Een avondje theater in de grote huizen, wat kost dat eigenlijk? Met deze tips haalt jouw portemonnee het eind van de maand.
Bij Toneelhuis kost een plaats op de eerste rang je tien euro. Dat is minder dan een filmticket, en minder dan wat een abonnement je per voorstelling kost.
Theaterhuizen werken met twee prijssystemen die haaks op elkaar staan, en wie dat weet, betaalt de helft.
Het eerste systeem is het abonnement: je engageert je voor een reeks voorstellingen en krijgt daarvoor een korting op het basistarief. Het tweede is het jongerentarief: een vast, laag bedrag per voorstelling, zonder dat je je voor iets vastlegt.
Voor wie jonger is dan zesentwintig wint het tweede systeem bijna altijd.
Toneelhuis: tien euro, beste plaatsen
Bij Toneelhuis in Antwerpen betaal je onder de vijfentwintig tien euro voor elke voorstelling, concerten uitgezonderd, en dat op de beste plaatsen. Je hoeft niets aan te vragen: je kiest je voorstelling, klikt op tickets, selecteert je rang en dan het jongerentarief.
Zit je tussen vijfentwintig en dertig, dan krijg je vanaf dit seizoen vijftien procent korting op alle voorstellingen. Wie ouder is, kan een vriendenpas kopen voor vijftien euro en het hele seizoen korting krijgen.
Zet dat naast het abonnement dat Toneelhuis samen met deSingel aanbiedt. Dat kost 106,50 euro aan basistarief, 97,50 voor 65-plussers, 75 euro onder de vijfendertig en 55,50 euro onder de vijfentwintig.
Voor vijf voorstellingen aan tien euro betaal je vijftig euro en leg je je nergens op vast. Voor het abonnement betaal je 55,50 en zit je aan een vaste reeks. Wie onder de vijfentwintig is, koopt dus enkel een abonnement als hij de gekozen reeks sowieso volledig wilde zien.
KVS: procenten in plaats van een vast bedrag
De KVS in Brussel werkt anders. Wie zes of meer voorstellingen tegelijk boekt, krijgt vijfendertig procent korting op het basistarief. Voor elke voorstelling die je later toevoegt, blijft twintig procent staan.
Daarnaast bestaat er een verminderd tarief voor onder meer wie jonger is dan zesentwintig, werkzoekend is, leerkracht is, of een OKO-pas heeft.
Belangrijk detail: die twee stapelen niet. Wie het abonnement neemt, krijgt geen bijkomende jongerenkorting.
En dan is er de studentenprijs: acht euro per voorstelling. Dat is lager dan wat een abonnement met vijfendertig procent korting je per voorstelling kost, bij zowat elk basistarief dat een stadstheater hanteert.
Het abonnement van KVS is bovendien tijdelijk: het loopt tot eind augustus. Losse tickets kwamen dit jaar vanaf half juni in verkoop.
Waarom die systemen zo verschillen
Een abonnement is niet gemaakt om jou geld te doen besparen. Het is gemaakt om een huis zekerheid te geven: gevulde zalen, vooraf betaald, en een publiek dat ook komt opdagen voor de voorstelling die het minst verkoopt.
Het jongerentarief heeft een andere opdracht. Dat moet mensen binnenhalen die nog nooit binnen zijn geweest, en dus mag het geen enkele drempel bevatten. Geen inschrijving, geen engagement, geen reeks.
Daarom zijn die tien euro en die acht euro geen korting maar een investering. Het huis rekent erop dat je over vijftien jaar wél een abonnement neemt.
De klif op je zesentwintigste
Wat opvalt zodra je die tarieven naast elkaar legt: er zit een scherpe rand in.
Tot vijfentwintig of zesentwintig betaal je een symbolisch bedrag. Daarboven val je terug op het basistarief, dat in een stadstheater vlot het drie- tot viervoudige bedraagt. Er is geen geleidelijke overgang.
Toneelhuis probeert die klif nu te verzachten met vijftien procent voor de leeftijdsgroep tussen vijfentwintig en dertig. Dat is precies de leeftijd waarop mensen afhaken: net te oud voor het jongerentarief, en nog niet in de levensfase waarin een abonnement van honderd euro vanzelfsprekend voelt.
Zo reken je het zelf uit
Neem het basistarief van het huis. Deel het abonnementsbedrag door het aantal voorstellingen dat erin zit. Vergelijk dat met het bedrag dat je met jouw kortingsgroep per los ticket betaalt.
Kijk daarna naar drie dingen die de rekensom kantelen.
Stapelen kortingen? Bij de KVS niet. Elders soms wel.
Mag je ruilen of doorgeven? Een abonnement staat vaak op naam en is niet overdraagbaar. Een beurtenkaart meestal wel, en die kun je dus delen met vrienden.
Wat gebeurt er als je niet gaat? Een gemiste abonnementsvoorstelling is verloren geld. Een los ticket koop je pas wanneer je zeker bent.
Wat dit concreet betekent
Onder de zesentwintig: koop losse tickets aan jongerentarief, en enkel een abonnement wanneer je de volledige reeks toch al wilde zien.
Tussen zesentwintig en dertig: vraag expliciet naar een tussentarief. Meerdere huizen voeren dat nu in en het staat zelden groot aangekondigd.
Boven de dertig, en je gaat vier keer per jaar of meer: dan begint een abonnement of een beurtenkaart wel te lonen, zeker omdat je daarmee ook plaatsen krijgt voor de voorstellingen die snel uitverkopen.
En in alle gevallen: tien euro voor een plaats op de eerste rang in de Bourla is minder dan een filmticket met popcorn. Wat houd je nog tegen?
(Foto: P-magazine)