Stel je voor dat de Rus meekijkt.
Op 21 juli, wanneer België zijn nationale feestdag viert en de patriottische trommels roffelen, krijgt Theo Francken zijn moment de gloire. De N-VA-minister van Defensie mag het defilé aansturen alsof het zijn persoonlijke speeltuin is. Maar dit jaar gaat het net dat tikkeltje verder: zijn jongens mogen soldaatje spelen in camouflage, niet op het slagveld, maar… op de Wetstraat.
De militairen die straks voorbij de koninklijke tribune marcheren, zullen voor het eerst sinds mensenheugenis volledig onherkenbaar zijn. Niet door nieuwe uniformen, niet door hypermoderne helmtechnologie, maar door een banale sjaal, een “buff”, tot onder de ogen getrokken. Want Theo wil geen pottenkijkers. En zeker geen Russische.
Een parade van schaduwen
Het is een unicum in de Belgische geschiedenis: soldaten die zich op bevel van de eigen overheid moeten verbergen tijdens een publieke parade. De reden daarvoor is volgens Franckens kabinet eenvoudig: het risico op gezichtsherkenning via AI is te groot. Beelden van het defilé zouden kunnen worden “geoogst” door buitenlandse mogendheden — Rusland op kop — en gebruikt worden om militair personeel te identificeren.
En dus zullen de gezichten achter de borstnummers dit jaar netjes weggestopt worden. Alsof we geen troepen eren, maar een soort anonieme militie laten marcheren. Alsof de nationale feestdag een militaire cosplaybeurs is geworden voor incognito strijders.
Het zou een grap zijn als het niet zo serieus bedoeld was.
Van Special Forces tot optochtfiguren
Tot voor kort waren gezichtsbedekkingen in het Belgisch leger voorbehouden aan de Special Forces, mannen die je effectief niét wilt herkennen omdat ze op buitenlandse operaties de boel stilhouden. Nu wordt die maatregel plots uitgerold voor het hele operationele kader dat aan het defilé deelneemt — een politiek statement vermomd als veiligheidsmaatregel.
En laten we wel wezen: het is ook vooral een show voor Theo. Als minister die zich graag profileert als de beschermer van de natie en de hoeder van “onze jongens”, heeft hij nu zijn eigen optocht van anonieme krijgsmachines. Een militair defilé als symbolisch machtsspel. Stoer, gespierd, onherkenbaar. En toch perfect georchestreerd voor de televisiecamera’s.
Angstpolitiek op maat van de minister
Officieel is het “cyberdreiging” wat deze beslissing drijft. Maar tussen de lijnen proef je iets anders: een verlengstuk van de angstpolitiek die Francken sinds jaar en dag bedrijft. Dreiging overal, vijanden in het vizier, en dus vooral: een sterk leger nodig om het allemaal te counteren. En dat leger moet strak in het gelid blijven — liefst in dienst van zijn retoriek.
Wat volgt straks nog? Burgers die onherkenbaar naar de kazerne moeten? Of een reservistenkorps in bivakmutsen voor het geval een drone met gezichtsherkenning over de VRT-gebouwen scheert?
Zichtbaar afwezig: transparantie
Opvallend is dat studenten van de Koninklijke Militaire School níét hoeven te schminken. Jonge kadetten-in-opleiding mogen dus met open gezicht defileren, terwijl ervaren troepen zich moeten verbergen. Een vreemde hiërarchie in een defilé dat zogezegd over eer en trots gaat. Wanneer je straks met een stukje taart en een koffietje - gewoon zwart zonder suiker of melk - naar de colonne militairen zal kijken, zal je silhouetten kunnen zien. Als je de papa wilt herkennen, dan zal toch even moeten zwaaien.
Conclusie: een defilé van camouflage
Op deze nationale feestdag krijgt België zijn parade. Maar niet die van heldhaftige soldaten in vol ornaat. Nee, Theo Francken trakteert ons op een defilé van gecensureerde figuren, gezichtsloos, strategisch verstopt, symbolisch stil.
Dit jaar krijgt de jaarlijkse parade dus een andere boodschap: wees paraat, wees onzichtbaar, wees braaf. Geregisseerd door Theo. Gemaskerd voor uw veiligheid. En vooral: voor zijn profiel.
(Foto: Shutterstock)