1 september nadert weer stilletjes en je weet wat dat betekent.
Als ouders worden we weer met de feiten op de neus gedrukt: weinig animo van mensen om voor de klas te staan om onze kroost een en ander bij te leren.
Vooral scholen in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen krijgen hun team moeilijk compleet of vinden nauwelijks vervangers, zeker in de grootsteden.
Terwijl lesgeven vroeger nog bestond uit 80% lesgeven en 20% opvoeden, is het nu eerder 20% vertaler/tolk, 10% bokszak, 10% bemiddelaar, 10% pispaal, 10% digitale expert, 30% opvoeden en 10% lesgeven geworden.
Maar niet alleen bij ons zitten directies met de handen in het haar. Het nieuwe schooljaar is reeds begonnen in het Amerikaanse Gary, Indiana, en voor bijna 4.000 middelbare scholieren betekent dat: een klaslokaal, … en een leraar die in pixels op een scherm verschijnt.
Dit is geen pandemie-noodoplossing meer, maar een volwaardig “businessplan” om het lerarentekort te omzeilen. Waarom? Omdat meer dan een derde van de docenten hier tot voor kort op een “noodlicentie” werkte — een soort rijbewijs zonder theorie-examen — en de staat daar ineens moeilijk over doet.
Dus huurde het schoolbestuur het bedrijf Proximity in, want niets zegt “kwaliteitsonderwijs” zoals iemand die wiskunde uitlegt op 1.200 kilometer afstand.
Volgens de directie gaat het om master-level teachers en is er altijd een begeleider in de klas die helpt. Maar voor de vakbond is dit gewoon “union-busting” in HD-kwaliteit.
De leerlingen zitten ondertussen keurig in rijen, kijken naar het scherm en vragen zich af of hun leraar überhaupt een onderbroek aan heeft.
Districtsfunctionarissen benadrukken dat dit “tijdelijk” is en dat virtuele docenten met een opzegtermijn van 30 dagen kunnen worden gedumpt. Oftewel: onderwijs als Netflix-abonnement.
Ondertussen leren de kinderen in Gary een belangrijke les die niet op het curriculum staat: dat je in de 21e eeuw niet alleen kunt worden vervangen door een robot, maar ook door een PowerPoint-presentatie met een Zoom-verbinding.