Het openbaar vervoer is altijd een beetje lijden.
De Vlaamse regering heeft De Lijn opgedragen om opnieuw fors te besparen. De vervoersmaatschappij krijgt volgend jaar 30 miljoen euro minder en dat betekent dat het aanbod opnieuw onder het mes gaat. CEO Ann Schoubs bevestigt dat de impact op de reiziger onvermijdelijk zal zijn. De belofte van beter openbaar vervoer botst alweer op een realiteit van krimp en efficiëntie-oefeningen.
Van groeiverhaal naar snoeiverhaal
Nog geen jaar na de laatste grote herschikking van het netwerk – waarbij 3.200 haltes verdwenen – dreigt een nieuwe ronde van besparingen. Schoubs zegt het voorzichtig: “We gaan bekijken welke lijnen minder gebruikt worden en waar we eventueel kunnen ingrijpen.” Maar achter de diplomatieke toon zit de harde boodschap dat het aanbod opnieuw op tafel ligt. Minder bussen, minder haltes, minder frequentie.
Septemberverklaring als kantelpunt
De besparing van 30 miljoen maakt deel uit van de Septemberverklaring, waarin de Vlaamse regering een breed pakket aan maatregelen en besparingen aankondigde. “Het gaat om een oefening in aanbod,” zegt Schoubs. “We doen ons uiterste best om de impact voor de reiziger te beperken, maar het zal hier en daar voelbaar zijn.” Het bedrijf heeft de opdracht gekregen om meteen werk te maken van een plan.
Politiek noemt het “efficiëntie”
Volgens minister van Mobiliteit Annick De Ridder gaat het om een “efficiëntie- en performantie-oefening” die over alle departementen loopt. Ze wijst erop dat bij het begin van de legislatuur 400 miljoen extra werd vrijgemaakt voor de aankoop van nieuwe bussen. “Uit de lopende evaluaties van vervoersplannen en vervoerregioraden blijkt dat bijsturingen mogelijk zijn zonder het principe van basisbereikbaarheid aan te tasten,” zegt De Ridder.
Basisbereikbaarheid of basisillusie?
Officieel wordt het principe van basisbereikbaarheid niet aangetast, maar de praktijk leert iets anders. Begin 2024 verdwenen al duizenden haltes, met als argument dat het netwerk efficiënter moest worden. Nu komt daar opnieuw een besparing bovenop. Voor reizigers betekent dat minder flexibiliteit en langere afstanden tot de dichtstbijzijnde halte, precies in een periode waarin de overheid burgers aanspoort om de auto te laten staan.
Vooruitzicht
De boodschap van Schoubs en De Ridder is duidelijk: het geld is op, het netwerk moet krimpen, en het openbaar vervoer moet opnieuw “doen met minder”. De Vlaamse reiziger blijft intussen achter met een steeds dunner wordend aanbod. De vraag rijst hoe lang de slogan “neem het openbaar vervoer en red de planeet” nog geloofwaardig blijft, wanneer het aanbod systematisch wordt uitgekleed.
(Foto: AI/P-magazine)