Nattevingerwerk en paniekvoetbal.
De vredesapostel die Iran met overweldigende macht op de knieën zou dwingen, lult zich van de ene deal naar de andere. Nieuwe Amerikaanse aanvallen zijn opgeschort, de Straat van Hormuz blijft een gigantisch probleem en volgens Amerikaanse militaire bronnen staat de capaciteit onder druk. Trump heeft nog één opdracht: een uitweg vinden die hij als overwinning kan verkopen.
Er zijn oorlogen die je wint. Er zijn oorlogen die je verliest. En dan zijn er oorlogen waarin je na maanden bombarderen plots besluit dat het misschien tijd wordt voor vrede — om vervolgens te vertellen dat dit precies was wat je al die tijd van plan was. Welkom in de wereld van Donald Trump.
De Amerikaanse president heeft zondag nieuwe aanvallen op Iran opgeschort. Volgens Trump liggen er contouren van een akkoord op tafel en moet Iran de Straat van Hormuz opnieuw volledig openstellen. Tehran ontkent dat het om een Iraans verzoek tot uitstel van de Amerikaanse aanvallen gaat. En dat verschil in de voorstelling van zaken is niet onbelangrijk. Want plots lijkt de oorlog die Trump als een demonstratie van Amerikaanse militaire almacht presenteerde, verdacht veel op een conflict waar Washington vooral dringend vanaf wil.
Eerst winnen, daarna onderhandelen
Trump begon niet aan deze oorlog om een compromis te sluiten. De boodschap was hard: Iran moest buigen. De Amerikaanse militaire macht zou het probleem oplossen. De president presenteerde zijn strategie als de ultieme demonstratie van Amerikaanse kracht.
Maar Iran bleek geen tegenstander die na een paar vernietigende aanvallen netjes zijn koffers pakte. Teheran bleef raketten en drones inzetten. De Straat van Hormuz werd een strategisch wapen. Amerikaanse troepen en bases kwamen onder druk. En de economische gevolgen begonnen zich over de hele wereld te verspreiden.
Precies daar zit de ironie.
Washington wilde Iran ontwapenen, maar gaf Tehran tegelijk een wapen waarmee het de wereldeconomie kan pijnigen: de mogelijkheid om de energie-doorvoer via Hormuz te verstoren. Dat is geen kleine tactische tegenvaller. Dat is een strategische blunder.
Hormuz: de deur die Trump niet open krijgt
De Straat van Hormuz is de achilleshiel van dit conflict geworden. Iran hoeft de Verenigde Staten niet militair te verslaan. Het hoeft alleen maar voldoende onzekerheid te creëren rond de scheepvaart om olieprijzen, verzekeringskosten, energievoorziening en inflatie onder druk te zetten.
En dat lukt.
De VS kan uiteraard militair ingrijpen. Maar elke poging om Hormuz met geweld volledig open te breken, vergroot tegelijk het risico op verdere escalatie. Trump zit daardoor gevangen in een probleem dat hij zelf heeft helpen creëren.
Hij wil weg, maar kan niet zomaar vertrekken.
Want als Amerikaanse schepen en vliegtuigen verdwijnen en Iran vervolgens de doorgang blijft controleren of verstoren, is het politieke verhaal simpel: Tehran heeft Washington gedwongen zich terug te trekken.
Dat kan Trump zich moeilijk veroorloven. En dus moet er een deal komen. En liefst een deal die Trump als een Amerikaanse overwinning kan presenteren.
Het Pentagon raakt niet leeg, maar wel nerveus
Ook militair begint de rekening te wegen. De Verenigde Staten beschikken nog altijd over het machtigste leger ter wereld. Daar bestaat weinig discussie over. Maar macht is niet hetzelfde als onbeperkte capaciteit.
Volgens recente berichtgeving hebben Amerikaanse militaire planners gewaarschuwd voor de druk op de beschikbare luchtverdedigingsmiddelen en andere militaire middelen. Een escalatie kan de Amerikaanse voorraden verder aantasten.
En dat is precies het probleem van moderne oorlogvoering.
