“Souvenir? Koop een postkaart, geen kassei.”
Brugge -het middeleeuws juweel dat jaarlijks als Venetië van het noorden miljoenen toeristen lokt - wordt stukje bij beetje geplunderd. Niet door vandalen met spraybussen of bouwpromotoren met sloopkogels, maar door schijnbaar onschuldige toeristen met een neus voor “authentieke” souvenirs. Elke maand verdwijnen er tot zeventig kasseistenen uit het straatbeeld, systematisch uit de meest fotogenieke zones: de Markt, het Minnewater, de Vismarkt, en de omgeving van het Gruuthusemuseum.
Wat begon als een incidentele diefstal is intussen uitgegroeid tot een structureel probleem. Blijkbaar is een magneet van de Halletoren niet meer genoeg – de Brugse kassei is het nieuwe must-have hebbeding. Leve het souvenirfetisjisme?
Kasseien als de nieuwe kant
Duizenden vierkante meters zorgvuldig geplaatste kasseien vormen het historisch decor van Brugge. Ze dragen het gewicht van paardentrams, flanerende toeristen en fietsers met een doodswens. En toch moet het stadsbestuur steeds vaker opdraven om verdwenen stenen te vervangen – niet omdat ze kapot zijn, maar omdat ze gestolen zijn. Letterlijk uit het plaveisel gelicht.
De meest creatieve dief tot nu toe stopte zelfs een viooltje in het ontstane gat. Poëtisch, jazeker, maar ook schrijnend. Want de romantiek van een viooltje weegt niet op tegen de historische waarde van een 300 jaar oude straatsteen.
Brugge wordt het nieuwe Roubaix
Wat wielerklassiekers als Parijs-Roubaix al jaren ondervinden – kasseien als fetisjobject voor fans met een hang naar ruwe authenticiteit – lijkt nu ook Brugge te treffen. Met dit verschil dat men in Frankrijk voorbereid is op baksteenrovers, in Brugge totaal niet. Hier verdwijnen stenen in stilte. Toeristen met loszittend moreel kompas nemen hun “souvenir” , gelijk de shampoo van een hotel.
En niemand weet wat ze ermee doen. Een originele presse-papier? Een rustiek kaasplankje? Of toch gewoon bewijs van “ik was hier”? Wat wel vaststaat: het souvenirbeleid van Brugge is volledig ontspoord.
Gaten vullen en facturen stapelen
Voor de stadsdiensten is het een aanslepend en frustrerend werk. Elke verdwenen steen vraagt een interventie van de dienst Openbaar Domein, die zich meer en meer ontpopt tot de gendarmerie van het plaveisel. Met cement, spierballen en middeleeuws gezucht worden de gaten hersteld, voor een prijskaartje van gemiddeld 200 euro per vierkante meter. Niet inbegrepen: de valpartijen van nietsvermoedende toeristen die meer naar kantwinkels dan naar hun voeten kijken.
Wat begon als een kostenpost onder de radar, is nu een structurele uitgave geworden. Een historische stad met toeristische inkomsten die opgaan aan herstelkosten voor gestolen erfgoed – het is Kafka in kasseiformaat.
Oproep tot fatsoen: laat de stenen liggen
De stad doet intussen een oproep die klinkt als een mengeling van gezond verstand en wanhoop: “Hou uw tengels thuis.” Laat de kasseien liggen waar ze al eeuwen liggen: in Brugge. Wie iets mee naar huis wil nemen, koopt een doosje Brugse zotten, een ansichtkaart of een waardebon voor een legaal retourbezoek. Maar laat de straatstenen met rust. Brugge is geen openluchtwinkel voor middeleeuws puin.
(Foto: Pixabay)