Om de begroting op te smukken, besloot de regering-Verhofstadt II een hele reeks overheidsgebouwen te verkopen en opnieuw te huren. Een van die gebouwen was het Rijksadministratief Centrum (RAC), goed voor 160.000 m2, centraal gelegen in Brussel, tussen de Koningsstraat en de Pachecolaan.
De regering-Verhofstadt II heeft allerlei overheidsgebouwen verkocht voor een fractie van de normale prijs. Zo werd het Rijksadministratief Centrum in Brussel verkocht voor 27,1 miljoen euro, terwijl de waarde was geschat op 70 miljoen.
Voor het Rijksadministratief Centrum in Brussel was de verkoopprijs beduidend lager dan de raming. Het gebouw werd volgens het Rekenhof geschat op 74.000.000 euro, vervolgens op 70.000.000 euro en ten slotte op 50.000.000 euro.
Deze raming, die werd meegedeeld aan de Ministerraad, wordt volgens het Rekenhof niet ondersteund door een formeel ramingsverslag van het aankoopcomité.
Uiteindelijk bedroeg het hoogste bod, na onderhandeling, slechts 27.100.000 euro, waarvoor het gebouw ook verkocht werd
De vergaderingen over de verkoop van het Rijksadministratief Centrum in Brussel werden ook bijgewoond door vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest, die mede-eigenaar waren van het gebouw.
Het Rekenhof: “De Regie (der gebouwen) betaalde 21.498.668,46 euro aan huur. Dit betekent dat nagenoeg 80 % van de verkoopprijs betaald werd voor het gedeeltelijke gebruik van dit gebouw gedurende een periode van twee jaar en drie maanden.“
Onregelmatigheden
Toenmalig senator Hugo Vandenberghe (CD&V) in 2006: “Volgens het Rekenhof had de koper van het Rijksadministratief Centrum na twee jaar en drie maanden 80 procent van de aankoopprijs terug. Dat is toch de grote lotto! Ofwel zit hier een probleem bij de verkoopprijs, ofwel bij de verhuurprijs. Met de normale vraagstelling in het parlement krijgen we hier niet de nodige transparantie over. Men legt verklaringen af alsof alles normaal verloopt, alsof er geen betwistingen zijn. Daarom moet er een allesomvattend parlementair debat komen over de vastgoedtransacties.''
Wat betreft het Rijksadmininistratief Centrum, stootte senator Vandenberghe nog op een opmerkelijk feit: de overheid sloot een huurcontract voor het gebouw, nog voor ze het verkocht had. Hij vermoedt dat de koper, met een bijzonder gunstig huurcontact in de hand, makkelijker de financiering van de aankoop rond kreeg. Rik Daems (VLD, nu: Anders), die als minister bevoegd was voor de operaties, ontkent dat er onnauwkeurigheid bij te pas kwam.
Dagvaarding
Een gedetailleerde ontleding van de verkoopprocedure van de Financietoren staat te lezen in de dagvaarding die Robelco in 2007 stuurde naar de Belgische staat, de Regie der Gebouwen en Breevast Belgium. Samengevat stelt Robelco dat de federale overheid zware procedurefouten heeft gemaakt bij de verkoop van de imposante kantoortoren en het aanpalende Rijksadministratief Centrum (RAC), dat eveneens aan Breevast werd verkocht. Beide transacties worden dan aangevochten voor de Brusselse rechtbank van eerste aanleg,
Voor het bod op het RAC kwam Breevast te laat, zo blijkt volgens De Morgen uit de dagvaarding van Robelco. Terwijl de biedingen op 4 december 2002 op 10 uur binnen moesten zijn, arriveerde het bod van Breevast pas om 12.35 uur. Laattijdige biedingen moeten normaal uit de procedure worden geweerd. Desondanks werd de Nederlandse groep toch geselecteerd en werd haar bod zelfs als beste aanvaard. Voorwaarde was dat het bedrijf een bankgarantie moest voorleggen. Dat gebeurde echter niet. Na lange onderhandelingen ging de verkoop niettemin door, hoewel het uiteindelijke akkoord alweer niet overeenstemde met de oorspronkelijke verkoopvoorwaarden.
Het RAC zal later nog eens in het nieuws komen met de verhuizing van de federale politie.