Is de beker halfvol of halfleeg?
“Bijna 4 op de 10 langdurig zieken vinden opnieuw werk.” Het is de titel in de mainstream-pers die het beleid van Vlaams minister van Werk Zuhal Demir in een gunstig daglicht plaatst. Recordcijfers, stijgende participatie, een arbeidsmarkt die eindelijk ook langdurig zieken opnieuw absorbeert.
Maar cijfers laten zich op meerdere manieren lezen. Als 39 procent binnen twee jaar werk vindt, betekent dat ook dat 61 procent dat niet doet. Zes op de tien mensen blijven dus zonder job, ondanks begeleidingstrajecten, intensieve opvolging en beleidsdruk.
Record of relativering?
Eind 2025 stonden bijna 14.500 werkzoekenden met een ziekte-uitkering ingeschreven bij VDAB. In totaal liepen er vorig jaar meer dan 23.000 begeleidingstrajecten. Dat 39 procent binnen twee jaar opnieuw werk vindt, is hoger dan de 35 procent van enkele jaren geleden.
De vooruitgang is reëel, maar beperkt. De meerderheid stroomt niet door. Dat roept de vraag op of het succesverhaal niet vooral een communicatief accent is.
Activering met voorwaarden
De beleidslijn is duidelijk: wie kan werken, moet werken. Het klassieke onderscheid tussen niet kunnen en niet willen wordt scherper bewaakt. Wie zich niet inschrijft, afspraken mist of volgens objectieve criteria onvoldoende meewerkt, riskeert sancties.
Demir wil die sanctioneringsmogelijkheden uitbreiden, ook verder in het traject. Niet alleen bij de start, maar tijdens de volledige begeleiding. Het signaal is ondubbelzinnig: activering is geen vrijblijvende optie.
Werk als norm
Achter het debat schuilt een fundamentele visie op arbeid. Werk wordt niet alleen gezien als economische noodzaak, maar als maatschappelijke plicht en hefboom tot integratie. Wie langdurig ziek is, verliest volgens die redenering niet enkel inkomen, maar ook zijn plaats in de samenleving.
Critici wijzen erop dat gezondheidstrajecten zelden lineair verlopen. Chronische pijn, mentale kwetsbaarheid of terugkerende klachten laten zich niet altijd vangen in controlemechanismen en deadlines. De grens tussen stimuleren en dwingen is dun.
Met het mes op de keel?
De verstrenging voedt het beeld dat werkhervatting steeds minder vrijwillig is en steeds meer onder druk gebeurt. Wie afhankelijk is van een uitkering, voelt de financiële stok achter de deur.
De onderliggende boodschap van het beleid is helder: een boterham veronderstelt inspanning. Pijn of geen pijn, arbeidsmarktparticipatie blijft de norm.
De vraag is niet of meer mensen aan het werk moeten — daarover bestaat brede consensus. De vraag is tegen welke prijs, en met welke marge voor wie structureel kwetsbaar blijft. De cijfers tonen vooruitgang. Ze tonen tegelijk dat de meerderheid nog altijd niet meekan in dat succesverhaal.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)