Indexrem levert miljarden op: overheid snoeit in lonen en uitkeringen, factuur voor gezinnen.
De federale regering zet de schaar in de automatische indexering van lonen en uitkeringen — en dat levert geld op. Veel geld. Volgens berekeningen van het Planbureau – zo lezen we in ‘De Tijd’ – brengt de maatregel de overheid tegen 2030 ruim 1,2 miljard euro op.
Maar achter die cijfers schuilt een klassiek spanningsveld: begrotingsdiscipline versus koopkracht.
Minder index, meer marge voor de staat
De kern van de maatregel is eenvoudig:
- lonen boven 4.000 euro bruto worden twee keer niet volledig geïndexeerd
- uitkeringen boven 2.000 euro ondergaan dezelfde ingreep
Gevolg: de loon- en uitgavenstijging wordt afgeremd. Voor de overheid betekent dat minder uitgaven aan ambtenarenlonen, pensioenen en sociale uitkeringen.
Hoewel de staat tegelijk inkomsten misloopt — zo’n 1,2 miljard euro minder via belastingen en sociale bijdragen — wordt dat ruimschoots gecompenseerd. De uitgaven dalen met meer dan 2,4 miljard euro.
Saldo: een nettowinst van meer dan 1,2 miljard euro.
Koopkracht onder druk
Voor de vakbonden is de conclusie duidelijk: de maatregel treft de koopkracht.
Het Planbureau nuanceert: de impact blijft beperkt. De consumptie zou met 0,1 procent dalen, wat nauwelijks doorweegt op de economische groei.
Toch blijft het principe gevoelig. Want minder indexering betekent simpelweg dat lonen en uitkeringen minder snel stijgen dan de prijzen.
Werkgevers: winst nu, onzekerheid later
Ook bij werkgevers is het beeld dubbel.
Op korte termijn levert de maatregel ademruimte op: tegen 2030 besparen bedrijven naar schatting 800 miljoen euro aan loonkosten. Dat zou zelfs kunnen leiden tot ongeveer 3.500 extra jobs.
Maar er zit een addertje onder het gras.
Via de loonnormwet — die bepaalt hoeveel lonen bovenop de index mogen stijgen — dreigt een deel van die besparing later opnieuw uitgekeerd te worden. Wat vandaag wordt bespaard, kan morgen alsnog op tafel komen.
Complex systeem onder druk
De discussie raakt aan een fundament van het Belgische model: de automatische indexering als ondergrens en de loonnorm als bovengrens.
De regering wil dat systeem tegen eind dit jaar herbekijken. Maar met deze ingreep neemt ze al een voorschot op die hervorming — tot frustratie van de vakbonden.
Slechte timing
De timing maakt het dossier extra explosief.
De inflatie stijgt opnieuw, onder meer door duurdere energie als gevolg van internationale spanningen. Gezinnen voelen dat meteen in hun portemonnee.
Net daarom pleiten vakbonden voor bescherming van de koopkracht. Werkgevers wijzen dan weer op de druk op de industrie.
Conclusie
De indexrem is financieel interessant voor de overheid. De cijfers zijn duidelijk: minder uitgaven, meer budgettaire ruimte.
Maar het is geen gratis operatie.
De rekening wordt verdeeld — tussen gezinnen die minder koopkracht krijgen, bedrijven die mogelijk later moeten bijpassen en een overheid die haar begroting op orde probeert te krijgen.
Zoals zo vaak in België: iedereen wint een beetje.
En verliest een beetje meer.
(Foto: PD)