N-VA gaat op de rem staan.
De Vlaamse regering blies nog maar net de financiële steun voor windmolens op land uit, of minister van Energie Melissa Depraetere (Vooruit) wil de subsidies alweer reanimeren. Want - zo redeneert Melissa - zonder steun blijft de bouw van nieuwe windturbines compleet steken. Maar daar wringt het schoentje: niet de overheid, maar de Vlaamse consument zal die ‘steun’ ophoesten via een hogere energiefactuur. En dat is exact waarom vooral N-VA op de rem gaat staan.
Stille deal aan de onderhandelingstafel
Officieel communiceert de Vlaamse regering met geen woord over een nieuw steunmechanisme. Achter de schermen wordt er echter wél druk gepalaverd. “Het ligt politiek bijzonder gevoelig,” fluistert een regeringsbron. Voormalig minister Zuhal Demir (N-VA) had de subsidies nog maar net de nek omgedraaid, met als argument dat windmolens stilaan zonder overheidssteun moesten kunnen overleven. Sinds 1 januari 2025 moeten nieuwe windmolenprojecten dan ook op eigen benen staan.
Maar de realiteit blijkt weerbarstiger dan de theorie. De Vlaamse Windenergie Associatie (VWEA) luidt de alarmbel: zonder financiële injecties stokt de bouw van nieuwe windmolens. In 2024 werden er amper twaalf extra turbines geplaatst, terwijl Vlaanderen tegen 2030 maar liefst 1 gigawatt extra windenergie nodig heeft. De energietransitie, weet je wel: ook theorie. Concreet betekent dat een jaarlijkse groei van minstens dertig nieuwe windmolens. Tegen het huidige tempo kunnen we dat vergeten.
“Het gebrek aan investeringszekerheid schrikt ontwikkelaars af,” waarschuwt Maarten Dedeyne van VWEA in ‘Het laatste Nieuws’. “Sommige vergunde projecten blijven gewoon in de koelkast omdat de financiële haalbaarheid ontbreekt.” Het gevolg is dat Vlaanderen dreigt zijn klimaatdoelstellingen - of moeten we zeggen dat van Europa - te missen.
1,8 miljard euro steun… op de factuur van de Vlaming
Enter Melissa Depraetere, die met een ‘oplossing’ op de proppen komt: een nieuw steunmechanisme gebaseerd op groenestroomcertificaten. Wanneer de stroomprijzen laag liggen, compenseert de overheid het verschil tot een bepaald minimumbedrag. Zijn de prijzen hoog en renderen de windmolens op eigen kracht? Dan krijgen ze geen steun.
Klinkt redelijk, tot je de prijs bekijkt. Volgens interne ramingen zou de steun van 2026 tot 2052 kunnen oplopen tot een hallucinante 1,8 miljard euro. En dat is nog onder voorbehoud, want de politieke onderhandelingen lopen nog. Maar in het worstcasescenario betekent dit een extra kost van 70 miljoen euro per jaar – ofwel 20 euro extra op de jaarlijkse stroomfactuur van een gemiddeld Vlaams huishouden.
Volgens Depraetere zal dat extra bedrag ruim gecompenseerd worden door dalende energieprijzen, dankzij een groter aanbod hernieuwbare energie. De sector beaamt dat. “Meer windmolens zorgen voor stabielere en lagere prijzen,” klinkt het bij VWEA. “Bovendien versterkt het onze energie-onafhankelijkheid en creëert het jobs in eigen land.”
Maar die redenering maakt niet op iedereen indruk. Vooral N-VA ruikt onraad. “Het is simpel,” zegt een partijbron, “de regering moet besparen, niet meer uitgeven. We hadden die subsidies net geschrapt, en nu duiken ze alweer op in een nieuw jasje. Bovendien blijft het de consument die betaalt.”
Politieke koehandel: windmolens voor minder zonnepanelen
Om de tegenstanders mild te stemmen, gooit Depraetere nog een zoethoudertje in de deal: een versoepeling van de zonnepanelenplicht voor grote bedrijven, een eis waar werkgeversorganisatie Voka al langer voor pleit. Maar kan je N-VA daarmee overtuigen?
CD&V hanteert een pragmatische koers: “We begrijpen dat extra windmolens nodig zijn en dat minimale steun misschien onvermijdelijk is,” klinkt het daar. “Als we onze doelstellingen niet halen, mogen we ons aan Europese boetes verwachten. Maar blind extra geld uitgeven, daar stappen wij niet in mee.”
Minister Depraetere zelf houdt voorlopig de lippen stijf op elkaar. Wat hebben we vandaag geleerd? Dat windmolens draaien niet op lucht draaien, maar op centen. En die komen, zoals altijd, uit de zakken van de Vlaming.
(Foto: montage Shutterstock)