Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Het impressionisme was ook van ons: België krijgt eindelijk zijn plaats naast Monet

Redactie - 04-11-2026

In de kunstgeschiedenis wordt het impressionisme nog altijd vooral als een Franse uitvinding voorgesteld. Monet, Renoir en hun Parijse generatiegenoten kregen de hoofdrollen, België bleef doorgaans ergens in de coulissen staan. Met bijna 150 werken zet La Boverie in Luik dat beeld recht. Ensor, Anna Boch, Théo Van Rysselberghe en Émile Claus krijgen er het gezelschap van de grote Franse namen.

Het impressionisme heeft een hardnekkig Frans paspoort. Zodra de stroming ter sprake komt, verschijnen de waterlelies van Monet, de elegante figuren van Renoir en de lichtreflecties van Sisley. Parijs en de Franse landschappen vormen het decor van een verhaal dat we op school, in musea en kunstboeken telkens opnieuw horen. Dat België in dezelfde periode een levendige artistieke scène kende, raakt daarbij gemakkelijk ondergesneeuwd.

La Boverie in Luik wil die historische scheeftrekking corrigeren. Met Het impressionisme, een Belgisch verhaal brengt het museum bijna 150 werken samen die Belgische en Franse kunstenaars naast elkaar plaatsen. De tentoonstelling loopt tot 29 maart 2027 en maakt deel uit van de viering van het tienjarige bestaan van La Boverie.

Brussel was meer dan een halte op weg naar Parijs

In de tweede helft van de negentiende eeuw was België een jonge staat met grote economische ambities en een bruisend kunstleven. Terwijl de academische instellingen vasthielden aan hun vertrouwde regels, zochten kunstenaars naar andere manieren om de werkelijkheid te schilderen. Het licht moest niet langer netjes binnen de contouren blijven, het landschap hoefde geen decor te zijn en een schilderij mocht tonen hoe vluchtig een moment eigenlijk is.

Die vernieuwing kreeg ook organisatorisch vorm. De Société Libre des Beaux-Arts, opgericht in 1868, bood kunstenaars ruimte buiten de gevestigde academische structuren. Later volgden Les XX en La Libre Esthétique, groepen die internationale avant-gardekunstenaars naar België haalden. Brussel groeide zo uit tot een belangrijke ontmoetingsplaats voor vernieuwers.

Het Belgische impressionisme was daarbij geen kopie van wat in Frankrijk gebeurde. Kunstenaars ontwikkelden een eigen gevoeligheid voor licht en kleur, met wortels in de landschapskunst en de realistische schildertraditie. De School van Tervuren, vaak beschouwd als een Belgische tegenhanger van de Franse School van Barbizon, hielp het landschap uit zijn traditionele bijrol te halen. Een veld, bosrand of rivier hoefde niet langer een verhaal te illustreren, maar mocht zelf het onderwerp zijn.

Geen voetnoten bij Monet

De tentoonstelling maakt de verwantschap en verschillen zichtbaar door Belgische en Franse kunstenaars naast elkaar te plaatsen. James Ensor, Théo Van Rysselberghe, Anna Boch en Émile Claus staan er naast Claude Monet, Auguste Renoir, Camille Pissarro en Alfred Sisley. Ook minder vanzelfsprekende namen krijgen aandacht, onder wie Juliette Wytsman, Yvonne Serruys en Jenny Montigny.

Vooral die aanwezigheid van vrouwelijke kunstenaars is welkom. Hun werk maakte deel uit van de artistieke vernieuwing, maar in de klassieke kunstgeschiedenis kregen ze lang niet dezelfde zichtbaarheid als hun mannelijke collega's.

De werken komen uit meer dan dertig Belgische en internationale collecties. Meer dan twintig Belgische musea en instellingen leveren bruiklenen, naast internationale partners zoals het Musée d’Orsay en het Petit Palais in Genève. Het resultaat is een bijzondere verzameling schilderijen, prenten, fotografie en archiefmateriaal die zelden op één plek te zien zijn.

Een kunstgeschiedenis die wat minder naar Parijs kijkt

Het parcours loopt van de jaren 1860 tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Het toont hoe het impressionisme in België verschillende vormen aannam en uiteindelijk overging in nieuwe stromingen, waaronder het Brabantse fauvisme met kunstenaars als Rik Wouters.

Dat maakt Het impressionisme, een Belgisch verhaal meer dan een tentoonstelling met fraaie schilderijen. Ze laat zien dat België geen afgelegen provincie was waar Franse ideeën met vertraging arriveerden, maar een plek waar kunstenaars, verenigingen en tentoonstellingen actief meebouwden aan de Europese avant-garde.

Dat verhaal verdient meer dan een voetnoot. La Boverie geeft het alvast een indrukwekkend podium.

Praktisch

Tentoonstelling: Het impressionisme, een Belgisch verhaal
Locatie: La Boverie, Parc de la Boverie 3, 4020 Luik
Periode: 9 oktober 2026 tot en met 29 maart 2027
Openingsuren: dinsdag tot zondag, 10 tot 18 uur; maandag gesloten
Duur bezoek: ongeveer anderhalf uur
Tickets: standaard 18 euro, jongeren/studenten 12 euro, gratis voor kinderen onder zes jaar.

(Foto: La Boverie)

Luik Expo Impressionisme La boverie

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken