Chocolade, cognac, karamel, camel of koffie: kijk deze herfst even rond in een kledingwinkel en je ontsnapt nauwelijks aan bruin. Vreemd eigenlijk, want niemand heeft ons verteld dat we die kleur plots mooi moeten vinden. Of toch?
Er is iets merkwaardigs aan mode. Het ene jaar hangt een kleur ergens achteraan in de winkel en loop je er zonder nadenken voorbij. Een jaar later hangt ze overal en denk je plots: verdomd, eigenlijk is dat best mooi.
Deze herfst gebeurt dat met bruin.
Chocoladebruin, cognac, karamel, taupe, camel, roest, koffie en zowat alles wat daar tussenin zit: de kleur duikt op bij jassen, truien, broeken, schoenen, handtassen en accessoires. Bruin, jarenlang vooral de kleur van houten lambrisering, opa's zetel en regenjassen waarin niemand vrijwillig gefotografeerd wilde worden, mag weer gezien worden.
En daar zit meer logica achter dan je zou denken.
Bruin is het nieuwe zwart?
Zwart verdwijnt uiteraard nergens naartoe. Maar bruin heeft iets wat zwart minder heeft: warmte. Na jaren waarin neutrale kleerkasten vooral draaiden rond zwart, wit, grijs en beige, zorgt bruin voor wat meer diepte zonder dat je meteen in kanariegeel naar kantoor moet.
Bovendien is het verrassend gemakkelijk te combineren. Donkerbruin werkt met jeans, cognac met donkerblauw en chocoladebruin met crème. Wie liever niet iedere ochtend een kwartier voor de spiegel staat te berekenen of zijn broek ruzie heeft met zijn trui, kan er dus behoorlijk veilig mee wegkomen.
Dat maakt bruin toegankelijk. Je hoeft geen modekenner te zijn om het te dragen en er bestaan genoeg tinten om niet meteen van kop tot teen op een praline te lijken.
Maar wie beslist zoiets?
Wie heeft eigenlijk bepaald dat bruin deze herfst in onze kleerkast hoort?
Er zit nergens een modepaus in Milaan die op 1 januari witte rook laat opstijgen en vervolgens verkondigt dat de wereld vanaf september cognac moet dragen. Zo eenvoudig werkt het niet.
Modehuizen werken hun collecties lang vooraf uit. Trendbureaus volgen maatschappelijke, culturele en commerciële ontwikkelingen, ontwerpers maken keuzes, inkopers selecteren wat uiteindelijk in de winkels belandt en modebladen, stylisten, bekende gezichten en influencers versterken bepaalde trends vervolgens nog eens.
Tegen de tijd dat jij een winkel binnenloopt, is er dus al een hele keten gepasseerd die ervoor zorgt dat je opvallend veel dezelfde kleuren ziet.
En dan doet ons brein de rest.
Eerst vreemd, daarna mooi
Wat we vaak genoeg zien, gaat vertrouwd aanvoelen. Een kleur die enkele maanden geleden nog oubollig leek, verschijnt plots op catwalks, Instagram, in etalages en bij mensen op straat. Daardoor verandert niet noodzakelijk de kleur, maar wel onze blik erop.
Bruin is daar een mooi voorbeeld van. De kleur is natuurlijk nooit weggeweest. Alleen de associaties veranderen. Wat gisteren nog naar een woonkamer uit 1978 rook, heet vandaag chocolade, espresso of cognac en hangt met een iets steviger prijskaartje in de winkel.
Marketing kan soms verbazend veel oplossen.
Bruin bestaat blijkbaar in vijftig tinten
En wie denkt dat bruin gewoon bruin is, heeft duidelijk nog nooit een modekleurenkaart onder ogen gekregen.
Espresso zit dicht tegen zwart aan, chocolade is donker en warm, cognac heeft meer oranje in zich, camel schuift richting beige en karamel zit daar weer ergens tussenin. Roest balanceert dan weer tussen bruin, rood en oranje.
Daar zit meteen een groot voordeel van de trend. Wie bij ‘bruin’ spontaan aan een lelijke corduroy broek van zijn nonkel denkt, hoeft niet meteen af te haken. Er is waarschijnlijk wel een tint die werkt.
Wie het donker wil, kiest espresso of chocolade. Wie het zachter wil, kan richting camel of taupe. En wie iets meer kleur wil zonder meteen als verkeerskegel buiten te komen, heeft roest.
Of je bruin over een paar jaar nog altijd even mooi vindt, is natuurlijk een andere kwestie. Tegen dan heeft iemand waarschijnlijk alweer beslist dat opa's groene badkamertegels uit 1974 eigenlijk ontzettend stijlvol waren.
En voor je het weet, vinden wij dat ook.