Van Leopold II tot omstreden helden: bewaar je een monument als geschiedenisles, of haal je het weg omdat het kwetst? Overleeft cultuur de ontwaakte beeldenstorm?
Een standbeeld is een van de rustigste dingen ter wereld: het staat daar maar, jaar na jaar, en niemand kijkt er nog naar. Tot iemand wél kijkt, en zich afvraagt waarom we die man eigenlijk op een sokkel hebben gezet. Sinds 2020 woedt een ontwaakt debat ook bij ons in alle hevigheid, met koning Leopold II in het oog van de storm.
Een koning op een sokkel
Verspreid over het land staan tientallen beelden van Leopold II, de meeste opgericht in een tijd waarin het kolonialisme nog met trots werd bezongen. Na de wereldwijde protesten van 2020 kwam er beweging: in Ekeren werd zijn beeld weggehaald en naar het depot van het Middelheimmuseum gebracht, in Leuven verdween er een uit een nis van het stadhuis. Andere bleven gewoon staan. Overal laaide dezelfde vraag op.
Weg ermee, zeggen de enen
Het argument om ze weg te halen is stevig. Leopold II maakte van Congo zijn persoonlijk wingewest, waar zijn schrikbewind miljoenen levens kostte — en dat wist men toen al. Jawel ook in zijn eigen tijd zag men hem als een schurk. Een standbeeld is geen neutrale geschiedenisles, het is een eerbetoon. Voor Belgen met Afrikaanse wortels betekent zo'n beeld elke dag opnieuw: de man die jouw voorouders liet afslachten, staat hier op een voetstuk. Geschiedenis leer je in boeken en musea, klinkt het, niet door een moordenaar te blijven vereren op een plein.
Laat staan, zeggen de anderen
Even stevig is het tegenargument. Wie het verleden wegvijlt, krijgt een opgepoetste, valse versie ervan, waarschuwt onder meer politica Assita Kanko, zelf van Congolese origine. Een beeld dat verdwijnt, is een les die je vergeet; beter voeg je uitleg en context toe, zodat de wandelaar leert wie daar staat en waarom dat wringt. En waar stopt het? Vandaag Leopold II, morgen koning Boudewijn, overmorgen de straatnamen? Bovendien, zeggen ze, is vandalisme een slechte gids: een beeld neerhalen op een golf van emotie lost weinig op.
Museum of sokkel?
Waar velen uiteindelijk uitkwamen, ligt in het midden: niet vernietigen, wel verplaatsen. Van een voetstuk van eer naar een museumzaal met duiding, precies wat er in Antwerpen gebeurde. Op straat viert een beeld iemand; in een museum legt het uit. Zo verlies je de geschiedenis niet, maar stop je ook met een omstreden figuur te eren alsof er niets aan de hand is.
Misschien zegt een standbeeld op het einde meer over wie ernaar kijkt dan over wie erop staat. Elke generatie beslist opnieuw wie ze wil vereren, en dat is geen teken van zwakte maar van een levende samenleving. Het echte gevaar is niet dat we het verkeerde beeld weghalen of laten staan. Het is dat we zouden vergeten waarom we er ooit ruzie over maakten.
Blijven we met een laatste vraag achter. Wat met de kunstenaar? Mogen we het als kunst bekijken? Eerlijk: de meeste van deze beelden, zijn verdomd goed gemaakt.
(Foto: P-magazine)