Bart Kaëll kiest voor discipline zonder lijden.
Er zijn mensen die zich kapotlopen voor hun conditie. En er zijn er die het anders aanpakken. Bart Kaëll hoort duidelijk bij die tweede categorie. Geen heroïsche schema’s, geen sporthorloges die piepen om discipline af te dwingen. Gewoon een man, een zwembad en een afspraak met zichzelf die hij niet verbreekt.
In een gesprek met Evy Gruyaert — nota bene het gezicht achter hele generaties joggende Vlamingen — legt Kaëll uit hoe hij het volhoudt. Niet door zichzelf uit te wringen, maar door zichzelf net niet tegen te steken. Elke dag een kwartier zwemmen. Niet meer. Want dan komt de tegenzin. En als die er is, is het gedaan.
Dat zwembad helpt, natuurlijk. Als het in je achtertuin ligt, wordt de drempel plots een opstapje. Maar het echte verschil zit elders. In de koppigheid om het simpel te houden.
Hardlopen als marteling
Want het had ook anders kunnen lopen. Letterlijk.
Kaëll heeft het geprobeerd, dat joggen. Zoals iedereen wel eens denkt: dit wordt mijn nieuwe leven. Tot het begint. En elke boom plots een eindpunt wordt. Nog tot daar. En dan nog tot die paal. En dan nog eens een stukje verder.
Hij vertelt het zonder drama, maar de vermoeidheid zit nog in de herinnering. Lopen werd rekenen. Afstanden opdelen om ze te overleven. Geen sport, maar een onderhandeling met jezelf.
En dan zit je daar, tegenover iemand die er haar carrière van heeft gemaakt. Start to Run, duizenden volgers, mensen die zichzelf heruitvinden op loopschoenen. Kaëll glimlacht. Het verandert niets. Hij vindt het nog altijd verschrikkelijk.
De illusie van de fitness
Dan maar binnen sporten, zou je denken. Toestellen, schema’s, controle.
Maar ook daar liep het fout. De crosstrainer kwam er. En bleef er. Vooral als meubel.
Vijf minuten bezig en al kijken naar de klok. Hoe lang nog? Hoe kan dat nu zo traag gaan? Het soort training waarbij elke seconde dubbel telt. Waarbij je lichaam sneller opgeeft dan je goede voornemens.
Het verdict is helder: sommige dingen passen gewoon niet.
De discipline van het plezier
Wat overblijft, is eenvoud. Wandelen. Zwemmen. Dingen die geen weerstand oproepen.
Kaëll heeft het voor zichzelf helder gemaakt: je hoeft jezelf niet kapot te maken om in vorm te blijven. Je moet vooral vermijden dat je stopt. En stoppen doe je wanneer je tegenzin krijgt.
Dus blijft hij in beweging. Elke dag. Een kwartier. Niet heroïsch, wel consequent.
En misschien zit daar het verschil. Niet in hoe hard je gaat, maar in hoe lang je het volhoudt.
(Foto: Pieter-Jan Vanstockstraeten/Photo News)