Iran kan relatief goedkope drones en raketten blijven inzetten. Washington moet daar vaak extreem dure interceptors tegenover zetten. Een vijandelijke drone die een fractie kost van een Amerikaanse onderscheppingsraket, kan militair gezien dus een bijzonder lucratief wapen zijn. Niet omdat Iran militair sterker is dan Amerika. Maar omdat Iran een manier heeft gevonden om Amerikaanse superioriteit duur te maken.
De Amerikaanse geloofwaardigheid krijgt klappen
Daar komt nog iets bij dat voor Washington misschien belangrijker is dan de vernietigde infrastructuur in Iran: geloofwaardigheid. Een Amerikaanse veiligheidsbelofte werkt alleen als bondgenoten én tegenstanders geloven dat Washington zijn militaire macht daadwerkelijk kan inzetten wanneer dat nodig is. Maar wat moeten bondgenoten nu denken?
Kan Amerika tegelijk Iran afschrikken, Israël beschermen, zijn troepen in de Golf verdedigen en ondertussen Rusland en China in de gaten houden?
En vooral: hoeveel Amerikaanse militaire capaciteit blijft er over als er morgen nog een crisis uitbreekt?
Dat zijn vragen die niet met een Truth Social-bericht verdwijnen.
En dan begint Trump plots vrede te prediken
Hoe absurd is het dan dat dezelfde Donald Trump die eerder maximale druk en maximale militaire dreiging verkondigde, nu plots spreekt over de contouren van een akkoord? Vandaag zegt hij dat er voorlopig geen nieuwe aanval komt. Morgen kan dat opnieuw anders zijn.
Dat is precies het probleem met Trumps buitenlandpolitiek: de Amerikaanse strategie is er eentje van improvisatie waarin de president eerst een beslissing neemt en daarna op zoek gaat naar een verhaal dat erbij past.
Trump zegt dat er vooruitgang is.
Iran zegt dat het geen akkoord heeft gevraagd.
De aanvallen worden opgeschort.
En ondertussen blijft Hormuz het grote vraagteken.
Wie hier een zorgvuldig uitgestippeld vredesplan in ziet, mag het ons gerust uitleggen.
De rekening komt later
Het echte probleem voor Trump is niet eens hoe hij deze week uit Iran geraakt. Het probleem is wat er daarna gebeurt. Want een oorlog die geen duidelijk politiek einddoel oplevert, is geen overwinning omdat je er achteraf een overwinningsspeech aan koppelt.
Wat heeft Amerika uiteindelijk bereikt?
Iran heeft militaire schade geleden. Dat staat buiten kijf. Maar het regime is niet verdwenen. De Iraanse capaciteit om terug te slaan is niet volledig uitgeschakeld. Hormuz blijft een machtsfactor. De Amerikaanse militaire middelen worden belast. De energieprijzen staan onder druk. En de regio is instabieler geworden.
Als dat het resultaat is van een oorlog die Washington als een demonstratie van overweldigende Amerikaanse macht begon, dan mogen we ons afvragen wat een nederlaag er volgens het Witte Huis eigenlijk zou hebben uitgezien.
De historische vergissing
Misschien zal de geschiedenis later anders oordelen. Misschien komt er alsnog een akkoord dat Iran werkelijk aan banden legt. Misschien gaat Hormuz volledig open. Misschien krijgt Trump een diplomatiek resultaat waarmee hij zijn militaire campagne kan verkopen als een meesterzet.
Maar voorlopig ziet het er anders uit.
Een oorlog die snel moest worden beslist, sleept aan. Een vijand die moest capituleren, blijft terugvechten. Een strategische zeestraat die onder controle moest komen, blijft een probleem. Een Amerikaanse militaire machine die onaantastbaar leek, wordt geconfronteerd met beperkingen. En een president die zichzelf graag als vredesmakelaar presenteert, probeert nu een oorlog te beëindigen zonder te moeten toegeven dat hij misschien beter nooit was begonnen.
Dat laatste wordt nog het moeilijkste gevecht van allemaal.
Nog één verhaal te verkopen
Trump heeft inmiddels een enorme politieke behoefte aan een overwinning. Niet alleen omdat hij Trump is. Maar omdat een president die maandenlang beweert dat hij de vijand heeft verpletterd, moeilijk kan eindigen met: we zijn ermee gestopt omdat het eigenlijk allemaal nogal duur werd. Dus zal er een verhaal moeten komen.
Een groot verhaal.
(Foto: YouTube)