Nederlandse uitgeverijen volgen de Engelstalige boekenmarkt van dichtbij en kopen geregeld vertaalrechten nog voor duidelijk is wie uiteindelijk met de prijs naar huis gaat.
Toen David Szalay vorig jaar de Booker won met Flesh, lag de Nederlandse vertaling Het vlees van Auke Leistra bijvoorbeeld al bij Nijgh & Van Ditmar in de winkel. Een plaats op de Booker-shortlist is nu eenmaal niet alleen een literaire onderscheiding, maar ook een uitstekende sticker voor op een boekomslag.
Bij Franse literatuur loopt dat minder vanzelfsprekend. Een Prix Goncourt kan een roman in Frankrijk van de ene dag op de andere veranderen in een bestseller, maar dat betekent niet dat er een week later een Nederlandse vertaling ligt.
Daarvoor moet eerst een uitgever bereid zijn de rechten te kopen en een vertaling te betalen voor een Nederlandstalige markt waarin Franse literatuur nu eenmaal minder vanzelfsprekend verkoopt dan Engelstalige.
En daar zit voor Vlaanderen een merkwaardige paradox. Parijs ligt voor veel Vlamingen dichterbij dan Amsterdam, maar een bekroonde Franse roman bereikt onze boekhandel doorgaans via Nederland. Tegen de tijd dat wij hem vertaald kunnen lezen, zijn de Parijse kranten soms alweer drie literaire ruzies verder.
En dan moet iemand het nog vertalen
Achter zo'n boek zit bovendien iemand die maandenlang zinnen zit te wegen waar de gemiddelde lezer later in drie seconden overheen leest.
Literatuur Vlaanderen ondersteunt literaire vertalers met projectbeurzen. Voor Belgische vertalers die naar het Nederlands vertalen, worden die berekend op 7, 9 of 11 eurocent per woord, afhankelijk van hun ervaring. Bij een roman van honderdduizend woorden spreken we dus over 7.000 tot 11.000 euro voor een klus die maanden kan duren.
Plots klinkt “waarom vertalen ze dat boek niet gewoon snel?” toch iets anders.
Een literaire vertaling is bovendien geen tekst door een machine halen en achteraf de komma's goed zetten. Een slechte vertaling kan een fantastische roman veranderen in iets waarbij je na veertig bladzijden besluit dat die Nobelprijsjury waarschijnlijk te veel aquavit had gedronken.
Haast is dus niet noodzakelijk de oplossing.
Vlaanderen leest internationaal via Amsterdam
Toch blijft het opvallend hoe afhankelijk de Vlaamse lezer voor grote internationale literatuur van Nederlandse uitgevers is. Wij hebben een eigen literaire sector, eigen boekhandels, eigen auteurs, eigen subsidies en een publiek dat boeken koopt, maar wanneer morgen in Parijs een onbekende Franse schrijver de Goncourt wint, wordt de vraag of wij hem over een jaar in het Nederlands kunnen lezen meestal ergens in Amsterdam beantwoord.
Dat hoeft geen ramp te zijn. Nederlands is tenslotte Nederlands en uitgevers hoeven niet aan elke kant van de grens hetzelfde boek opnieuw te vertalen. Maar het maakt wel zichtbaar hoe klein de Nederlandstalige markt voor vertaalde literatuur eigenlijk is.
Een Nobelprijs, Booker of Goncourt kan in één avond een auteur wereldberoemd maken. Daarna begint het veel tragere werk: rechten kopen, vertalen, redigeren, drukken en hopen dat er voldoende lezers zijn om de rekening te betalen.
De grote literaire prijzen worden deze weken uitgereikt in Stockholm, Parijs en Londen.
Of wij de winnaars uiteindelijk ook kunnen lezen, wordt een stuk dichter bij huis beslist.
En opvallend vaak nét boven de grens.
Praktisch
Prix Goncourt: bekendmaking dinsdag 3 november in Parijs.
Booker Prize: bekendmaking maandag 9 november in Londen.
Nobelprijs voor Literatuur: uitreiking aan Anne Carson op 10 december in Stockholm.
Nederlandse vertalingen van Anne Carson verschijnen bij Koppernik, in vertaling van Marijke Emeis.
(Fot: PD)