Een verwittig man is er ondertussen meer dan twee waard.
Spoorwegvakbonden trekken voor de 22ste keer dit jaar aan de noodrem – en jij mag weer liften, stappen en stressen.
De chaos-afdeling van de NMBS kondigde vrolijk de 22ste stakingsdag van het jaar aan. Drie op de vijf IC-treinen zouden dinsdag nog rijden, meldt men trots, alsof dat goed nieuws is. Maar voor wie dagelijks probeert te overleven tussen Brussel-Noord en Charleroi-Zuid, klinkt het eerder als: “Verzin maar wat, beste forens.”
De vakbonden hebben zich ondertussen herschikt tot één groot protestkoor. Wat begon met ACOD Spoor en ACV Transcom is inmiddels uitgegroeid tot een vocale vijfkoppige vuist van onvrede. Ook VSOA Spoor, OVS en ASTB doen mee aan de dinsdagse traditie van treinen blokkeren en passagiers laten sakkeren.
Dinsdag = stakingsdag. Punt.
Voor de derde dinsdag op rij trekt het spoorpersoneel collectief aan de stakingsrem. En spoiler alert: ook op 29 april mogen we weer genieten van een dag vol schrale pendelalternatieven, boze pendelaars op Twitter en trage bussen vol zweet en wanhoop.
Waarom staken ze ditmaal?
De lijst eisen breekt ondertussen elk record. De kern? Een cocktail van klassieke klachten:
- Pensioenleeftijd omhoog → boze conducteurs.
- Meer flexibiliteit gevraagd → kwaad onderhoudspersoneel.
- HR Rail wordt hervormd → totale nervositeit in de personeelskamers.
- Besparingen bij het spoor → dat vat zo’n beetje alles samen.
In mensentaal: de federale regering heeft plannen om het spoorbedrijf te moderniseren, maar dat betekent volgens de vakbonden “meer werk, minder rechten en langer zwoegen tot je met een rollator op de trein mag stappen.”
Het spoor als loopgraaf
De NMBS zelf probeert ondertussen met plakband en rooksignalen een dienstregeling in elkaar te puzzelen. Resultaat: drie op de vijf IC-treinen rijden nog. Ook drie op de vijf L- en S-treinen blijven actief. Maar de spitsuurtreinen (de P’s voor de liefhebbers van lijden) zijn de pineut. Pendelaars mogen dus zelf kiezen: vroeg vertrekken, niet vertrekken, of mentaal vertrekken.
En de routeplanner? Die is deze week even betrouwbaar als een horoscoop in de Story: best even raadplegen, maar vooral geen beslissingen op baseren.
“Staken is ons recht” vs. “Reizen is mijn job”
De eeuwige twist tussen het recht op staken en het recht op werk speelt laait weer op. Spoorvakbonden schermen met hun grondwettelijk recht op actievoeren, terwijl duizenden pendelaars zich afvragen waar hun recht op betrouwbaar vervoer is gebleven. Spoorarbeiders willen menswaardige arbeidsvoorwaarden, maar de reiziger wil vooral niet op een druilerige dinsdag met vijf collega’s in een Dacia van Boom naar Brussel carpoolen.
22 keer in 2025... En we zijn nog maar in april
Jawel, we zitten aan staking nummer 22, en het jaar is nog niet eens halverwege. Dat is gemiddeld meer dan één stakingsdag om de acht dagen. Kampioen zijn is plezant.
En het ergste? Niemand verwacht dat dit het eindpunt is. Er ligt nog genoeg vonk in het sociaal kruitvat om minstens tot de zomer elke maand een paar keer het treinverkeer op zijn achterste poten te zetten.
Conclusie: De NMBS leeft nog — maar het is een soort zombie
De Belgische spoorwegen zitten in een vreemde paradox: ze zijn onmisbaar voor honderdduizenden mensen, maar tegelijk werkt er niemand die nog zin heeft om ze draaiende te houden onder de huidige voorwaarden.
De regering wil hervormen, de vakbonden blokkeren, de reiziger vloekt. Het systeem kraakt aan alle kanten en de enige zekerheid die je hebt als pendelaar, is dat je dinsdag wéér creatief moet zijn met je reistijd. Of vakantie nemen. Of wandelen. Of verhuizen naar een plek met een bushalte.
(Foto: Pieter-Jan Vanstockstraeten/Photo News)