Von der Leyen en Kallas schrijven een brief: Europa moet zich bewapenen – en snel graag.
In een opvallend kordate brief roepen Ursula von der Leyen – voorzitter van de Europese Commissie – en kersvers EU-buitenlandchef Kaja Kallas de 27 regeringsleiders op om dringend werk te maken van een “autonomer en sterker Europees afschrikkingsvermogen”. Vrij vertaald: als we niet snel onze militaire broek ophijsen, staan we straks in ons hemd – en dat terwijl de vijand al aan de deur klopt.
150 miljard euro aan munitie... op krediet
Geen halve maatregelen dus, maar een concrete uitnodiging: tegen eind juli willen de dames van elke lidstaat een lijstje. Wat gaan jullie samen kopen? Wat gaan jullie zelf bouwen? Welke tanks, raketsystemen, drones, satellieten, schoudervullers of cybercapaciteiten staan bovenaan de shoppinglist? En belangrijker: met wie werken jullie daarvoor samen?
Om het koopgedrag van defensieve EU-consumenten te stimuleren, ligt er een stevige kredietlijn klaar. De Europese Commissie heeft 150 miljard euro beschikbaar in de vorm van leningen – geld dat lidstaten kunnen aanvragen om met partners uit de unie gezamenlijk militair materieel te ontwikkelen of aan te schaffen. Dit is geen brainstorm, dit is een sprint aangepord door het defensie-narratief.
Oekraïne als schokdemper van Europa
De ondertoon van de brief is strategisch, maar ook onmiskenbaar politiek geladen. Von der Leyen en Kallas laten weinig aan de verbeelding over. Oekraïne moet overeind blijven – koste wat kost. Niet alleen als bufferstaat tegen het agressieve Rusland, maar ook omdat het land inmiddels officieel kandidaat-lid is van de EU. Of zoals de brief het formuleert: “Oekraïne is onze eerste verdedigingslinie.” Wie dat nog niet doorheeft, heeft geopolitieke oogkleppen op.
De Europese Unie moet dus meer doen dan symbolische steun en tweedehands pantserwagens leveren. Er moet permanente militaire steun komen, gebaseerd op structurele investeringen, niet op ad-hoc solidariteit. Europa moet zichzelf kunnen verdedigen, ook als de Amerikaanse paraplu het laat afweten.
NAVO als basis, maar Brussel wil spierballen
Hoewel de Europese Commissie pleit voor meer autonomie, worden de NAVO-lijnen niet doorgesneden. Integendeel: de NAVO blijft de “basis voor de collectieve verdediging van Europa”. Maar er komt wél druk bij. De nieuwe NAVO-norm legt de lat op 5 procent van het bruto binnenlands product. Vijf procent. Voor veel EU-lidstaten die al jaren hinken op defensie-investeringen die nauwelijks boven het symbolische uitkomen, is dit een soort van middeleeuwse aderlating.
Doch, niet neuten. De lidstaten die extra investeren in hun krijgsmacht mogen beroep doen op de “ontsnappingsclausule”. Die houdt in dat de extra defensie-uitgaven niet meetellen in de berekening van hun begrotingstekort of overheidsschuld – een financiële bypass, voor de Theo’s van deze wereld, bedoeld om landen met strenge begrotingsregels wat ademruimte te geven om hun arsenalen op te krikken.
Europese meerjarenbegroting krijgt camouflageverf
Tot slot stellen Von der Leyen en Kallas dat de Europese meerjarenbegroting niet meer opgaat. Meer geld voor defensie, minder vrijblijvendheid, en – als het aan hen ligt – een shift van subsidie-unie naar defensie-unie. Gedaan met subsidies voor boeren en klimaatprojecten bovenaan het verlanglijstje te zetten: bommen en granaten daar moet het belastingsgeld naartoe.
De boodschap is duidelijk: Brussel wil geen schietgrage unie worden, maar wel een die de kogel kan terugsturen als hij afgevuurd wordt. Zo wil de theorie het, zo wil het narrtief. En dat vraagt investeringen, samenwerking en vooral: politieke wil. In het Europa van Von der Leyen en Kallas wordt defensie vooral een kwestie van euro’s, dossiers en deadlines. Ursula heeft kunnen oefenen met corona en weet als geen ander dat je met bange onderdanen kan doen wat je welt, zonder daarvoor zelfs verantwoording te moeten afleggen.
In de marge van de brief klinkt het zo: als we in het Westen niet bewapenen, dan beslist straks iemand anders hoe onze vrede eruitziet. En daar zijn in Moskou genoeg vrijwilligers voor.
Zou het?
(Foto: Shutterstock)