De terugkeer van de schuld: Antwerpen herontdekt het besparingsmes.
Twee jaar geleden kroonde Antwerpen zichzelf - in typische Antwerpse deemoed - tot financiële voorbeeldstad. De historische schuld was afbetaald, de burgemeester sprak over een “absolute kampioen” en een symbolische laatste euro ging plechtig door de handen op het stadhuis. Vandaag oogt dat beeld minder glorieus. Volgens de nieuwe meerjarenbegroting stevent Antwerpen opnieuw af op 1,8 miljard euro schuld tegen 2031 en moet de stad besparen op sociale organisaties. Kampioen zijn is aangenaam, maar het moet ook stroken met de werkelijkheid.
Het mirakel van de laatste euro
Eind 2023 profileerde het Antwerpse bestuur zich nadrukkelijk als toonbeeld van goed financieel beheer. Na decennia van schulden, en zelfs Vlaamse curatele in de jaren negentig, was de stad officieel schuldenvrij. Kort daarop volgde een verlaging van de gemeentebelasting, politiek verkocht als een bevrijding van de Antwerpenaar. Kritiek dat het om electorale timing ging, werd resoluut afgeblokt.
Dat moment van zelfverklaarde triomf bleek achteraf vooral een boekhoudkundig ijkpunt, geen structurele garantie. De schuld verdween, maar de investeringsambities bleven. En die combinatie is zelden duurzaam.
Schulden keren terug, sneller dan verwacht
De huidige meerjarenplanning toont hoe snel het tij kan keren. Tegen het einde van de legislatuur zou de Antwerpse schuld opnieuw oplopen tot 1,8 miljard euro, goed voor ruim 3.000 euro per inwoner. Dat ligt ver boven het Vlaamse gemiddelde en niet ver onder het niveau van Gent, waar schulden inmiddels tot zware saneringen hebben geleid.
Het stadsbestuur sust: het gaat om investeringsschulden, de autofinancieringsmarge blijft positief en toekomstige inkomsten — onder meer uit patrimoniumverkoop — zijn nog niet meegerekend. Formeel klopt dat verhaal. Schulden maken is op zich geen probleem, zolang ze beheersbaar blijven. Maar het contrast met het zelfverklaarde schuldenvrije paradijs van amper twee jaar geleden is moeilijk te negeren.
Investeren én besparen: een ongemakkelijke combinatie
Waar het debat echt scherp wordt, is bij de keuzes achter de cijfers. Terwijl grote stadsprojecten — heraanleg van pleinen, commerciële assen en publieke ruimte — overeind blijven, worden sociale organisaties gevraagd in te leveren. Subsidies voor armoedebestrijding, integratie, welzijn en basiseducatie worden teruggeschroefd of herbekeken.
Het stadsbestuur benadrukt dat het totale sociale budget stijgt, vooral door extra middelen voor het OCMW. Dat is deels correct, maar verhult een realiteit: middelen verschuiven van preventie en begeleiding naar crisisopvang. Of anders gezegd: de stad anticipeert op sociale schade die elders wordt veroorzaakt, terwijl ze tegelijk het middenveld afbouwt dat die schade mee helpt beperken.
Federale factuur, lokale keuzes
De instroom bij het OCMW is geen Antwerpse beleidskeuze, maar het gevolg van federale beslissingen om langdurig werklozen sneller uit het uitkeringssysteem te duwen. Nu ja, in Brussel zit de echte burgemeester van Antwerpen wel aan de knoppen. Antwerpen werft extra personeel aan om die golf op te vangen. Dat wordt gepresenteerd als sociaal engagement, maar legt tegelijk druk op andere budgetten.
Oppositiepartijen wijzen op de ironie: beleid dat federaal sociale risico’s vergroot, wordt lokaal gerepareerd met besparingen bij organisaties die net die kwetsbare groepen ondersteunen. Het resultaat is een herverdeling van schaarste, geen versterking van het sociale weefsel.
Kampioen zonder verantwoordelijkheid?
De kern van het probleem zit niet alleen in de schuldencijfers, maar in de politieke framing. Antwerpen is niet plots ontspoord, maar heeft jarenlang beleid gevoerd op basis van optimistische aannames die helpen scoren in het stemhokje: blijvende groei, lage rente, controleerbare sociale kosten. Die aannames zijn intussen achterhaald, maar een duidelijke politieke reflectie blijft uit.
Wie vandaag vraagt hoe een schuldenvrije stad in twee jaar tijd opnieuw richting miljardenleningen evolueert, krijgt vooral technische uitleg, weinig politieke verantwoordelijkheid. Niemand lijkt zich vergist te hebben, niemand corrigeert het verleden. De kampioenstitel wordt stilletjes opgeborgen, zonder uitleg over waarom ze niet houdbaar was.
De Antwerpse Pinokkio?
Antwerpen is geen Gent. De situatie is minder acuut en de begroting nog beheersbaar. Maar de zelfverzekerde retoriek van gisteren botst hard met de realiteit van vandaag. Wie zichzelf tot financiële kampioen uitroept, wekt verwachtingen — en moet ook uitleg geven wanneer die titel zijn glans verliest.
Wie durft het verhaaltje van weleer recht te zetten? Een stad die zichzelf blijft feliciteren terwijl ze opnieuw begint te snijden, loopt het risico niet alleen financieel, maar ook politiek haar geloofwaardigheid te verliezen. Maar dat is eigenlijk geen nieuws: geloofwaardigheid en politiek is zelden compatibel.
(Foto: Pieter-Jan Vanstockstraeten/Photo News)