De cijfers liegen niet, en ze zijn allesbehalve flatterend. De kloof tussen jongens en meisjes in wiskundeprestaties is de afgelopen jaren opnieuw toegenomen, en dat baart internationale organisaties zorgen.
Samen met de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA) analyseerde UNESCO data uit het internationale TIMSS-onderzoek. De conclusie? Jongens nemen opnieuw de bovenhand, en niet een beetje. In 2023 scoren ze in maar liefst 81 procent van de landen beter dan meisjes in het lager onderwijs. Ter vergelijking: in 2019 was dat nog 52 procent. In 2003? Slechts 26 procent. Dat is geen dipje meer, dat is een vrije val voor de dames.
Wat is er gebeurd?
De coronacrisis lijkt hierbij opnieuw een rol te spelen. Schoolsluitingen, afstandsonderwijs en chaos in de klas zouden vooral meisjes harder geraakt hebben. Minder zelfvertrouwen, minder motivatie, en voilà: de cijfers volgen. Maar is dat het hele verhaal? Of kijken we hier naar een systeem dat al langer kraakt?
Want laten we eerlijk zijn: dit probleem komt niet uit het niets. Jarenlang werd geroepen dat de kloof kleiner werd, dat meisjes aan een opmars bezig waren in de ‘moeilijke vakken’, zoals wetenschap en wiskunde. Mooie slogans, straffe campagnes, maar blijkbaar allemaal voor niets.
En daarom roept UNESCO op tot actie. Zonder ingrijpen dreigt de kloof verder te groeien, met gevolgen die nog jarenlang voelbaar zullen zijn.