Universiteiten hebben zich de laatste jaren omgevormd tot kampioenencentra in activisme.
Studenten leren er dat de samenleving een kwaadwillig complot is en dat vier jaar protesteren een nuttig alternatief is voor vakkennis. Terwijl de echte wereld ondertussen vraagt om mensen die een kraan kunnen repareren, kabels kunnen leggen of jouw auto een onderhoudsbeurt kunnen geven.
En wat blijk? De belofte dat een diploma dé toegangspoort is tot werk brokkelt af, als we dit onderzoek mogen geloven. De kloof tussen mensen met enkel secundair onderwijs en mensen met diploma wordt steeds kleiner. Het geloof in hoger onderwijs als gouden ticket begint meer te lijken op een sprookje dan op een carrièrefundament.
Nog straffer, sommige sollicitanten merken dat ze sneller gesprekstijd krijgen als ze hun universiteitsdiploma netjes van hun cv verwijderen. Alsof bedrijven liever iemand aannemen die niet denkt dat hij het systeem moet hervormen voor hij een eerste werkdag achter de rug heeft.
Werkgevers zijn niet meer onder de indruk van een master in filosoferen over privilege op donderdagmiddag. Ze willen mensen die iets kunnen en niet enkel kunnen uitleggen waarom iemand anders dat eigenlijk zou moeten doen. Een stiel leren, dat is de nieuwe vorm van carrièreplanning.
Het lijkt haast ironisch dat de generatie die werd opgevoed met het idee dat een diploma levensnoodzakelijk was nu ontdekt dat echte vaardigheden belangrijker zijn dan certificaten. Neem daar ook nog eens bij dat AI een goedkopere werkkracht is, die nooit staakt of vraagt achter een opslag.
Ambachten, technische beroepen en praktische kennis bieden dus meer zekerheid dan pakweg een diploma in genderstudies.
Wie een vak kent staat sterker. Wie alleen ervan overtuigd is dat hij moreel gelijk heeft staat vooral op straat.