De fiscale bonus voor werknemers klinkt aantrekkelijk, maar de rekening dreigt terecht te komen bij wie vandaag al moeilijk rondkomt.
Minister van Financiën Jan Jambon verkoopt zijn fiscale hervorming als een historische operatie die werken opnieuw aantrekkelijk moet maken. De slogan klinkt eenvoudig en politiek dankbaar: wie werkt, moet meer overhouden dan wie niet werkt.
Daar valt op het eerste gezicht weinig tegen in te brengen. Natuurlijk moet werken lonen. Natuurlijk moet iemand die elke ochtend opstaat en belastingen betaalt daar een tastbaar voordeel van voelen.
Maar achter de communicatie schuilt een ongemakkelijke vraag: gaat dit plan echt over het stimuleren van arbeid, of vooral over het financieel onder druk zetten van mensen die vandaag niet werken?
Mooie verpakking, harde boodschap
De hervorming verhoogt de belastingvrije som, verlaagt de bijzondere sociale bijdrage en trekt de werkbonus op. Volgens de regering zullen werknemers daardoor netto meer overhouden. Voor een alleenstaande zou dat op termijn ongeveer 100 euro per maand kunnen betekenen.
Dat is de aantrekkelijke kant van het verhaal.
De minder opvallende kant zit in de maatregelen voor wie niet werkt. De belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen wordt afgebouwd. Leeflonen worden als belastbaar inkomen behandeld. Het huwelijksquotiënt wordt afgebouwd om te vermijden dat een tweede partner financieel gestimuleerd wordt om thuis te blijven.
Met andere woorden: de regering deelt met de ene hand een fiscale bonus uit aan werkenden en haalt met de andere hand geld weg bij mensen die al op de rand van het systeem balanceren.
De klassieke N-VA-filosofie
Voor de N-VA is dit ideologisch zuivere politiek.
Werkenden worden beloond. Niet-werkenden moeten voelen dat hun situatie financieel minder comfortabel wordt. Het verschil tussen beide moet groter worden, zodat de druk toeneemt om een job te zoeken.
Dat klinkt logisch zolang men doet alsof werkloosheid altijd een vrije keuze is.
De realiteit is anders. Er zijn mensen die geen werk vinden, kampen met gezondheidsproblemen, onvoldoende opleiding hebben of vastzitten in regio’s waar jobs schaars zijn. Voor hen betekent “activering” vaak gewoon dat de financiële marge nog kleiner wordt.
Werken moet lonen. Maar leven mag geen straf worden.
De regering heeft gelijk wanneer ze zegt dat arbeid moet worden beloond.
Maar dat principe wordt problematisch wanneer het neerkomt op een eenvoudige rekensom: wie werkt krijgt iets extra, wie niet werkt verliest.
Dat is geen subtiele hervorming. Dat is een bot instrument.
Want wie vandaag op een leefloon of werkloosheidsuitkering aangewezen is, leeft zelden in luxe. Het idee dat duizenden mensen comfortabel thuis zitten en enkel een fiscale prik nodig hebben om spontaan aan de slag te gaan, is een karikatuur die politiek goed verkoopt maar weinig met de werkelijkheid te maken heeft.
Budgettaire noodzaak als alibi
De federale regering moet besparen. De begroting kreunt onder een torenhoge schuld, stijgende pensioenuitgaven en een slabakkende groei.
In dat klimaat is het verleidelijk om hervormingen te presenteren als morele keuzes: wie werkt verdient steun, wie niet werkt moet geactiveerd worden.
Maar budgettaire discipline en sociale rechtvaardigheid zijn niet altijd hetzelfde.
Wie de kloof tussen werken en niet-werken vergroot, kan meer mensen activeren. Maar men kan evengoed de armoede verdiepen bij wie vandaag al nauwelijks rondkomt.
Politiek die goed klinkt, maar hard aankomt
Jambons fiscale hervorming is politiek slim verpakt. Niemand is tegen “werken moet lonen”. Het is een slogan waar elk debat bijna automatisch mee stopt. Maar slogans vertellen niet het hele verhaal.
De echte vraag is niet hoeveel euro een werknemer extra krijgt.
De echte vraag is wie de rekening betaalt.
En dan blijkt dat deze hervorming niet alleen een beloning is voor wie werkt, maar ook een duidelijke waarschuwing voor wie buiten de arbeidsmarkt valt.
Of dat leidt tot meer jobs, zal nog moeten blijken.
Dat het voor duizenden kwetsbare mensen vooral voelt als een extra financiële dreun, staat nu al vast.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)