Waarom Marina Yee de modewereld achter zich liet en veertig jaar later haar ideeën overal zag opduiken.
Op 1 november is het een jaar geleden dat Marina Yee stierf. Van de Antwerpse Zes was zij altijd de minst bekende naam. Toch had de groep zonder haar misschien nooit zo geheten. In het ModeMuseum in Antwerpen staat ze nog tot half januari naast Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck en de twee Dirken. Ze werkte zelf nog mee aan die tentoonstelling, maar maakte de opening niet meer mee.
Strooibriefjes op de trap
Londen, 1986. Zes pas afgestudeerden van de Antwerpse Academie huren een bestelwagen en trekken naar de British Designer Show. Hun stand ligt op de bovenste verdieping, ver weg van de inkopers en de pers. Niemand komt naar boven.
Yee, die op de Academie bekendstond als de koningin van de collage, knutselt ter plekke strooibriefjes in elkaar. De bende deelt ze beneden uit en een dag later staat de internationale modepers wél boven. De zes Belgen hebben een naam gekregen: The Antwerp Six.
Het is meteen typisch voor haar. Geen grote woorden, wel een schaar, lijm en een idee dat werkt.
Een kind dat altijd verhuisde
Marina Yee werd in 1958 geboren in een gezin van antiquairs. Haar moeder kwam uit Temse, haar vader had Chinese wortels. Tot 1960 woonde het gezin in Congo. Terug in België verhuisde het nog meer dan tien keer tijdens haar eerste vijftien levensjaren.
Op het Sint-Lucasinstituut in Antwerpen leerde ze Martin Margiela kennen, de latere grootmeester van de afgebroken naad. Ze werden een koppel. In 1981 studeerde ze af aan de modeafdeling van de Academie. Ze tekende eerst collecties voor twee Belgische kledingmakers, Bassetti en Gruno & Chardin, en begon in 1986 met een Japanse zakenpartner haar eigen lijn: Marie.
Weg uit de molen
Na Londen ging het snel voor de anderen. Eigen merken, winkels, modeshows in Parijs. Yee deed het omgekeerde. In 1990 keerde ze de mode-industrie de rug toe en opende ze in Brussel een café dat tegelijk haar atelier was.
Stilzitten deed ze niet. Eind jaren negentig maakte ze collecties voor Lena Lena en tekende ze een paar seizoenen de damescollectie van Dirk Bikkembergs. In 1999 was ze artistiek coördinator van het modeluik van het Van Dyckjaar in Antwerpen en ontwierp ze zelf een mouw geïnspireerd door de schilder. Daarnaast maakte ze theaterkostuums, grafisch werk, collages, meubels, stoffen en schilderijen. Vanaf 2005 gaf ze les aan modescholen in Doornik, Gent en Den Haag.
Ze noemde zichzelf ooit een wandelend vraagteken, gekweld door de vraag wat voor kunstenares ze eigenlijk was.
Hergebruik voor er een woord voor bestond
Wat haar werk samenhoudt, zag je al in haar studententijd. Ze knipte weggegooide kleren, stoffen en fournituren uit elkaar en zette ze opnieuw in elkaar, zoals een beeldhouwer met gevonden materiaal werkt. Ze verzamelde oude herenkleding, vooral parka's, blazers en regenjassen, haalde die uit elkaar om te begrijpen hoe ze gebouwd waren en maakte er nieuwe silhouetten van. Een zichtbare herstelling op een jeansvest, een plooi die op origami lijkt, een rits op een onverwachte plek.
Het MoMu vergelijkt haar werkwijze met de Japanse ontwerptraditie: één verfijnd idee, meesterlijk uitgevoerd. Het museum noemt haar werk een manifest tegen de commercialisering van creativiteit.
Mislukt of veertig jaar te vroeg?
Je kunt haar loopbaan lezen als het verhaal van de zesde die het niet haalde. Geen wereldmerk, geen eigen winkel, geen modehuis dat haar naam draagt. Terwijl Dries Van Noten zijn huis voor een fortuin aan een Spaanse groep verkocht, gaf Yee les in Doornik. Wie succes alleen in omzet meet, ziet een zijspoor.
Alleen kijkt de mode daar vandaag anders naar. Hergebruik, kleine oplagen, kleren die jaren meegaan: wat grote modehuizen tegenwoordig trots in hun duurzaamheidsverslagen zetten, deed Yee al als studente. Ze stapte niet uit omdat ze het niet kon. Ze stapte uit omdat het jachtige, commerciële ritme van de mode-industrie niet strookte met hoe zij wilde werken. Misschien was ze dus niet mislukt, maar gewoon een paar decennia te vroeg.
Tokio vond haar terug
Haar terugkeer begon in Japan. De Tokiose zaak LAILA TOKIO, gespecialiseerd in tweedehands avant-gardemode, zag haar werk in een tentoonstelling van het MoMu en ging naar haar op zoek. Yee had net besloten om rond haar zestigste verjaardag eindelijk te tonen wat al jaren in haar huis lag.
In 2018 presenteerde ze er M.Y. Project: vijf stukken, drie jassen en twee hemden, gemaakt van vondsten van de rommelmarkt, alleen in marineblauw en zwart. Het was haar eerste nieuwe werk in meer dan tien jaar. "Ik ben altijd een beetje een rebel geweest", zei ze toen aan AnOther Magazine.
In 2021 volgde M.Y. Collection, samen met haar partner Rafael Adriaensens. Voor het eerst in dertig jaar had ze weer een commerciële lijn, maar dan op haar voorwaarden: kleine, duurzame oplagen. De stukken raakten tot bij internationale verkopers zoals SSENSE, Farfetch en The Broken Arm in Parijs. In Japan bestelde de keten Super A Market een eigen jas bij haar. In 2024 kreeg ze de juryprijs op de Belgian Fashion Awards.
Het laatste jaar
Marina Yee stierf op 1 november 2025 in Antwerpen aan kanker. Ze werd 67. Vijf maanden later opende de tentoonstelling over de Zes. MoMu-directeur Kaat Debo vertelde dat het museum de expo graag met alle zes had geopend, maar dankbaar is dat Yee haar deel nog mee kon vormgeven.
Haar werk gaat intussen door. Rafael Adriaensens maakt nieuwe stukken op basis van de vele tekeningen die ze naliet. Galerie Sofie Van de Velde toonde dit voorjaar haar beeldend werk en in juni verkocht Kringwinkel Zuid in Antwerpen stoffen en kledingstukken uit haar atelier. Wie er een rol stof kocht, deed eigenlijk precies wat Yee altijd zelf had gedaan: iets ouds een tweede leven geven.
Van de Antwerpse Zes was zij het minst zichtbaar. Een jaar na haar dood lijkt ze misschien wel de meest actuele.
Praktisch
De Antwerpse Zes – MoMu, Nationalestraat 28, Antwerpen. Tot 17 januari 2027.
Familiezondag in het MoMu: zondag 1 november, 13 uur.
Antwerpse première van de documentaire *The Six*: woensdag 4 november, 20 uur, Cinema Lumière.
(Foto: VRT/YouTube)