Brussels minister-president Boris Dilliès (MR) bracht een werkbezoek aan een opleidingscentrum in Neder-over-Heembeek. De boodschap was helder: handenarbeid verdient meer waardering, en Brussel heeft de mensen nodig om zijn grote bouwprojecten te realiseren.
Hamers en kansen in Neder-over-Heembeek
In het opleidingscentrum van Bruxelles Formation in Neder-over-Heembeek klinkt het geluid van kloppende hamers en kletterende metaal. Een dertigtal werkzoekenden timmert er aan de weg richting een job in de bouwsector. Minister-president Boris Dilliès (MR) luisterde donderdagnamiddag aandachtig naar de uitleg van centrumdirectrice Sihame Al Barajraji.
"Gemiddeld vindt 60 procent binnen een jaar na het einde van de opleiding een baan in de bouw", vertelt Al Barajraji. Dat de overige vier op de tien niet meteen een baan vinden, heeft vaak te maken met de kwetsbare context van de deelnemers. "We werken met nieuwkomers of mensen die net uit de gevangenis komen. Vaak volstaat een opleiding dan niet."
Brusselse ambitie: tewerkstellingsgraad naar 70 procent
Dilliès droeg tijdens het bezoek zijn pet van minister in de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof), bevoegd voor Beroepsopleiding. Maar de keuze voor dit centrum is allesbehalve toevallig.
"Opleiding en tewerkstelling behoren tot de belangrijkste uitdagingen in het gewest", stelt hij. De Brusselse regering wil in 2030 een tewerkstellingsgraad van 70 procent halen. Een kwart van de Brusselse jeugd zit momenteel zonder job.
De lijst met knelpuntberoepen in de bouwsector puilt intussen uit. Van kraanmachinist tot schrijnwerker of technisch tekenaar: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worstelt met een structureel tekort aan werkkrachten. En er liggen grote werven aan te komen: nieuwe tramlijnen, het Confex-project op de Heizel, de herontwikkeling van de Audi-site en de Haven van Brussel.
Handenarbeid herwaarderen
De centrale boodschap van Dilliès was die van herwaardering. "Handenarbeid is niet het einde van je leven. Het heeft evenveel waarde als intellectueel werk", zegt hij resoluut. "Ook zonder de juiste kwalificaties kan je aan zo'n technische opleiding beginnen, maar je moet gemotiveerd zijn."
Dat vraagt ook een mentaliteitsverandering bij werkgevers, benadrukt hij. "Het is ook mijn taak om de grote industriële spelers die ik ontmoet te overtuigen om de Brusselse jeugd uit kwetsbare wijken meer te vertrouwen. Die werelden kennen elkaar niet goed genoeg."
Directrice van Bruxelles Formation Laurence Rayane reageert tevreden op de nieuwe ploeg. "We kunnen weer een langetermijnperspectief ontwikkelen." Het centrum bekijkt samen met Actiris hoe de opleidingen kunnen worden afgestemd op de toekomstige bouwprojecten in het gewest. "Onze organisatie is soepel genoeg om te schakelen op vraag van de bedrijven."