Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Profiteurs of menselijke miserie? Het ongemakkelijke verhaal achter het ziektepensioen

Redactie - 01-09-2026

4.200 ‘zieke’ ambtenaren werken ondanks hun stempel. Maar is dat een bewijs dat ze niet ziek waren?

Bijna 85.000 vastbenoemde ambtenaren staan officieel te boek als te ziek om ooit nog te werken. Van hen blijken er ruim 4.200 vandaag toch aan de slag, minstens deeltijds. Eén op de twintig.

Dat cijfer werd deze week gepresenteerd als een onthulling, en het werd meteen ook geïnterpreteerd: de overheid heeft mensen te snel en ten onrechte uit de arbeidsmarkt geduwd. Er is talent verloren gegaan.

Wie zijn wij om te zeggen dat dat niet klopt. Maar het cijfer laat evengoed een tweede lezing toe, en die is een stuk ongemakkelijker: dat deze mensen misschien wel degelijk ziek zijn, en werken omdat ze niet anders kunnen.

Wat er precies gemeten is

We weten dat 4.200 mensen met een ziektepensioen een beroepsinkomen hebben. We weten in welk statuut: bijna 37 procent werkt als zelfstandige, ruim 34 procent via een flexi-job, 32 procent als werknemer in de privésector. Ongeveer 8 procent combineert meerdere statuten, waardoor de som boven de honderd procent uitkomt.

En we weten dat amper 4,3 procent terugkeert als ambtenaar.

Wat we niet weten: of die mensen genezen zijn. Of ze twee uur per week werken dan wel dertig. Of ze het volhouden. Of ze na drie maanden opnieuw uitvallen. Dat is niet gemeten, en dus staat het ook nergens.

Toch wordt precies over dat ontbrekende stuk een conclusie getrokken.

De statuten verraden meer dan de percentages

Laten we nog een keer naar dat rijtje kijken.

Zeventig procent van deze mensen werkt als zelfstandige of via een flexi-job. Dat zijn precies de twee formules waarin je zelf bepaalt wanneer je werkt, hoeveel, en aan welk tempo. Waarin je een slechte dag kunt opvangen zonder je werkgever te moeten uitleggen waarom je niet komt. Waarin je in drie uur kunt doen wat een ander in vijf doet, en waarin niemand een uurrooster over je heen legt.

Dat is niet het profiel van iemand die genezen is en gewoon zijn oude leven hervat. Dat is het profiel van iemand die zijn werk moet plooien rond een lichaam dat onvoorspelbaar blijft.

Wie echt hersteld is, solliciteert bij voorkeur naar een vast contract met een vast loon. Wie chronisch ziek is en toch geld nodig heeft, kiest voor de enige formules waarin ziek zijn en werken tegelijk kan.

De officiële verklaring luidt dat de overheid nu eenmaal weinig kleine deeltijdse jobs aanbiedt. Dat klopt vermoedelijk ook. Maar het verklaart niet waarom mensen die officieel niet meer kunnen werken, uitgerekend de meest flexibele statuten opzoeken.

Het bedrag dat alles verklaart

Een ziektepensioen wordt berekend op het aantal gewerkte jaren. Wie er jong in belandde, heeft weinig jaren en dus weinig geld. Voor wie jonger is dan veertig, bedraagt het gemiddelde 1.446 euro bruto per maand.

Bruto. Per maand. Met een huur of een lening, een energiefactuur die dit jaar opnieuw stijgt, en een gezin dat niet mee in dat systeem gestapt is.

Dan hoef je niet lang te zoeken naar de reden waarom iemand gaat bijklussen. Dat is geen bewijs van herstel. Dat is bewijs dat een uitkering te laag is om van te leven.

Wie dat cijfer kent en desondanks besluit dat deze mensen dus niet ziek waren, verwart oorzaak met gevolg.

Het detail dat de overheid over zichzelf vertelt

Blijft die 4,3 procent over, en dat is het meest verzwegen cijfer van het hele verhaal.

Van alle mensen die na een ziektepensioen weer aan de slag gaan, keert nauwelijks één op de twintig terug naar de overheid. De privésector neemt ze aan; de werkgever die hen ooit definitief afschreef, doet dat niet.

Dat wordt verklaard met de omslachtigheid van overheidsprocedures. Dat is helemaal waar, en het is meteen ook een oordeel. Een organisatie die 85.000 mensen als permanent arbeidsongeschikt boekte en vervolgens niet in staat blijkt om er enkele honderden van terug te nemen wanneer ze zich aandienen, heeft geen probleem met die mensen. Ze heeft een probleem met zichzelf.

En toch?

Toegegeven, het oude systeem was werkelijk niet te verdedigen. Ambtenaren die uitvielen, kregen een stempel die in principe voor altijd gold, ook wanneer ze twee jaar later hersteld waren. Er werd niets ondernomen om hen terug te begeleiden. In uitzonderlijke gevallen ging het om mensen van in de twintig, die daarmee levenslang buitenspel stonden.

Erger nog: het systeem strafte werken actief af. Wie een supplement kreeg omdat zijn uitkering anders te laag was — bijna 17.000 mensen — mocht vroeger amper 1.300 euro per jaar bijverdienen. Dat is honderd euro per maand. Wie meer verdiende, verloor. Dat plafond ging dit jaar naar 10.432 euro, en dat is een echte verbetering.

Dat dit systeem sinds juni is afgeschaft voor wie nu ziek wordt, is dus een goede zaak. Controle en begeleiding zijn ook geen vuile woorden: wie langdurig uitvalt, heeft er recht op dat iemand af en toe komt kijken of er nog iets mogelijk is.

Alleen is dat niet wat er gebeurd is.

Waar is de mens gebleven?

Wat is er concreet voorzien voor die bijna 85.000 mensen die in het oude systeem blijven zitten?

Een brief. In mei en juni kregen ze een schrijven van de pensioendienst met de mededeling dat ze voortaan meer mogen bijverdienen. Dat is het. Geen gesprek, geen begeleiding, geen aanbod, geen herbeoordeling, geen enkele dienst die contact opneemt om te vragen wat iemand nog aankan en wat hij daarvoor nodig heeft.

De redenering luidt dat je niet zomaar aan verworven rechten raakt en dat het systeem vanzelf uitdooft omdat de meesten intussen de pensioenleeftijd voorbij zijn. Allebei correct. Alleen zitten daar ook mensen tussen van vijfendertig, van veertig, van vijftig, die nog dertig jaar te gaan hebben met 1.446 euro bruto en een stempel die zegt dat ze niets meer kunnen.

Voor hen is dat geen uitdovend systeem. Dat is de rest van hun leven.

De vraag die niemand stelt

Er is veel geluld over wat 4.200 werkende zieken bewijzen. Maar er is niemand gaan vragen hoe het met hen gaat.

Dat is nochtans de enige manier om te weten welke van de twee lezingen klopt. Bel honderd van die mensen op. Vraag hoeveel uur ze werken, of ze het volhouden, wat het hun kost, en of ze het zouden doen als hun uitkering tweeduizend euro bedroeg. Binnen een week weet je het.

Zolang dat niet gebeurt, is elk cijfer in dit dossier bruikbaar voor wie het toevallig nodig heeft. En dat is precies waarom achter een cijfer altijd een mens moet blijven staan: niet omdat dat mooi klinkt, maar omdat je anders van alles kunt bewijzen.

Ook dat mensen genezen zijn omdat ze het zich niet kunnen veroorloven om ziek te blijven.

(Foto: Didier lebrun/Photonews)

Jan jambon Langdurig zieken Profiteurs Ambtenaren Nieuws nationaal

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken