Er was een tijd waarin queer cultuur vooral iets was wat je moest weten te vinden. Een donkere club, een achterzaaltje, een café waar je via via terechtkwam, een filmvertoning die nauwelijks reclame maakte of een feestje waarvan de locatie pas op het laatste moment werd doorgestuurd. De cultuur zat letterlijk en figuurlijk onder de radar.
Vandaag is dat behoorlijk veranderd.
Drag queens hebben televisieprogramma's, queer films draaien in grote bioscopen, modehuizen gebruiken genderfluïditeit als marketingtaal en zelfs de grootste merken weten ondertussen dat een regenbooglogo in juni goed kan zijn voor de verkoop.
De underground is uit de kelder gekomen. Maar betekent dat ook dat ze haar undergroundgevoel kwijt is?
Een filmavond die allesbehalve stil is
Op 9 oktober wordt The Rocky Horror Picture Show in The Agenda in Brussel niet gewoon vertoond zoals in een klassieke bioscoop. Het publiek mag meezingen, dansen en verkleed komen, er is een kostuumwedstrijd en de muzikale scènes worden live aangevuld door dragperformers. Vanaf middernacht verandert de filmavond bovendien in een feestje dat doorgaat tot vier uur 's nachts.
De vertoning wordt gehost door Peach, bekend van Drag Race Belgique, samen met Bikini The Third, Eric, Sacha Mallow en Ultramar. Tickets werken volgens het pay-what-you-can-principe, vanaf 10 euro.
Rocky Horror is zelf al decennialang een perfecte illustratie van de beweging van cult naar mainstream. De film was in 1975 een mislukking, verdween snel uit de zalen en werd door de studio zo goed als opgegeven.
Wat hem redde, was geen lovende recensie. Vanaf 1976 draaide hij om middernacht in het Waverly Theater in New York. Daar begon het publiek terug te roepen naar het scherm. Anderen deden mee. Mensen kwamen verkleed en bereidden thuis hun antwoorden voor.
Een film die niemand wilde, groeide uit tot een fenomeen omdat het publiek weigerde stil te zijn.
Vijftig jaar later gebeurt iets gelijkaardigs op de Plattesteen in Brussel. Alleen is de wereld rondom Rocky Horror ondertussen behoorlijk veranderd. De vraag is dus: wat blijft er van een subcultuur over wanneer iedereen mag meedoen?
Queer cultuur is geen genre
De huidige queer scene laat zich moeilijk in één categorie vangen. Het is niet alleen drag, maar ook muziek, clubcultuur, mode, film, performance, comedy, literatuur, slam en beeldende kunst. Vaak lopen die disciplines bewust door elkaar.
The Agenda profileert zich bijvoorbeeld als Brusselse ontmoetingsplek voor de LGBTQIA+-gemeenschap en allies, met dragshows, thema-avonden, muziek en performances. In Les Grands Carmes loopt van 7 tot 16 oktober dan weer het Tels Quels Festival, met onder meer drag bingo, een queer market, slam, stand-up en gesprekken.
Misschien zit precies daar iets wat de mainstream moeilijk kan overnemen.
Niet alleen de voorstelling is belangrijk, maar ook het feit dat mensen er samenkomen. Je kijkt niet alleen naar een dragqueen. Je staat naast iemand die je anders misschien nooit zou ontmoeten, ontdekt een onbekende artiest of ziet iemand voor het eerst op een podium staan.
Een merk kan de regenboog overnemen. Een modehuis kan de esthetiek gebruiken. Dat gemeenschapsgevoel laat zich een stuk moeilijker kopiëren.
De queer catwalk
Ook in de mode is de verschuiving zichtbaar. Queer cultuur heeft de afgelopen decennia een enorme invloed gehad op hoe we naar kleding, gender en het lichaam kijken. Wat ooit als provocerend werd beschouwd — mannen in jurken, make-up, extravagante silhouetten, genderfluïde styling — verschijnt vandaag in campagnes van grote modehuizen en op rode lopers.
Maar daar zit een interessante vraag achter: wanneer wordt een subcultuur gewoon een stijl?
Een modehuis kan perfect een collectie maken die speelt met gender, zonder dat die dezelfde sociale betekenis heeft als voor iemand die zelf buiten de klassieke genderregels leeft.
Queer cultuur is tenslotte nooit alleen een esthetiek geweest.
De vraag is wat er gebeurt met een beweging waarvan de vorm overal opduikt, terwijl de oorspronkelijke gemeenschap niet automatisch dezelfde mainstreamacceptatie krijgt. Een subcultuur die volledig opgaat in de smaak van het moment, moet zichzelf opnieuw uitvinden of dreigt uiteindelijk in de etalage te verdwijnen.
Daarom blijven plekken als The Agenda en Les Grands Carmes interessant. Niet omdat queer cultuur er nog verborgen zit, maar omdat ze er een eigen plek houdt.
De underground is niet verdwenen. Ze heeft de deur opengezet en houdt hem vast.
Waarheen?
La Secte – The Queer Ritual
2 oktober, The Agenda, Plattesteen 18/20, Brussel. Met onder meer Delvina Di Chi en La Paradoxe.
The Rocky Horror Peach Show
9 oktober vanaf 20.30 uur, The Agenda. Interactieve vertoning, dragperformances, kostuumwedstrijd en feest tot 4 uur. Pay what you can vanaf 10 euro.
Monster High
16 oktober, The Agenda. Drag, monsters en glitter.
Tels Quels Festival
7 tot 16 oktober, Les Grands Carmes, Grands Carmesstraat 20-22, Brussel. Met onder meer drag bingo, een queer market, slam, stand-up, lezingen en gesprekken.