Waarom schieten ze in de Wetstraat alleen maar wakker als het vijf na twaalf is?
De federale regering spreekt plots over een “nationale urgentie” nu het drugsgeweld in Brussel steeds zichtbaarder en brutaler wordt. Extra agenten, camera’s, drones en mogelijk militairen moeten het tij keren. Dat er iets moet gebeuren, staat buiten kijf. Maar waarom wordt er pas ingegrepen wanneer de situatie volledig is ontspoord?
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) spreekt daarom van een “situatie van nationale urgentie”. Hij wil het dossier op de agenda van de Nationale Veiligheidsraad plaatsen en kondigt extra federale middelen aan.
Een extra infanteriepeloton moet ongeveer vijftig politiemensen leveren. Daarnaast wordt de inzet van de directie speciale eenheden (DSU) uitgebreid en krijgt de federale gerechtelijke politie in Brussel structurele versterking.
Dat zijn geen overbodige maatregelen. Wanneer politiecommissariaten zelf onder vuur worden genomen, is het duidelijk dat de overheid niet langer kan volstaan met verklaringen en overlegmomenten. Maar?
Van camera’s tot drones
Ook op Brussels niveau wordt de aanpak aangescherpt. Er komen twintig mobiele camera’s in wijken die zwaar door drugsgeweld worden getroffen. Safe.brussels moet de samenwerking tussen federale politie, justitie, gemeenten en het gewest verder stroomlijnen.
Daarnaast wordt opnieuw gekeken naar de inzet van drones. Die zouden onder meer kunnen worden gebruikt om verdachten en mogelijke medeplichtigen te identificeren.
Ook avondklokken en zones met beperkte toegang worden als mogelijke instrumenten genoemd.
Het lijstje met maatregelen wordt daarmee indrukwekkend. Meer politie, meer camera’s, drones, speciale eenheden en mogelijk zelfs militairen op straat.
Maar indrukwekkend is nog niet hetzelfde als effectief.
De harde hand is geen strategie op lange termijn
Dat er kordaat moet worden opgetreden tegen drugscriminelen, lijkt nauwelijks voor discussie vatbaar. Een overheid die haar eigen straten niet veilig kan houden, verliest uiteindelijk niet alleen de strijd tegen criminelen, maar ook het vertrouwen van haar inwoners.
Toch is het de vraag of een steeds hardere aanpak op zichzelf voldoende is.
Wie vandaag extra agenten op straat zet, kan morgen opnieuw met hetzelfde probleem zitten wanneer de oorzaken achter het geweld niet worden aangepakt. De drugseconomie verdwijnt immers niet omdat er twintig mobiele camera’s bijkomen. Criminele netwerken passen zich aan, zoeken nieuwe routes en vervangen opgepakte loopjongens.
De echte test ligt daarom niet alleen in het aantal agenten dat vandaag wordt ingezet, maar in wat er de komende jaren gebeurt met politie, justitie, gevangenissen, preventie, jongerenwerk en de wijken waar georganiseerde criminaliteit voet aan de grond krijgt.
Politiek reageert wanneer het vijf na twaalf is
Opvallend is vooral het woord “urgent”.
De schietpartijen in Brussel zijn geen plotseling natuurverschijnsel. De drugshandel en het bijbehorende geweld zijn al jaren bekend. Politie en lokale besturen waarschuwen al langer voor een groeiende greep van criminele netwerken op bepaalde wijken.
Toch lijkt de politieke machine pas echt op gang te komen wanneer de kogels letterlijk langs hun oren vliegen.
Misschien ligt daar minstens een deel van het probleem.
Politici hoeven niet te wachten tot een politiecommissariaat wordt beschoten om vast te stellen dat de situatie ernstig is. Preventief beleid is minder spectaculair dan militairen op straat of beelden van drones boven Brussel, maar misschien wel belangrijker.
Ook de verzuring verdient aandacht
Er is nog een bredere vraag die minder gemakkelijk in een persconferentie past.
Een samenleving wordt niet alleen onveilig door georganiseerde criminaliteit. Ze wordt ook kwetsbaarder wanneer het vertrouwen tussen burgers, overheid en instellingen steeds verder afbrokkelt. De politieke taal wordt harder, het publieke debat grimmiger en tegenstellingen worden voortdurend uitvergroot.
Politici kunnen daar niet volledig verantwoordelijk voor worden gesteld, maar ze zitten er wél voor iets tussen.
Wie voortdurend angst, conflict en tegenstelling mobiliseert, moet zich vroeg of laat afvragen welk soort samenleving daarmee wordt gecreëerd.
De strijd tegen drugscriminaliteit vraagt dus om een harde hand waar dat nodig is. Maar daarnaast is er behoefte aan iets wat politiek veel moeilijker lijkt: langetermijnbeleid, volgehouden aanwezigheid en handelen vóór een probleem explodeert.
Wanneer als de overheid pas wakker wordt wanneer het vijf na twaalf is, mag ze zich achteraf niet verbazen dat het al vijf na twaalf is.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)